Première Redbad

2
143

Afgelopen weekend, 30-31 juni, organiseerde Erkenbrand haar eigen premiéres van Redbad in Amsterdam, Nijmegen, Eindhoven en Groningen met een honderdtal man op de been om de film te zien. Wij waren vanaf het moment dat de film werd aangekondigd enthousiast over het idee. Een Nederlandse film over verzet tegen indringers en voor de heidenen onder ons, verzet tegen christenen? Dat leek ons wel wat.

Ons enthousiasme nam ietwat af toen wij historische fouten zagen in de trailers, met name vrouwen aan het front, maar we namen zomaar aan dat dit wel zou moeten in deze progressieve tijden. Een beetje geschiedenisvervalsing om de feministen van hun rug te houden zal wel noodzakelijk zijn geweest. Tenslotte wordt een film die positief is over heidenen, al snel scheel aangekeken door het establishment, want sympathie voor heidenen tonen en een film vol runentekens en verheerlijking van een Germaans verleden? Dat klinkt wel zeer extreem-rechts. Daarom organiseerden wij onze filmavonden en gingen er voor zitten. Alsvolgt een recensie van de film zelf.

Het plot van de film is uiteraard de strijd tussen de heidense Friezen, die destijds een rijk hadden dat van de Rijn tot Denemarken strekte en het christelijke Frankische Rijk, dat strekte van de Pyreneeën tot midden Duitsland en van de Alpen tot het Kanaal. Historisch was de casus belli van de Franken het kerstenen van de heidenen. In de film zelf echter, verwoord niemand echt zijn motivaties. De film opent in de belangrijkste Friese stad, Dorestad (het tegenwoordige Utrecht) waar de Friezen maagden aan het offeren zijn om Freya tevreden te stemmen en een slechte oogst af te wenden, maar voor alle offers gebracht kunnen worden vallen de Franken Dorestad aan en bezetten de stad, waardoor de Friezen zich moeten terugtrekken in het noorden. De Franken voorkomen daardoor mensenoffers, maar geen van de christenen rept met een woord erover dat het een christelijke missie is om mensenoffers te stoppen. Zij moorden en kruisigen erop los in de film, veelal in represailles waar ze onschuldigen mee raken. De Franken worden afgeschilderd als kwaadaardig op een clowneske manier, Koning Pepijn en Karel Martel worden neergezet als atheïsten die vooral belust zijn op macht en weinig geloof hebben in God. Karel Martel, de man die bij Tours de islam versloeg, de Saksen kerstende en het Heilige Roomse Rijk stichtte, wordt neergezet als een kindermoordenaar en sadist die niets geeft om christelijke moraliteit of God. Sint Willibrord, de vertegenwoordiger van de Kerk in de film, is niet bepaald een theoloog. Hij mept het christendom op een gegeven moment met een steen erin bij een Fries met een te grote mond.

Zoals gezegd, de christelijke Franken verwoorden hun missie amper. Zelfs Sint Willibrord verwoord niet één argument waarom ze heidenen willen bekeren, buiten dat ze anders in de Hel belanden. De Friezen wordt wel enige motivatie toegeschreven, zeker in het begin van de film wordt gehamerd op het feit dat volk en traditie heilig zijn, dat leiders en individuen zich op moeten offeren voor hun volk (vrouwen die zichzelf als offer aanbieden voor het goed van het volk) en dat men vrij moet zijn om te geloven en te gaan waar men wil, een ietwat modernistische spin op het relatief egalitaire leven van Germaanse stammen; zij kenden zeer zeker geen vrijheid van religie. Tegelijkertijd heeft de film in het begin een totaal anachronistisch klassenconflict: Redbad mag niet trouwen met een meisje dat hij liefheeft omdat zij geen adel is. Germaanse stammen kenden dat soort klassenstrijd niet.

De positieve boodschap die de Friezen uitdragen wordt echter enigszins verminderd door de vele historische onjuistheden. De Heidense religie zoals die in de film wordt neergezet is veel Noorser dan hoe de Friezen Wotanisme hebben belijd en de rituelen in de film en de religieuze rolverdeling zijn uiterst Keltisch. Eigenlijk is er weinig Fries aan. Verder zijn er de mensenoffers. Het is een punt van enorme historische discussie of heidenen mensenoffers brachten. Er is nooit archeologisch bewijs voor gevonden en de heidense teksten die te vinden zijn op runenstenen en dergelijke vernoemen het niet. De enige bronnen die wij hebben die beweren dat heidenen mensenoffers brachten zijn christelijk missionarissen zoals Snorri Sturlusson en de Islamitische reiziger Ibn-Faladan. Hoe dan ook, de Friezen worden als enigszins barbaars voorgesteld met hun mensenoffers, wat niet echt de sympathie van de kijker trekt. De retoriek over het belang van traditie wordt ook door Redbad belachelijk gemaakt omdat hij het oneens is met mensenoffers. Het lijkt een ietwat lompe manier te zijn om morele ambiguïteit te creëren en te zeggen dat nog christenen nog heidenen aan de goede kant van de historie staan.

Na de val van Dorestad wordt Redbad, de zoon van de koning, verbannen omdat hij een meisje waar hij verliefd op was probeerde te reden in plaats van zijn vader de koning te beschermen. Althans, de legendes zeggen dat hij werd verbannen. In de film bindt men hem vast op een vlot en offert hem aan de zee. Dit is iets dat totaal uit de duim van de regisseur is gezogen en lijkt een verbastering te zijn van bootbegrafenissen. Redbad overleeft het offer echter en land op de kust van Denemarken (die om een of andere reden voorgesteld wordt door de Witte Kliffen van Dover, wat erg veel verwarring opriep). Daar verblijft hij enige tijd als een horige van een lokale stamleider tot hij helpt met het verslaan van een bende Zweden en hij trouwt met de dochter van de stamleider. 

Op dit moment van de film komen 2 dingen naar voren waardoor ik mijn oordeel over de film naar beneden bij stelde: het feit dat het gevecht met de Zweden doorspekt is met vrouwen die meevechten, met name de dochter van het stamhoofd, die al pirouette dansend Zweden neer hakt. En ten tweede dat later blijkt dat deze dochter een christen is.

Vanaf dat moment in de film worden de rangen van de Friezen en Denen steeds meer doorspekt met vrouwen, met als toppunt dat het voltallige contingent boogschutters bij een veldslag uit vrouwen bestaat. Nu werden bogen sowieso al amper in de oorlog gebruikt door Germanen, maar een volk dat zijn vrouwen opstelt in het veld is ofwel suïcidaal dan wel wanhopig. Vrouwen zijn degenen die kinderen baren en het genetische knelpunt. Een volk kan veel mannen verliezen en zich herstellen, een man kan namelijk meerdere vrouwen bezwangeren. Vrouwen die sterven betekenen echter een eind van de bloedlijn en een afname in het totaal aantal potentiële geboortes. Alleen in wanhoopssituaties hebben vrouwen historisch gezien gevochten en in ernstig vervallen maatschappijen als de onze, waar oorlog meer een hobby van corporaties is geworden dan een kwestie van leven of dood.

Ten tweede is er de dochter van het Deense stamhoofd die christelijk is. De film verklaart nooit waarom zij christen is noch wat haar motivatie was om zich te bekeren en het wordt in de film maar één keer gebruikt in een scène waar zij met een priester spreekt en hem probeert te overtuigen de oorlog te stoppen. Een plotlijn die nergens heen gaat en die de filmmakers eigenlijk net zo goed weg hadden kunnen laten. Het is dan ook vrij raar. Een Deense die christen is. Hoe zou zij überhaupt in contact zijn gekomen met christendom? Het zou nog een halve eeuw duren voor de Friezen en de Saksen onderworpen zouden worden aan het christendom. De reactie van de Denen op de kerstening van hun buren was toen om de stammen te verenigen en op massale schaal te verzetten tegen christendom. Het waren Deense schepen die Engeland en Noord Frankrijk bezetten en Deense schepen plunderden van Granada tot Sicilië. Het is dus uiterst onwaarschijnlijk dat de Denen erg open zouden staan voor christendom, voor zover zij er überhaupt over gehoord zouden hebben.

Terwijl Redbad in Denemarken christelijke baby’s maakt, wordt in Friesland zijn beste vriend tot koning verkozen en wordt zijn zus uitgehuwelijkt aan Karel Martel om vrede tussen Friezen en Franken te behouden. Karel Martel vermoordt kort daarna zijn vader Pepijn, hij werpt de legitieme troonopvolger, zijn halfbroer Drogo, van een kasteelmuur en kroont zichzelf koning. Prompt rukt Karel Martel vanuit Dorestad op naar het noorden. Redbad keert ondertussen terug uit Denemarken en wordt warm onthaald, maar moet vrij snel ten strijden trekken tegen de oprukkende Franken. Alvorens ten strijde te trekken, spreekt hij met zijn Deense bondgenoten af dat zij Dorestad via de zee zullen aanvallen op zijn teken. In een eerste treffen weet Redbad de Franken te verslaan door de Frankische cavalerie de waddeneilanden op te lokken en ze te verdrinken in het rap terugkerende tij, een rare scène in de film, want het tij keert in seconden, en de Franken vallen spontaan van hun paard, terwijl paarden gewoon kunnen zwemmen. Dit onderstreept een van de problemen van de film. De film is doorspekt met vechtscènes, het is heel erg een actiefilm, maar de choreografie is vrij slecht. Het is een klassiek voorbeeld van theaterschermen, met hoog-laag pareren en slaan op elkaars wapen. Schildmuren worden continu opgebroken om een wilde mêlee van individuele gevechten te beginnen en er zijn een aantal scènes die gewoon absurd zijn. Zo is er het geval van verdrinkende paarden in kniehoog water, maar het toppunt was een scène toen een groep Franken aan kwamen marcheren en Redbad omsingelden met getrokken en gespannen bogen, alsof het een SWAT team was. De Hollywood-invloed is overduidelijk. Dit terwijl juist de choreografie versimpelen een stuk interessanter en vermoedelijk goedkoper zou zijn.

Michiel de Ruyter, de vorige film van regisseur Roel Reiné had last van hetzelfde probleem: veel te lange en erg herhaaldelijke vechtscènes.

Terug naar het verhaal. St. Willibrord trekt naar een van de heilige eiken van de heidenen met een contingent Franken en begint hem om te hakken onder luid protest van de Friezen. Visueel was dit een van de mooiste scènes van de film. Redbad komt tussen beiden en poogt Willibrord te weerhouden de eik om te hakken, maar wordt door de vader van de koning (Redbads beste vriend) verraden aan de Franken, want de vader vreest dat Redbad zijn zoon zal overstijgen in naam en roem. Redbad, zijn Deense vrouw en hun kind worden gevangen genomen en afgevoerd naar… Utrecht. Dit is een wel heel grote historische blunder. Dorestad was waar het huidige Utrecht ligt, de grootste stad van de lage landen destijds. Opeens brengt de film ons naar het niet bestaande Utrecht, dat ook nog eens geheel opgetrokken is uit steen, met geplaveide straten. In de zevende eeuw stond er in geheel de lage landen geen gebouw van steen, buiten mogelijk wat restanten van Romeinse forten aan de Rijn en hier en daar een recent opgetrokken Frankische kerk. Een van steen gebouwd Utrecht bestond absoluut niet. De filmmakers hebben duidelijk weinig interesse in geschiedenis, wat raar is voor een historisch drama. Karel Martel spreekt met Redbad in de kerkers van “Utrecht” over de nutteloosheid van geloof, waar Redbad eigenlijk maar weinig tegenin brengt, en vertelt Redbad dat hij zijn zoon gegijzeld zal houden. St. Willibrord poogt daarna Redbad te dopen, in aangezicht van de voltallige Friese adel. In eerste instantie lijkt Redbad toe te geven, maar tijdens de doop zelf verandert hij van gedachten en spoort hij de Friezen aan zich te verzetten, die prompt de aanwezigen Franken afslachten. Tijdens de strijd sneuvelt de Friese koning en de Friezen weten niet te voorkomen dat Karel Martel Redbads zoon ontvoert en de stad ontvlucht. Redbad rouwt om zijn gevallen vriend en wordt zelf tot koning benoemt.

De film eindigt met de uiteindelijke ontzetting van Dorestad. Wederom toont de film wat irritante invloeden van Hollywood. De Friezen gooien brandende balen hooi tegen de Frankische linies, de Franken schrikken van een maansverduistering terwijl de heidenen wisten dat deze zou komen omdat zij de sterren volgen. Dergelijke dingen. Uiteindelijk weten de Friezen en Denen de Franken te verslaan door via zowel land als zee aan te vallen. Karel Martel poogt te ontsnappen met Redbads zoon, maar wordt van zijn paard geworpen. Een van Karel Martels mannen werpt een speer richting het kind zodat Karel Martel kan ontkomen en Redbads oude vlam werpt zich voor de speer om het kind te redden. Zo offert zij zichzelf uiteindelijk toch nog op. De film eindigt met de bootbegrafenis van de gevallenen, een brandend Dorestad en het vrij deprimerend bericht dat de Franken alsnog Friesland wisten te veroveren en kerstenen na Redbads dood.

Al met al zou ik de film 7/10 geven, met een +1 puur omdat het een Nederlandse film is. Het is niet als zodanig een echt slechte film, alleen zou men er goed aan hebben gedaan wat van het budget uit te geven aan een paar extra script schrijvers en een historicus of 2 om het aan de werkelijkheid te toetsen en het script wat meer diepte te geven. En de helft van de vechtpartijen hadden eruit kunnen worden geknipt en de choreografie verbeterd. Er zijn zat H.E.M.A. scholen in Nederland die ongetwijfeld met alle plezier mee willen werken aan het verbeteren van de actiescènes van Roel Reiné’s films.

Met name geloofwaardige motivaties ontbraken bij de personages en er waren een paar vrij overbodige plotlijnen. Het plot was ook wat snel en gaf niet genoeg tijd aan de personages om zich uit te diepen. Redbad zou volgens de filmmakers een geloofscrisis doorgaan tijdens de film, maar zelf heb ik daar weinig van gemerkt.

Het resultaat is dat Redbad met enige regelmaat zwijgend stilstaat met een ernstige blik, maar het personage is niet goed genoeg geschreven om te ontwaren waarom precies.

Wat wel erg voor de film pleit is haar impliciete nationalisme. Het is een film over het verdedigen van volk en vaderland tegen een binnengevallen leger dat met geweld een vreemde religie wil opleggen. De film staat vol met retoriek over het belang van traditie en gebruik, dat het verzaken van traditie een volk ontaard en haar voorouders beschaamd. Meerdere keren valt de zin “voor ons volk” en dat is het Friese volk, een duidelijk volksnationalistische uitspraak. Ook wordt er een sterke opofferingsretoriek uitgedragen. Leiders worden aangemoedigd het belang van het volk boven zichzelf te stellen, zich op te offeren in de strijd. Individuen moeten zich opofferen voor het volk, zoals de maagden die vrijwillig in het vuur stappen om de oogst te reden. Het Volk als collectief moet boven alles gered worden en egoïstische belangen dienen daaraan ondergeschikt te zijn, een boodschap die wij bij Erkenbrand volhartig omarmen. De film pleit voor het behoud van het eigene, eigen volk, eigen religie, eigen gebruiken en om zich te verzetten tegen de opgedrongen ideologieën van buitenlanders.

Het is de tweede nationalistische film van Roel Reiné, na Michiel de Ruyter en we moedigen hem aan in zoverre hij films van Nederlandse bodem maakt, over Nederlandse geschiedenis en met een zekere onverschrokken trots in ons verleden. Dat soort films brengen een herleving van volksbewustzijn en trots in ons volk en zijn een tegengif tegen het omnipresente cultuurmarxisme dat in de rest van de cultuur is doorgedrongen. Het enige dat ik zou wensen is dat hij in de volgende film iets meer moeite in het script en de personages steekt en wat minder geknok op het scherm zet.

-Éordred

2 COMMENTS

  1. Bedankt voor het stuk. Geeft veel historische context. Goede analyse! Ga hem morgen kijken. Fryslân Boppe!

Comments are closed.