26 juli 1581: Onafhankelijkheidsverklaring van de Nederlanden

verlatingsplakkaat
Het ‘Plakkaat van Verlatinghe’

Op 26 juli 1581 riepen de Nederlanden de onafhankelijkheid uit, met de ondertekening van het zogenaamde “Plakkaat van Verlatinghe”.

De opstand van de Nederlanden tegen hun tirannieke landsheer Philips II, de machtige koning van Spanje, was al dertien jaar bezig, maar kwam nu in een beslissende fase. Voorheen werd in verklaringen van de opstand, zoals in de ‘Pacificatie van Gent’ en zelfs nog in de ‘Unie van Utrecht’, gezegd dat men de koning trouw bleef en enkel de Spaanse soldaten bevocht. We zien dit ook terug in het ‘Wilhelmus’ dat verklaart: “Den Coninck van Hispangien heb ick altijt gheeert.” Met het Plakkaat zegden de Nederlanden echter de eed van trouw aan koning Philips definitief op. Men ‘verliet’ hem, vandaar de naam van de verklaring.

De voornaamste ondertekenaars van het Plakkaat waren Vlaanderen, Brabant, Holland, Zeeland, Gelre, Utrecht en Friesland. Het zou echter tot 1648 duren voor de onafhankelijkheid, en dan nog slechts van de noordelijke gewesten, bevochten was.

koning Philips II
Koning Philips II

Het Plakkaat stelde dat koning Philips door zijn tirannieke optreden zijn recht op de heerschappij in de Nederlanden verspeeld had. Het volk was de rechtmatige vorst slechts trouw verschuldigd als deze de rechten en vrijheden van het volk respecteerde. Het was geen opstand van protestanten tegen katholieken. Vele ondertekenaars, en ook Willem van Oranje, waren nog steeds katholiek. Het ging om het protest tegen het schenden van de burgerlijke vrijheden door de koning. Dit weerspiegelt het typisch Nederlandse burgerlijke zelfbewustzijn, zoals Willem van Oranje het formuleerde tijdens zijn oudejaarstoespraak in de Raad van State in 1564:  “… ik kan niet goedkeuren, dat vorsten over het geweten van hun onderdanen willen heersen en hun de vrijheid van geloof ontnemen…”. (Een uitspraak die de huidige linkse regenten in hun zak kunnen steken).

De Staten-Generaal ontsloegen zich van hun eed van trouw aan de koning, en zwoeren een nieuwe eed aan de Verenigde Nederlanden. Dit betekende overigens niet dat men een republiek beoogde. Een land zonder vorstelijke landsheer bestond vrijwel niet in Europa, en in het begin zocht men daarom naar kandidaten om de vorstelijke heerschappij over te nemen.

Nicholas_Hilliard - Anjou
François d’Anjou

Men vroeg eerst hertog François d’Anjou, de jongste zoon van de koning van Frankrijk. Deze probeerde door een staatsgreep de macht van de Staten Generaal te breken, en onderhandelde bovendien in het geheim met koning Philips over het uitleveren van de Vlaamse steden aan Spanje. Daarna volgde de onbekwame Robert Dudley, graaf van Leicester en vertegenwoordiger van koningin Elisabeth I van Engeland. Tenslotte wilde men Willem van Oranje als landsheer vragen, maar deze werd op 10 juli 1584 vermoord door Balthasar Gerards, een huurmoordenaar van koning Philips. Uiteindelijk riepen de overgebleven zeven noordelijke gewesten in 1588 de republiek uit.

De betekenis van het Plakkaat van Verlatinghe is nationaal en ook  internationaal zeer groot geweest. Hij heeft onder andere de Amerikaanse ‘Declaration of Independence’ beïnvloed. Net als het Plakkaat begint deze met een zeer uitgebreid voorwoord waarin de verklaring ideologisch wordt gerechtvaardigd door een lange lijst beschuldigingen aan het adres van de vorst van schendingen van de burgerlijke vrijheden en rechten. Het lijkt zeer waarschijnlijk dat Thomas Jefferson bij het schrijven van de Amerikaanse verklaring het voorbeeld van het Plakkaat voor ogen stond.
 
Alle afbeeldingen zijn afkomstig van wikimedia.org