1969-2019: een halve eeuw vervlogen dromen

Het is vandaag dinsdag 16 juli 2019 en dus een halve eeuw geleden dat Neil Armstrong, Edwin “Buzz” Aldrin en Michael Collins met hun Apollo 11 raket vanaf lanceerlocatie 39A op het Amerikaanse Cape Canaveral vertrokken voor de eerste bemande vlucht naar de Maan.

Met donderend geweld verhief het wonder van vernuft, zo groot als de Utrechtse Domtoren, zich van de aarde en begon het gevaarte z’n klim naar de ruimte.

Amerika had met het Apolloproject een huzarenstukje geleverd. Slechts iets meer dan 8 jaar eerder kondigde President John F. Kennedy in een toespraak het Amerikaanse voornemen aan om nog vóór het einde van het decennium een mens op de maan te laten wandelen en hem veilig weer thuis te brengen.

Velen twijfelden destijds of zo’n ambitieus doel in zo’n kort tijdsbestek gerealiseerd kon worden, maar het was de Verenigde Staten van Amerika gelukt.

De prijs die ervoor betaald moest worden viel zowel in mensenlevens uit te drukken als in financiële middelen.Verscheidene testpiloten en astronauten hadden met hun leven betaald om het doel te bereiken. Het Apollo project en de voorlopers Mercury en Gemini hadden de Amerikaanse schatkist een slordige honderd miljard dollar gekost.

Maar opgeven was geen optie.

Verscheidene testpiloten en astronauten hadden met hun leven betaald om het doel te bereiken. Het Apollo project en de voorlopers Mercury en Gemini hadden de Amerikaanse schatkist een slordige honderd miljard dollar gekost.

Maar opgeven was geen optie.

De kracht van het Westen

Het was deze instelling die zo kenmerkend was voor het Amerika van 50-60 jaar geleden: van jong tot oud en in alle lagen van de bevolking was iedereen doordrongen van een nationale trots, vastberadenheid en besef van het Amerikaanse exceptionalisme.

Het was de tijd van het geloof in de vooruitgang, van een rotsvast zelfvertrouwen en van een grenzeloos optimisme.

Het was ook de tijd dat de Verenigde Staten van Amerika nog héél wat homogener van demografische samenstelling waren, dat de bevolking traditioneler in de opvattingen was en de huidige politieke en sociale polarisatie iets ondenkbaars leken. Dat er sprake was van een machtige vijand met botsende visie op de samenleving in de vorm van het gevreesde Soviet-rijk droeg daar zeker aan bij.

Als u mij vraagt om één kenmerk te noemen wat het Apolloproject voor mij persoonlijk betekent dan is het wel ons enorme potentieel als westerse beschaving om grootste doelen te bereiken, míts we samenwerken en we worden uitgedaagd en gemotiveerd om met zelfvertrouwen en trots naar onszelf te kijken.

Geef ons een doel, geef ons de middelen, geef ons een gedeeld belang en we bereiken wat er maar van ons verlangd wordt.

Dat was dus de zomer van 1969.

In minder dan een decennium tijd hadden we het onmogelijke volbracht.
Velen zagen destijds de snelle ontwikkelingen als hoopgevende tekenen van grootste zaken die ongetwijfeld binnen afzienbare tijd ook gerealiseerd gingen worden:

Een permanent bemande basis op de maan?

Een reis naar Mars?

Nucleaire aandrijving van ruimtevaartuigen?

Een nederzetting ter grootte van een kleine stad in een zogeheten Lagrange punt tussen de aarde en de maan?

Als kind las ik de uitgebreide collectie National Geographic’s in mijn ouderlijk huis van kaft tot kaft. Vooral de edities met artikelen over de maanreizen en de plannen van de Amerikaanse wetenschapper Gerard O’Neill om die hierboven genoemde nederzettingen in de lagrangepunten te realiseren kon ik letterlijk spellen.

Maar na het Apolloproject kwàm er geen nieuwe ambitieuze doelstelling. De doelstellingen werden bescheidener, de budgetten krompen. En zo kan het dat een halve eeuw later de mensheid nog steeds geen voet heeft gezet op Mars, er nog steeds geen nucleaire aandrijving is en geen mens heeft sinds 1972 nog een voet gezet op onze maan, laat staan dat er een permanent bemande basis is.

Ook de prachtige ‘artist impressions’ van de steden in de ruimte naar ideeën van Gerard K. O’Neill zijn nooit verder gekomen dan de tekentafel.

https://www.amazon.com/High-Frontier-Human-Colonies-Apogee/dp/189652267X 

Opkomst van het links-progressivisme

Ongeveer tegelijkertijd met de eerste mensen op de maan op 21 juli 1969 vond er op aarde in het gehucht Bethel in de Amerikaanse staat New York een ander soort grootste gebeurtenis plaats: Het Woodstock popfestival dat van 15 tot en met 18 augustus 1969 gehouden werd. Het was het meest spraakmakende en kenmerkende muziekfestival van het hippietijdperk en heeft een halve eeuw nadien nog steeds een haast mythische uitstraling.

Ik heb ooit horen zeggen dat Woodstock niet zo maar een popfestival was maar ook een soort overwinningsritueel voor mensen met een heel ander soort toekomst voor ogen voor Amerika en de rest van de westerse beschaving dan degenen die het Mercury-, Gemini- en Apolloproject mogelijk hadden gemaakt.

Geen Amerika van ruimtevaart, wetenschap en grootse doelstellingen maar een Amerika van sociale experimenten.

De hippiebeweging met haar ideologie van ‘love, peace and happiness’ van vrije liefde, van experimenten met drugs, seks, alternatieve samenlevingsvormen, nieuwe vormen van spiritualiteit was na een kwakkelende start eindelijk omarmd door de mainstream en was overal in de westerse wereld aan een opmars begonnen. Eerst voorzichtig en op het oog onschuldig, daarna steeds nadrukkelijker aanwezig begon dat wat wij heden ‘cultuurmarxisme’ , ‘progressivisme’ en ‘liberalisme’ zouden noemen zich in te graven in de samenleving.

Terwijl de invloed van deze nieuwe levensbeschouwing steeds groter werd werden ook de zwarte kantjes steeds zichtbaarder. Het was met name de traditioneel en conservatief ingestelde middenklasse die de mensheid naar de maan had gebracht. Het kerngezin van vader, moeder en kinderen. Vaak trouwe kerkgangers, patriottisch ingesteld, toegewijd lid van de National Rifle Organisation.

Uiteraard had ook dit slag Amerikanen z’n sores en tekortkomingen. Maar het zijn de zwarte kantjes van de nieuwe levensbeschouwing die ik wil noemen.

Drugsgebruik, geslachtsziekten, verslaving, seksuele promiscuïteit, bandeloosheid, depressies en andere geesteszieken, echtscheiding, tienerzwangerschappen, abortus et cetera.Het liberalisme en het conservatisme hebben enkele decennia min of meer naast elkaar bestaan maar naar mijn mening heeft het liberalisme, cultuurmarxisme of ‘progressivisme’ sinds een decennium alle remmen losgegooid. Waar voorheen een bepaald status quo gold en men elkaar min of meer een eigen levensrichting gunde is het liberalisme steeds dwingender en agressiever geworden.

Sinds het Obama tijdperk lijken alle remmingen overboord gegooid. Genderwaanzin, transgenderisme, seksuele uitspattingen in alle openbaarheid, de eerste verontrustende aanzetten om pedofilie acceptabel te krijgen, halfnaakte kinderen die mee dansen in Gay Pride parades, de militante roep om ‘diversiteit’ in alle blanke landen ( en alléén maar in blanke landen).

Militant atheïsme en feminisme zijn heden alomtegenwoordig. Daarbij is een soort collectieve zelfhaat ontstaan van blanken die hun eigen etniciteit als iets ondraaglijk zien. Ik kan nog eindeloos doorgaan maar de kern van mijn betoog moge duidelijk zijn: de links-progressieve beweging in de westerse beschaving heeft ons weinig tot geen vooruitgang gebracht. Integendeel, het heeft onze beschaving, die ooit raketten naar andere hemellichamen lanceerde, gereduceerd tot een vermoeide samenleving van decadente hedonisten, materialisten en cultuurrelativisten.

In plaats van de tickertapeparade om astronauten en hun grootste prestaties te eren is er nu de Gay Pride parade om de liefdeloze lust en decadentie te vieren.

In plaats van studenten die dromen van een carrière als natuurkundige, ingenieur of astronaut hebben we nu de nieuwe letselschade- of echtscheidingsadvocaat of de nieuwe marketingstrateeg die in de reclamewereld nieuwe manieren gaat vinden om mensen nog meer spullen te laten kopen die ze niet nodig hebben.

Hernieuwd toekomstoptimisme

Maar ik schrijf dit niet vanuit een gevoel van defaitisme en fatalisme. Ik zie dit niet als een verloren strijd. Anders zou ik mijzelf niet dagelijks vol goede moed inzetten voor het Erkenbrandstudiegenootschap.

Ik zie de afgelopen halve eeuw als een tot op zekere hoogte verloren tijd waarin we zoveel meer hadden kunnen bereiken dan we vandaag de dag hebben bereikt.

Maar deze tijd zal voorbij gaan. Uiteindelijk zal het postmodernisme in al z’n leegheid en lelijkheid de mensheid geen blijvend geluk of voldoening schenken. Meer traditionele levenswijzen zullen uiteindelijk overwinnen.

De toekomstige generaties zullen op deze tijden terug kijken als verloren decennia!

Misschien wel vanaf een optrekje op de maan, op Mars of één van Gerard K. O’Neill’s gigantische ruimtestations.

Tom van Dam

3 thoughts to “1969-2019: een halve eeuw vervlogen dromen”

  1. Precies beschreven zoals ik dat ook al lange tijd ervaar! Dagelijks lezen we nieuwe berichten in de kranten over hoe de Social Justice Warriors weer iets vinden om aan de kaak te stellen. Het traditionele gezin, gendergekte, klimaat, strafrecht, migratie….steeds weer moet iets “anders” en gek genoeg gaan overheden daar vaak ook nog in mee. Dit uit angst om als conservatief, racistisch of zelfs fascistisch te worden bestempeld.
    SJW-organisaties zien kans om via buitenparlementaire weg, vaak via het onderwijs en de media, maar ook via de rechter, hun ideeën door te drukken en tot overheidsbeleid te maken.

    Momenteel is er weinig zicht op verandering. Inmiddels zijn zeker drie generaties opgegroeid met cultureel-marxistische denkbeelden. Iets waar ze zichzelf niet van bewust zijn, maar wat er wel stevig in geprogrammeerd is. De verandering die ik sinds enkele jaren bespeur hierin, is dat men steeds vaker bereid is om de ideeën desnoods met geweld op te leggen. In discussies met mensen merk ik een militante houding die ik eerder alleen bij kleine groepen radicale figuren bespeurde. Maar nu kun je in gesprekken met gewone, dagelijkse mensen ook al te maken krijgen met in het beste geval stevige verbale agressie. Mensen keren zich zelfs van je af als je de verkeerde ideeën hebt naar hun smaak.
    Dat is zorgwekkend, want zo krijgen liberale en SJW-ideeën nog meer kracht en zullen er nóg meer dingen worden opgelegd die wij eigenlijk helemaal niet willen.

    1. Gelukkig zie je ook een steeds luidere tegenreactie hierop! De blanke Europeaan en Amerikaan begint er flink tabak van te krijgen om de schuld te krijgen van alles wat slecht is behalve het uitsterven van de dinosauriërs. Steeds meer mensen geven openlijk tegengas en als die sneeuwbal eenmaal langzaam maar zeker een lawine wordt zal dat steeds meer mensen met zich meekrijgen. Nu moet er, jammer genoeg, nog veel anoniem. Dat zal niet eeuwig zo blijven.

      Vroeger mocht je niets negatiefs zeggen over de oh zo zielige moslims. Nu doen veel mensen dat – eindelijk! – wel openlijk. Ook zaken als rasrealisme kunnen niet eeuwig onder het tapijt blijven omdat rasrealisme overeenkomt met hoe mensen de wereld waarnemen. Niemand zegt dat pygmeeën net zo slim zijn als Japanners, maar volgens rasdogmatici is dat wel het geval.

      Verspreid de artikelen zoveel mogelijk en op een dag begint misschien iemand spontaan in je omgeving erover en kan je aanhaken. Dat zullen er steeds meer worden! Het is nu even een lastig moment met censuur van techreuzen, maar kunnen ze miljoenen Europeanen en Amerikanen ketenen? Als het aan ons ligt niet!

Reacties zijn gesloten.