Home Blog

Wat is het nut van een Soedanees?

1

Rik van der Rakt was een 18-jarige man uit Nistelrode die in de vroege ochtend van 19 april 2020 werd vermoord, terwijl hij op weg was naar zijn werk. Hij werd van achteren aangevallen door een Soedanese asielzoeker met de naam Ayoub Abdallah Y. Deze had zich een paar minuten eerder verscholen in het struikgewas, kennelijk om een slachtoffer op te wachten. Toen Rik langsfietste sprong Y. tevoorschijn en stak een mes in zijn rug, waarmee hij de longen en slokdarm doorkliefde. Rik overleed ter plekke aan zijn verwondingen.

Ayoub Abdallah Y. ontkende betrokkenheid bij de dood van Rik en legde verschillende leugenachtige verklaringen af over het bloed op zijn kleding. Ontkennen was echter zinloos, want zijn aanwezigheid was op camerabeeld vastgelegd en het bloed op zijn kleding bleek afkomstig van het slachtoffer. De dader werd psychologisch onderzocht, hij bleek te lijden aan een psychose en moest als ontoerekeningsvatbaar worden beschouwd.

Y. werd begeleid door de gemeente. Vanwege de ophef huurde de gemeente een onderzoeksbureau in die vaststelde dat de gemeente geen schuld had. Het probleem zou de privacywetgeving zijn, waardoor de gemeente niet wist dat Y. medicatie slikte en daardoor zijn situatie niet goed konden inschatten, toen zij hem een zelfstandige woning aanboden. Extra toezicht was achteraf beter geweest, want Y. was direct gestopt met het nemen van medicatie, nadat hij zijn nieuwe woning had betrokken.

Door naar de privacywetgeving te wijzen weet de gemeente ook wel dat de verontwaardiging zal doodlopen, want de medische geheimhoudingsplicht gaat niet veranderen door deze zaak. Het is slechts een deflectie, een afleiding van het werkelijke probleem.
Voor wie de zaak heeft gevolgd zal opvallen dat niemand de fundamentele vraag stelt waarom deze Soedanees zich überhaupt in Nederland bevond. Economische redenen kunnen het niet zijn, want het is al lang bewezen dat een asielzoeker onder de streep niets oplevert. Onder Afrikaanse migranten zijn de werkloosheidspercentages zelfs het hoogst, ook na jarenlang verblijf, tot wel 70%. Het moge duidelijk zijn dat niemand deze Soedanees een status, een inkomen en een woning geeft om economische redenen.

Het gemiddelde IQ van een Soedanees is 71, wat in een hoogtechnologische maatschappij als de onze nauwelijks genoeg is om zelfstandig te kunnen functioneren, zelfs als je de taal spreekt. Mensen met zulke lage intelligentie raken makkelijk overbelast, wat allerlei sociale en psychische problemen geeft. Bij Afrikanen zoals Y. komt psychose 500% vaker voor. Wie werkelijk met Afrikanen is begaan, doet er alles om hen in Afrika te houden, waar ze kans maken en ze thuishoren.

De waarheid is dat Ayoub Abdallah Y. rondliep in Oss omdat er een bewust beleid is om Nederland en Europa te ‘diverser’ te maken, dat wil zeggen minder blank. Types als Frans Timmermans zeggen dat gewoon. Dat dit doden kost, nemen zij op de koop toe en lijkt zelfs deel van het plan te zijn. De dood van Rik van der Rakt was te voorkomen geweest. Zijn dood valt de gehele bestuursketen aan te rekenen, van hoog tot laag: in de eerste plaats de genocidale bureaucraten aan de top, aangevuld met de minister van Veiligheid en Justitie, de IND-medewerker die Y. een verblijfsstatus gaf en tenslotte de burgemeester die hem toeliet in zijn gemeente. Zij dragen schuld, zij hebben bloed aan hun handen.

Y. zal niet terugkeren in de Nederlandse samenleving. Hij zal een TBS behandeling ondergaan en daarna uitgezet worden. De gemiddelde TBS behandeling duurt 8-9 jaar maar omdat uitzetting lastig is, kan het makkelijk langer duren. Met een prijskaartje van bijna 500 euro per dag hebben we het over behandelkosten die zullen oplopen tot circa 17-18 miljoen euro. Wat precies krijgt Nederland daarvoor terug? Wat krijgen de ouders van Rik terug? Deze waanzin moet ophouden.

De zen van het bouwen van een blokhut

1

Een tussenjaar is een onderbreking van de geplaveide weg. Voor de Corona crisis was het een periode waar veel jongeren naar toe leefden. Het was een tijd om te gaan backpacken in Australië, vrijwilligerswerk te doen in Patagonië, of in een Nepalees klooster te mediteren. Bij vertrek op de luchthaven stonden ze vaak voor het eerst op eigen benen, klaar om in verre oorden het leven in te nemen.

Nu alles anders is, zoeken jongeren noodgedwongen het avontuur dichter bij huis. Een van de weinige voordelen van de huidige maatregelen is dat mensen vaker in de natuur te vinden zijn. De bossen – onder de bladeren en tussen de stammen – is waar onze voorouders vandaan komen. Het woord Holland is afgeleid van het Oudnederlandse Holtlant, of Hout-land.

Toen de Arabische handelsreiziger Ibn Fadlan in de 10e eeuw Vikingen ontmoette, noteerde hij dat zij altijd een bijl bij zich hadden. Deze mensen zijn er nog steeds, zij leven in ons voort. In deze video zien we een moderne viking met niet meer dan een bijl, adze en haalmes een blokhut bouwen. Een vaardige houtbewerker is een genoegen om naar te kijken.

Bijna middernacht

0

De ogen geopend kijk ik om mij heen
Geen boom geen veld geen gras geen veen
Een eindeloze betonnen vlakte
Het zuigt mijn ziel leeg, brengt mij zwakte
Ik sta nu op en ruik de geur
Van industriële zielsterreur

Wandelen nu, op zoek naar een ziel
Een vriendelijk woord dat mij beviel
En vind weldra een slavenvolk
Die de borst van Zion langzaam molk
Met verplicht de blikken naar Jeruzalem
De ziel gedoofd, monotoon in stem

Ik stel de vraag wat is gebeurt
Blikken wenden zich af alsof men zeurt
Dan maar zelf naar antwoorden speuren
Door oude geschriften met oude geuren
En leer over gevaren niet afgewend
Toen verdoofd door extase het volk werd miskend

Hoe anders de aarde toen ik zo klein
De wereld zag als vanuit een trein
Denkend aan dagen van lang geleden
De mensheid vol geestdrift beklom de treden
Prometheus vuur zou ons weldra sturen
Naar Mars en Venus en waarheen wij konden turen

Nu is mijn volk in de val getrapt
De vampier zette de val, en wij toegehapt
Uitgedoofd als nimmer tevoren
Nog slechts leven om hen te bekoren
Een duivels plan van eeuwen oud
Te laat bemerkt en nu ontvouwd

Als vee gemolken van ons levenslicht
En voor de parasiet gezwicht
Hoe heeft het dan zo kunnen komen
De mens vol licht, liefde en dromen
Nu nog slechts voor de ouden van dagen
Waardevolle herinneringen om het te verdragen

Ik slenter verder, mijn hart zo leeg
Langs troosteloze straat en steeg
En als insecten opgesloten
In megasteden bloed vergoten
Als Winston Smith een sprankje hoop
De rebellie in mijn hart kroop

Dit kan en mag het einde niet zijn
En wijs het slavenvolk op de pijn
Waarom verdragen wat men niet verdragen hoeft
Waarom niet rebelleren tegen het bedroefd
Ik pak een willekeurig man bij de arm
Zijn blik zo leeg en doch zijn hand zo warm

Zo hoeft het u niet te vergaan
Als wij tegen de parasieten opstaan
Maar deze licht gekleurde man
Verstaat mij niet omdat hij niet kan
Zijn meesters die hij dienen moet
En geeft aan Zion weer zijn bloed

En dan besef ik, mijn ziel stroomt leeg
Het stadium gepasseerd, de kans die ik kreeg
Niet met beide handen aangenomen
Toen ook ik verdoofd door Globalisten dromen
En als een laatste daad van verzet
Verhef mijn vuist tot men het ook mij belet

Stampende soldatenlaarzen op mijn gezicht
Men neemt mij mee naar het gesticht
De dienaren van deze duivelse heren
Voor mij rest nu nog slechts bekeren
Berouwvol buigen voor dit diabolisch ras
Of mij rest de dood en begraven onder gras

Dan plots, door buiten op de straat
Een laat geluid, een droom zo kwaad
Ik draai mij om en lees de tijd
Bijna middernacht, uit de slaap bevrijd
Ik besef men kan nog kiezen
Er is nog tijd, en geen tijd te verliezen

Eduard

De Negrificatie van onze cultuur

1

Demografische en culturele veranderingen brengen verregaande consequenties met zich mee, waarvan sommige niet direct zichtbaar zijn maar geleidelijk aan de oppervlakte komen. Met name de degeneratie van de Amerikaanse cultuur zit verontrustend diep in de Europese cultuur en beïnvloedt langzaamaan alle facetten van het leven. Middels het boek ‘The Bow and the Club’ van Julius Evola pogen we hier aan weergave van te geven met betrekking tot onze eigen situatie.

De industrialisering en het daarmee gepaarde materialisme, zorgen voor een vervlakking van de samenleving. Het leven wordt in zijn verschillende aspecten ontdaan van zijn spirituele (in Traditionele zin) betekenis. Een antidotum hiervoor zou liggen in een terugkeer naar Traditie, ondersteund door een levend en hoger principe binnen in de samenleving. In plaats daarvan wordt dit antidotum op een andere plek gezocht in de vorm van een compensatie, namelijk in de negroïde cultuur. De westerling probeert zijn tekort aan leven te compenseren door middel van imitatie van de zwarte cultuur in gedrag en geest. Zelfs bij Amerikanen waar geen gemengde huwelijken in de stamboom hebben plaatsgevonden is deze metamorfose duidelijk te zien.

Om te beginnen hebben de culturele uitingsvormen in het westen een primitiever karakter gekregen. Het zogeheten (en inmiddels genormaliseerde) ‘twerken’ en de moderne straattaal zijn voorname voorbeelden. De negroïde elementen zijn ook terug te vinden in de ritmische, primitieve vorm van muziek die steeds gangbaarder wordt in de westerse cultuur. Zelden is populaire muziek nog samengesteld uit complexe uitingsvormen of betekenisvolle teksten. In plaats daarvan is er plek vrij gemaakt voor sentimentele (humanistische) teksten, vaak simplistisch herhalend met weinig onderscheid en een simpele basale ondertoon, gericht op maximale verkoop. Aan de andere kant zien we een primitieve brutaliteit in drillraps naar voren komen. Deze sentimentele, labiele uiting is compleet onderdeel geworden van de Amerikaanse, en in mindere mate de Europese, cultuur. De gesproken taal wordt eveneens ontdaan van zijn complexiteit en krijgt een verloederd karakter. In Nederland zien we dit gebeuren doordat steeds meer exotische woorden (Engels, Arabisch en Afrikaans) hun intrede doen in de gesproken taal, hetgeen parallel loopt met een versimpeling van de semantiek, een ontwikkeling die we in vrijwel alle Europese talen tegenkomen.

Alle aspecten van psychisch functioneren maken bij de westerling een zorgwekkende devolutie mee. De bekende psychoanalyticus Carl Jung viel dit al decennia geleden op tijdens zijn bezoek aan de Verenigde Staten. Hij beschreef het negroïde component in de Amerikaanse psyche in zijn verzamelde essays ‘Amerikastudien’ als volgt (p. 635):

“Een ander ding dat mij opviel [in de Amerikaan] was de grote invloed van de neger, een natuurlijke psychoanalytische invloed die niet door het vermenging van bloed kwam. De emotionele manier waarop een Amerikaan zichzelf uit, in het bijzonder zijn lachen, kan het beste bestudeerd worden aan de hand van de Amerikaanse etiquette; de onnavolgbare lach van Teddy Roosevelt is in zijn primordiale vorm terug te vinden in de Amerikaanse neger. Het bijzondere loopje met losse gewrichten, of de swingende heupen die we zo vaak terugvinden bij de Amerikanen, komen ook van de neger. De Amerikaanse muziek haalt zijn inspiratie van de neger, wat ook geldt voor zijn dansen. De uiting van religieus gevoel, de opwekkingsbijeenkomsten, ‘holy rollers’ [vorm van dansen bij het ‘bezeten zijn’ door de Heilige Geest] en andere abnormaliteiten zijn sterk beïnvloed door de neger. De levendigheid van de gemiddelde Amerikaan, welke zichzelf niet alleen laat zien in honkbalwedstrijden maar in het bijzonder in zijn liefde voor het praten – het eindeloze gebrabbel van Amerikaanse tijdschriften is hier een welsprekend voorbeeld van – is maar schaars afgeleid van zijn Germaanse voorouders en lijkt veel meer op het gebabbel van een negerdorp. De bijna complete afwezigheid van een privéleven en de bijna alles-verzwelgende socialiteit doen denken aan het primitieve leven in open hutten, waar er een volledige identiteit met alle leden van de stam is.”

Jung gaat in zijn essay nog verder op dit onderwerp door langs dezelfde lijn, waarbij hij uiteindelijk de vraag stelt of de bewoners van het nieuwe continent nog wel beschouwd kunnen worden als afstammelingen van Europeanen.

“De brutaliteit die de Amerikaanse cultuur karakteriseert is ook van negroïde orde, die van tijd tot tijd zelfs wordt overtroffen door blanke Amerikanen die hun kinderlijkheid vaak delen met hun zwarte kameraden. De brutaliteit is ook te zien films en tv-shows, waar een perverse obsessie met geweld de norm is. Dit geweld wordt door de Amerikaan gelijkgesteld aan masculiniteit. Deze ‘mannelijkheid’ is echter niks anders dan alweer een primitieve vorm van wat ooit een nobele vorm van mannelijkheid was. Dit is te bevestigen als we naar het innerlijk kijken van de gemiddelde Amerikaan; zacht en vormloos – een inconsistente sentimentaliteit. In zijn primitiviteit verwart hij grootte met grootsheid. Hier zien we een arrogantie vorm van kwantitatief denken terugkomen dat we zelfs terugvinden in het sportdomein van de Amerikaan. Een dergelijke gezonde en fysieke uitstraling is niet meer aan de orde. Deze verwarring met grootsheid en grootte zien we ook in de economische, industriële en technologische sector. Alles moet groot, alles moet extra en alles moet overdreven.
De obsessie met seks ligt in dezelfde lijn. We hoeven ons hier niet te beperken tot slechts één categorie, omdat het onderwerp seks zich heeft verspreid tot vrijwel elk denkbare categorie die er bestaat. Seks is compleet vervreemd van zijn diepere kant, waarbij kwantitatieve maatstaven alweer een beslissende rol spelen. Ook deze primitieve obsessie met de geslachtsdelen van mannen en vrouwen en het aantal bedpartners kunnen we herleiden naar dezelfde bevolkingsgroepen.”

De analyse die hier is gegeven met behulp van inzichten van Julius Evola is ook van toepassing op het Europese continent, dat te maken heeft met een zorgwekkende invloed van de Amerikaanse cultuur. Hitler zei ooit dat als we naar de Amerikaans cultuur kijken, dit slechts een combinatie is van de Joodse en negroïde cultuur. Dit is correct. Het perverse materialisme heeft zich vermengd met brute primitiviteit en is zo een giftige culturele cocktail geworden die zich verspreidt over Europa en de rest van de wereld. De degenerate westerse samenleving ziet langzamerhand zijn laatste fundamenten wegrotten. Het is van essentieel belang dat men zich oriënteert op zijn eigen bodem en de Amerikanen laat voor wat ze zijn: een ander volk in hart, ziel en bloed, een archetypische golem. Met zijn wordt hier het zijn, als zijnde, als het wezen van iets bedoelt, in de Heideggeriaanse betekenis van het woord.

~ Kalki

Day of the Rope

0

Enige tijd geleden behandelden we het kanaal Blackpilled van de Amerikaanse schrijver, blogger en activist Devon Stack:

Voor Blackpilled analyseert Stack de belangrijkste Hollywood producties en voorziet deze van snedig commentaar. Afgezien van blogger en activist is Devon een niet onverdienstelijk schrijver. Van zijn hand verschenen ‘Black Pilled’ (2016), ‘Day of the Rope’ (2018), ‘When Propaganda Is Logos’ (2019) en ‘Pawnbreaking Our Culture’ (2019). Zoals de titel al aangeeft zal ik zijn roman ‘Day of the Rope’ bespreken, wat zich losjes laat vertalen als ‘Bijltjesdag’.

Aan dit boek moest ik spontaan denken vanwege de Qanon adepten die tegen beter weten in geloven dat Joe Biden nog deze avond gearresteerd gaat worden, waarna Donald Trump zal beginnen aan zijn tweede termijn als president en definitief zal afrekenen met zijn politieke vijanden. Er komt echter geen Bijltjesdag. De Qanon mensen gaan de nacht van de ontgoocheling tegemoet.

‘Day of the Rope’ speelt zich af in de tot op het bot verdeelde en licht ontvlambare Amerikaanse samenleving, zoals we die dag na dag voorbij zien komen op het nieuws. Uit de beschrijving van de stand van zaken van de techniek, zoals de smartphone en het livestreamen van gebeurtenissen, valt eveneens op te maken dat de roman zich afspeelt in het heden. Het is zelfs denkbaar dat ‘Day of the Rope’ een sleutelroman is, want bepaalde karakters lijken verdacht veel op hedendaagse politici. Zo is er de personage Alice Green, de gedoodverfde opvolger als President van de Verenigde Staten van Amerika en lieveling van de werkelijke machthebbers zich in de schaduw bevinden. Green wordt beschreven als een onuitstaanbaar kreng dat letterlijk over lijken gaat om gedaan te krijgen wat zij wil. In het boek pleegt zij een rituele moord op een stagiair. Zij wordt echter op een zijspoor gezet door een betrekkelijke outsider in de politiek, die tot schrik van Green en de schaduwmachten met het Presidentschap vandoor gaat. Deze schaduwmachten, die in het boek ‘De oude families in Europa’ worden genoemd, vrezen dat hun invloed wordt ondermijnd. Een spilfiguur is een Joods-Amerikaanse grootkapitalist, mediamagnaat en belegger die als zetbaas van deze oude families optreedt. In hem is makkelijk een sinistere Joods-Amerikaanse miljardair uit het werkelijke leven te herkennen.

In welingelichte kringen zullen de mechanismen van machtswellust en de mediamanipulatie bekend voorkomen. Het is de grote verdienste van Stack geweest om op deze achtergrond een spannend verhaal te schilderen. Centraal in het verhaal staan twee Amerikaanse vrienden van begin dertig, Ethan en Wayne, die als voorvechters van de vrijheid van meningsuiting actief zijn op het internet en in het echte leven manifestaties bijwonen en af en toe een toespraak houden. Heel veel vooruitgang boeken zij niet met hun activisme. Ethan worstelt met zijn geweten en vraagt zich af waarom het mensen zoals zijzelf maar niet lukt om het systeem te veranderen. Het is, ironisch genoeg zijn vriend Wayne die hem uitlegt dat juist activisten – mensen zoals zijzelf – neigen om de regeltjes te volgen die hun vijanden voor hen hebben opgesteld, terwijl die vijanden zelf zich aan geen enkel gebod houden. Toen Ethan deze waarheid tot zich door liet dringen, radicaliseerde hij langzaamaan.

Het verhaal komt in een stroomversnelling als Ethan achter een gruwelijk geheim komt: Wayne leidt een dubbelleven als pedofiel. Dit geeft een overweldigend gevoel van ontgoocheling, zijn trouwe vriend blijkt geen haar beter dan de schaduwelites met hun pizzagate-achtige praktijken. Ethan vindt dan dat zijn vriend, die de onvergeeflijke misdaad heeft begaan van kinderverkrachting, moet boeten met zijn leven, maar hij wil deze straf zodanig ten uitvoer brengen dat het onderdeel wordt van een groter plan. Hij hoopt dat een aanslag de ontevreden, maar passieve en verdeelde massa’s binnen de Amerikaanse samenleving eindelijk tot actie dwingt tegen de schaduwmachten en hun extreemlinkse voetsoldaten, die in het verhaal ‘Antifas’ heten.

Tegelijkertijd met het meesterplan van de hoofdpersoon is een kleine groep ‘White Nationalists’ bezig met een reeks van liquidaties op hooggeplaatste pedofielen.
De leden van de groep zijn goed georganiseerd, uitgerust met voertuigen, wapens, voorraden en safehouses en tot op het bot gemotiveerd om de schaduwmacht een slag toe te brengen. Het hoofdplan van de verzetsbeweging is om een grote aanslag te plegen op de Amerikaanse infrastructuur, waarbij de schuld moet gaan naar de tegenpartij, de ultralinkse Antifas.
De rechterhand van de Joods-Amerikaanse miljardair op leeftijd doorziet echter dat het een ‘valse vlag ‘ operatie betreft en géén aanslag door Antifas, aangezien hij degene is die de acties van Antifas financiert en medeorganiseert. De rechterhand probeert nog via de mainstream media netwerken de schuld bij nationalisten te leggen, maar het is te laat. Het vertrouwen in de mainstream media is inmiddels zo ver gedaald dat het narratief zich niet langer laat sturen. Terwijl het meesterplan van de hoofdpersoon tot een dramatisch en onverwacht einde komt, slaagt de aanslag van de verzetsbeweging glansrijk. Het boek eindigt met de suggestie dat de doos van Pandorra zojuist geopend is.

Stack weet geloofwaardige personages neer te zetten die getuigen van grote kennis van de mediawereld, de financiële sector, de denkwereld van de aanhang van extreemlinks en die van de groeiende groep ontevreden Amerikanen aan de rechterkant van het spectrum. Het boek is een geweldsfantasie, maar bevat tevens veel rijke inzichten van de auteur. Al met al een knap geschreven boek waarover Devon Stack zelf al wist te melden dat als het goed ontvangen zou worden door het lezerspubliek een vervolg te verwachten is.

Om te herinneren

1

Alsof wij, de Hyperboreeërs, het allemaal niet eerder hebben gehoord. Het verhaal waar wij in terecht zijn gekomen is het verhaal van de Toren van Babel, die mooie en grote, door God verheven maatschappij die werd besmeurd met de al te menselijke hoogmoed. Het EU parlement huist in het evenbeeld van de toren van Babel in zowel geest als architectuur, het is hun diabolische machtscentrum.
Niets is minder waar als we zien tot welke gevolgen dit heeft geleid en hoe trouw de modernisten zijn geweest aan hun ideaal. Het idee was oh zo nieuw, maar in zijn herhaling toch oh zo oud. De elite zwakt af en verliest zijn vonk, de rest wordt stuurloos en dronken van hun eigen arrogantie, waarna de zaak implodeert. Massale immigratie, woekerij en de regie van materialisme en kwantiteit vatten de huidige stand van zaken goed samen.

In het oosten komen de communisten op, de aloude vijand. In het westen zien we een kapitalistische maatschappij zijn laatste adem uitblazen en in het midden staan wij, alleen en zonder enig besef van wat ons te doen staat. De situatie lijkt uitzichtloos en verdoemenis lijkt onvermijdelijk. Is dit wel echt zo?

Onze grond wordt bevuild met een wereldbeeld dat ons vreemd is en een type mens dat op niks anders uit is dan de uitbuiting van alles om hem heen, voor niks anders dan kortstondig geluk, voor het tijdelijke. Moeten wij ons hierbij neerleggen? Onszelf begraven en vaarwel zeggen met de woorden ‘het was mooi geweest, tot ziens’? Is dat onze erfenis? Is dat ons lot? Bespuugd, vertrapt, de mond gesnoerd en weggegooid bij het oud vuil? Zodat zij die niet in staat zijn ook maar enige vorm van beschaving uit zichzelf te produceren, nee erger, niet eens in staat zijn tot het dromen ervan, het kunnen appropriëren en ons laten verdwijnen?

De stroom van de wateren waarin wij dreigen te verdrinken zijn sterk, maar wij vergeten dat we het in ons hebben boven deze wateren uit te stijgen en erover heen te lopen. Wij zijn in staat de lelie te zijn die uit het water springt, de ochtendster te zijn die zichzelf laat zien bij elke zonsopkomst, de stralende zon te zijn die de duisternis verlicht en boven de wateren uitstijgt en meester over ze is. Wij zijn, zoals Miguel Serrano ooit eens verwoorde, De kinderen in de schaduw van het licht van de Zwarte zon. Hoe ver wij ook in de diepte in vallen, hoe uitzichtloos de situatie ook lijkt, wat ons kenmerkt is dat wij niet opgeven. Wij buigen niet, wij laten ons niet overlopen, wij laten ons niet de mond snoeren en laten ons niet domineren door een vijand die de wereld wil reduceren tot een hoop getallen en statistieken, tot een wereld van handel, exploitatie en goddeloosheid. Wij hebben geen andere keus dan door te zetten en om eerlijk te zijn, er was nooit een alternatief. We sluiten af met Serrano’s woorden over de eeuwige terugkeer:

Ik weet dat we elkaar weer zullen ontmoeten en alles precies zal gaan zoals het lang geleden ging. Behalve dat ik deze keer jouw dood niet zal toelaten. Ik zal je in mijn armen houden, je beschermen voor de donkere wateren van de dood. Want deze keer zal ik me herinneren. Ik zal me herinneren dat je al bent gestorven. Of… Zal ik het me herinneren?

~ Kalki


Nationaalsyndicalisme in de 21ste eeuw

4

Het nationaalsyndicalistische idee ontstond begin vorige eeuw in Zuid-Europa. Juist in deze tijd van toenemende geld- en machtsconcentratie bij de elite en het verzet daartegen zijn de thesen van het nationaalsyndicalisme weer net zo relevant als aan het begin van de vorige eeuw. Hopelijk kan ook in de 21ste eeuw de theorie en praktijk van het aloude nationaalsyndicalisme een wezenlijke bron van inspiratie vormen in de strijd tegen het huidige hyperkapitalistische systeem en de heersende plutocratie (geldheerschappij).

Syndicalisme en Nationalisme

Aan het einde van de 19de eeuw, begin 20ste eeuw, had het marxisme te kampen met verschillende tegenslagen in de strijd tegen het kapitalisme. Hieruit ontstond een ideologische crisis die aanleiding gaf tot het ontstaan van meerdere revisionistische stromingen, die hun eigen revisie (= herziening) van het socialisme nastreefden. Een van deze stromingen centreerde zich rond de Franse marxistische filosoof Georges Eugene Sorel. Sorel werd in de loop van de tijd door zijn praktijkervaringen binnen de Franse vakbeweging een overtuigd ‘revisionist’ en legde daarmee uiteindelijk de intellectuele basis voor het latere nationaalsyndicalisme.

Menselijk handelen ontstond volgens Sorel uit irrationeel geloof en rationele methoden. Het geloven in iets (in Sorels geval de algemene staking) kan effectief zijn, zelfs als deze (de algemene staking) nog moet plaatsvinden. Dit geloof noemde hij de mythe. De mythen kunnen evenzo effectief zijn als de realiteit: Indien de volksmassa’s overtuigd zijn van hun eigen kunnen, zal het systeem uiteindelijk toch omver worden geworpen. Hiermee introduceerde hij het idee van de sociale mythe, waarmee hij zowel anarchisten, socialisten als nationalisten inspireerde. Voor Sorel was de arbeidersklasse allang geen vanzelfsprekendheid gegeven meer. Hij was zich scherp bewust van de verschillende ontwikkelingen binnen het kapitalisme die tot het opgaan van het proletariaat in een burgerlijke middenklasse zouden leiden. Echter, om tegen het kapitalisme een vuist te kunnen maken, moest de mythe van het proletariaat, en dus de algemene staking, in stand worden gehouden – en zelfs versterkt. Daarin lag voor Sorel de taak van de algemene staking als de mythe van het revolutionaire syndicalisme: het verenigen van een gefragmenteerde arbeidersklasse tot een proletarische eenheid.

Begin 20ste eeuw zocht Sorel toenadering tot de integralistische nationalisten van L’Action Française en later de Cercle Proudhon. Vanaf deze tijd gingen nationalisten en syndicalisten elkaar dan ook steeds meer beïnvloeden. Beiden verwierpen de burgerlijke waarden van de Franse Revolutie, de parlementaire democratie, het liberalisme, het internationalisme en het pacifisme. Ook deelden zij een bewondering voor het heroïsme, het vitalisme en het geweld. Buiten Frankrijk, onder meer in Italië, vonden deze nieuwe ideeën steeds meer aanhang onder revolutionaire syndicalisten, zoals Arturo Labriola, Agostino Lanzillo, Angelo Oliviero Olivetti en Sergio Panunzio, die een synthese tot stand wilden brengen van de Italiaanse nationale zaak met die van het revolutionaire syndicalisme.

Arturo Labriola en het Italiaanse syndicalisme

Al snel vormde een kleine groep Italiaanse syndicalisten, geleid door Arturo Labriola, een eigen fractie binnen de Italiaanse Socialistische Partij (PSI). Zij beschuldigden de reformisten binnen de partij ervan, dat deze slechts opkwamen voor het industriële proletariaat in Noord-Italië en niet voor de boerenmassa’s in het Zuiden – die toen de meerderheid van de Italiaanse bevolking vormden. Zij stelden dat de socialistische revolutie enkel tot stand gebracht kon worden door de organisatie van de gehele werkende klasse, deze georganiseerd binnenin strijdbare syndicaten die in staat waren om het productieproces van de bourgeoisie over te nemen. Tijdens een congres in Ferrara in 1907 werd besloten dat de revolutionair-syndicalistische Beweging vanaf dat moment de partijpolitiek van de PSI in zijn geheel zou verlaten om zich als een zelfstandige proletarische organisatie volledig te richten op de syndicale politiek. Deze revolutionairesyndicalisten waren ervan overtuigd dat een goedgeorganiseerde proletarische avant-garde (voorhoede) altijd het conflict met de bourgeoisie aan kon gaan en deze ook kon winnen.

Het idee van een strijdbare en revolutionaire syndicalistische avant-garde werd voor het eerst in praktijk gebracht tijdens de algemene landbouwstaking van 1 mei 1908 in Parma. Deze staking vormde de climax van een conflict tussen de landarbeiders en de associatie van landeigenaren. De Kamer van de Arbeid in Parma werd het zenuwcentrum van de syndicalistische beweging en ontwikkelde zich tot het middelpunt van waarachtige proletarische solidariteit.

De stakers werden gesteund door alle leden van de strijdbare syndicaten met financiële donaties. Er was een hoge mate aan discipline en organisatie, die het mogelijk maakte dat uiteindelijk meer dan 33.000 arbeiders voor meer dan 3 maanden alles plat konden leggen. De staking eindigde pas in juni, toen incidenten met stakingsbrekers leidden tot een confrontatie met het leger, dat de Kamer van de Arbeid bezette en de stakingskas in beslag nam. De socialistische beweging reageerde door de revolutionaire syndicalisten uit haar gelederen te royeren en de PSI verbande ze uit al haar politieke activiteiten. In 1912 vormden de revolutionaire syndicalisten hun eigen unie, de Unione Sindicale Italiana (USI), die aan het eind van het jaar al meer dan 100.000 leden had. Deze Unie adopteerde de traditionele antimilitaristische lijn van het syndicalisme, die stand hield tot aan de “Rode Week” (Settima Rossa). De ‘Rode Week’ begon op 7 juni 1914, toen linkse militanten de straat op gingen om te demonstreren tegen het militarisme van de Republikeinse Partij in de aanloop naar de uitbraak van de Eerste Wereldoorlog. Bij hun hoofdkwartier in Ancona losten politie en carabinieri het vuur op de demonstranten, wat resulteerde in 3 doden en vele gewonden. Hierop werd per direct een algemene staking uitgeroepen, die navolging vond in geheel Italië. In Milaan leidden vooraanstaande syndicalisten, zoals Filippo Corridoni, diverse demonstraties die vaak uitliepen op geweld, op sommige plekken namen deze demonstraties zelfs de vorm aan van een volledige volksopstand. Uiteindelijk moest het leger ingrijpen om de burgerlijke orde in Italië te herstellen en een dreigende burgeroorlog neer te slaan.

De Oorlog

Italië was nog niet bekomen van de schok van de ‘Settima Rossa’, toen zij al weer werd geconfronteerd met de dreiging van een oorlog. Hoewel Italië in 1914 nog geen deel nam aan de Eerste Wereldoorlog, waren alle nationalistische elementen binnen de revolutionairsyndicalistische Beweging het er over eens dat als Italië deel zou nemen aan de oorlog, het aan de kant van Frankrijk en Groot-Brittannië (de Entente) moest zijn. Voor deze nationalistische syndicalisten vertegenwoordigde de alliantie van het Pruisische Rijk met Oostenrijk-Hongarije de ultieme manifestatie van de reactie. Met deze redenering zouden het deze nationaalsyndicalisten zijn, die het linkse interventionistische kamp zouden gaan leiden als de oorlog eenmaal zou zijn uitgebroken. Dit zorgde voor onrust binnenin de antimilitaristische USI, dat pleitte voor een Italiaanse neutraliteit in het conflict en de regering met een revolutionaire algemene staking dreigde, als deze Italië in een oorlog zou willen storten.

In 1914 openden enkele nationaalsyndicalisten onder leiding van Alceste de Ambris een felle campagne tegen het neutralisme van de USI en riepen de Italiaanse regering op om Frankrijk en Groot-Brittannië te steunen in hun oorlog tegen de Pruisische en Oostenrijks-Hongaarse reactie. De Ambris vergeleek de oorlog zelfs met de Franse Revolutie. Dit leidde tot een diepe breuk binnen de USI, waar de meerderheid onder leiding van de anarchist Armando Borghi voor het neutralisme en het antimilitarisme bleef pleiten. Een deel van de nationaalsyndicalisten verliet hierop de USI en stichtte begin oktober de Fascio Rivoluzionario d’Azione (= Bond van revolutionaire actie). Het merendeel van de leiders van de Fascio Rivoluzionario d’Azione meldde zich conform hun ideeën aan om te vechten aan het front, toen Italië in 1915 daadwerkelijk aan de Eerste Wereldoorlog deel ging nemen. Een klein aantal leiders bleef in onderling overleg achter om de revolutionaire syndicaten te leidden.

Nadat de oorlog was uitgebroken had de ideologische ontwikkeling van het Italiaanse nationaalsyndicalisme een onomkeerbaar punt bereikt: De synthese van syndicalistisch socialisme en radicaal nationalisme, dat zich in 1914 begon te ontwikkelen, maakte een gigantische evolutie door. Dit leidde in 1917 tot een proces, waarin dit syndicalistisch socialisme een meer en meer nationaal karakter begon te ontwikkelen en zich steeds meer begon af te zetten tegen haar marxistische oorsprong. In het laatste jaar van de oorlog publiceerde Alceste De Ambris de krant Il Rinnovamento, dat zich gaandeweg zou ontwikkelen tot het belangrijkste orgaan van de nationaalsyndicalistische stroming.

Van Marxisme naar Corporatisme

Uit de intellectuele stroming rond Alceste De Ambris werd in 1918 in Milaan de Unione Italiana del Lavoro (Italiaanse Unie van de Arbeid) opgericht. Tijdens de kritieke jaren van de “Bienno Rosse” (de rode vloedgolf van bedrijfsbezettingen in 1919-1920) werd de Italiaanse Unie van de Arbeid het intellectuele centrum van de nationaalsyndicalistische stroming. In maart 1919 vond in Dalmine (Bergamo) de eerste actieve bezetting plaats bij hetmetaalbedrijf Franchi en Gregorini. (…) De leiding was in handen van een oud-interventionist en Mussolini-aanhanger. De bezetters waren hoofdzakelijk leden van de Unione del Lavoro (…) Als een bijzondere gebeurtenis moet nog wel Mussolini’s bezoek aan deze fabriek na de bezetting genoemd worden en de prijzende woorden die hij daarbij uitsprak over deze ‘creatieve staking’. Ook in zijn krant, Popolo d’Italia, had hij al op het belang van deze ‘nieuwe stakingsmethode’ gewezen. De vorming van een arbeidersraad was een ‘prijzenswaardig streven tot het opzij zetten van de zogenaamde burgerklasse bij het beheer van de productie’. Na 3 dagen werd de fabriek met behulp van de politie ontruimd.

De syndicale leiders van de bezetting stelden de manipulaties door de PSI-leiding verantwoordelijk voor de nederlaag. Toen in augustus 1920 de nationaalsyndicalisten de controle over de noordelijke industriële gordel wisten over te nemen, waren zij zich dan ook volledig bewust van het gevaar en de gevolgen van een militair ingrijpen door de autoriteiten. Hieruit trokken zij uiteindelijk de conclusie dat succes alleen verzekerd kon worden als de arbeiders in staat zouden zijn om de  gehele industriële sector over te nemen. Enkel op die manier zou de staat, en dus haar capaciteit tot “reactie”, kunnen worden geneutraliseerd ten gunste van de proletarische natie. Gedeeltelijke ‘algemene stakingen’ werden door hen dan ook gezien als ‘ineffectief’ en zouden bovendien enkel leiden tot meer repressie, omdat de syndicalisten niet in staat zouden zijn om een fatale klap uit te delen aan het staatsapparaat. Dit leidde tot de introductie van een meer corporatistisch (= klassesamenwerkings)model dat fundamenteel verschilde van het marxistische (= klassenstrijd)model, dat ongeveer 20 jaar eerder het theoretische uitgangspunt van het syndicalisme was.

De Ondergang van het Nationaal Syndicalisme

In 1919 richtte Benito Mussolinide Fascio di Combattiment op (= Strijdbond); waarmee het Italiaanse fascisme was geboren. Hoewel Mussolini tijdens de ‘Rode Week’ nog als overtuigd socialist geloofde dat het socialisme in staat zou zijn om de gevestigde orde omver te werpen, kwam hij in1914 met de uitbraak van de Eerste Wereldoorlog tot de conclusie dat deze ideeën niet langer in de praktijk gebracht zouden kunnen worden – dit door zijn teleurstelling in het internationale proletariaat, dat tegen de Wereldoorlog géén socialistische wereldrevolutie had ontketend. Het revolutionaire subject diende vanaf dat moment het nationale proletariaat te zijn. Vandaar ook de benaming nationaalsyndicalisme. Echter, in de zomer van 1920 brak Mussolini definitief met zijn revolutionaire verleden en nam hij abrupt afstand van zijn socialistische (en ten dele ook syndicalistische) oorsprong.

Binnen dit nieuwe concept van het fascisme werd de toekomst van het proletariaat thans verbonden aan dat van de productieve bourgeoisie. Dit kon echter enkel plaats vinden binnen een systeem dat het kapitalisme in stand hield. Als het “nationaal belang” betekende dat het socialisme diende te worden bestreden en economische groei de positie van Italië in de wereld veilig zou dienen te stellen, dan betekende dit dat het fascisme tot verdediger (apologeet) van de bourgeoisie diende te worden.

De fascistische partij (PNF) die in 1921 werd opgericht, vertoonde dan ook nog maar weinig gelijkenissen met het originele nationaalsyndicalistische Fasci-programma die haar voorafging. Een opportunistische zwenk naar rechts was immers altijd een beproefd recept voor electoraal politiek succes (alsmede voor parlementaristisch carrièrisme!).

Hoewel in 1919-1920 de revolutionaire syndicalisten en de socialisten die Mussolini al sinds lange tijd waren gevolgd nog de belangrijkste kern van de fascistische
beweging vormden, werd het fascisme binnen de kortste keren overgenomen door de liberale bourgeoisie, de staatsbureaucratie, delen van het leger, alsmede de katholieke kerk. De nationaalsyndicalisten werden monddood gemaakt ten gunste van de collaboratie met de reactie. “Niets buiten de staat, niets tegen de staat, alles voor de staat”, werd het nieuwe credo van de reactionaire totalitaire staat. Het staatsbegrip (etatisme) werd hiermee het nieuwe door het fascisme nagestreefde ideaal.

Hierdoor werden de massa’s gevangen gehouden in nationaalsyndicalistische retoriek, echter zonder de bijbehorende essentie: De nationaalsyndicalistische geest en ideologie. Alles wat als ‘nationaalsyndicalisme’ werd gepresenteerd, werd verstoord door de reactionaire elementen van het fascistische regime. Vele nationaalsyndicalistische activisten moesten dit verraad uiteindelijk met de dood bekopen.

Nationaal-Syndicalisme in de 21e eeuw

Het is moeilijk om vandaag de dag de nationaalsyndicalistische idee bespreekbaar te maken. Historici, de media en de meest rancuneuze mensen, of deze nu ‘rechts’ of ‘links’ zijn, vereenzelvigen het nationaalsyndicalisme zonder meer met het reactionaire fascisme. Hiermee doet men onrecht aan een groots en oprecht idee dat ook in de 21e eeuw haar relevantie nog niet heeft verloren.

Nationaalsyndicalisme is de totale idee omtrent het politieke, sociale en economische leven. Het baseert zich op het gedachtegoed van de Fransman Georges Sorel (1847 – 1922), de grondlegger en meest vooraanstaande theoreticus van het revolutionaire syndicalisme.

In tegenstelling tot de marxistische doctrine staat het een socialisme voor dat (een beperkt) individueel bezit toestaat en dit tot op zekere hoogte respecteert. Het wil niet de samenleving ruïneren, maar (een beperkt) particulier bezit benutten binnen een kader van nationale en sociale disciplines. Dit binnen een algehele conceptie van rationele economische organisatie ten gunste van de arbeidersklasse en de natie. Nationaalsyndicalisme streeft naar het creëren van een nieuwe samenleving en de geboorte van een nieuwe en progressieve vorm van samenleven gebaseerd op de symbiose (versmelting) van nationalisme en socialisme.

Zowel nationalisme als socialisme willen de sociale fundamenten die door het liberalisme (individualisme) zijn vernietigd herscheppen met een geheel nieuwe
politieke, sociale en economische structuur. Het is het proletariaat dat de enthousiaste uitdrager zal zijn van deze nieuwe orde. Nationaalsyndicalisme is noch ‘links’ noch ‘rechts’ in de traditionele (partijpolitieke) betekenis van het woord: het bouwt op de autoriteit al naar gelang de behoeften van de arbeidersklasse. Het is deze symbiose tussen natie en proletariaat die noodzakelijk is voor het overleven van de natie als zodanig. Het streeft naar een maatschappij die aan de proletarische klasse toebehoort en tegelijk nationaal gericht is. Het strijdt voor een nieuw politiek en economisch regime, dat syndicaal is in zijn puurste essentie. De moderne wereld dient uit de handen van de plutocratie te worden gerukt.

Dit alles impliceert dat het nationaalsyndicalisme zich op de grondslag stelt van de klassenstrijd:

1. Als gegeven feit en harde economische realiteit in het huidige kapitalistische systeem.
2. Als onmisbaar wapen van de uitgebuitenen en onderdrukten in de economische strijd tegen de bourgeoisie (de heersende kapitalistische klasse).
3. Als revolutionaire katalysator in de strijd om de macht en voor de  omverwerping van het heersende systeem.

Het nationaalsyndicalisme stelt zich op het standpunt dat deze machtsovername uitsluitend langs niet-parlementaire weg, d.i. langs de weg van de directe actie, gerealiseerd kan worden. Een bijzondere taak komt in dit verband toe aan de algemene staking als het instrument om het huidige kapitalistische systeem omver te werpen.

Nationaalsyndicalisme is het alternatief voor het huidige liberaal kapitalistische economische stelsel, en de verburgerlijking van het socialisme. Dit luidde het einde in van de oorspronkelijke revolutionaire gedachte. Nationaalsyndicalisme streeft naar een syndicalistisch socialisme. Het beschouwt socialisme als een aspiratie voor een gelijke en broederlijke samenleving, als het middel om de natie te transformeren. Het beschouwt socialisme niet uitsluitend als het product van kapitalisme en sociale krachten, maar tevens als een product van de menselijke natuur die gekarakteriseerd wordt door een vaststelling van gerechtigde en morele waarden. Het is derhalve tevens het product van de menselijke wil en waarden zoals een gevoel voor sociale rechtvaardigheid. Het komt voort uit de mens en zijn oneindige diversiteit aan intellectuele, ethische
en emotionele reacties.

Socialisme kan het bourgeois-egoïsme niet effectief bestrijden met plat arbeidsmaterialisme. Het is zowel een gevoel als een wetenschap. Het voldoet als het
socialisme in haar toekomst gelooft. Het is niet enkel een verzameling van abstracte ideeën of een logische gevolgtrekking van de huidige economische situatie. Het is het vermogen om in een mythe te voorzien dat de socialistische visie van de toekomst zichtbaar maakt: de massa’s zullen dienen te geloven. De wortel van al onze acties is immers ons instinct. De essentiële motivatie van de arbeidersbeweging is eerder een gevoel van zelfrespect dan een zaak van materiële belangen. De nationaalsyndicalistische beweging zal het regime van het kapitaal verdringen en de heroïsche waarden van het proletariaat laten triomferen over de verachtelijke materialistische waarden van het kapitalisme dat Europa momenteel smoort.

Deze opstand van kracht en bloed tegen de heerschappij van het geld zal uiteindelijk eindigen met de ineenstorting van de plutocratie. De dag zal komen dat de heerschappij van het geld zal worden vernietigd door een serieuze heropleving van heroïsche nationale en proletarische waarden en door een waarachtig revolutionair sentiment.

De Zeven Beginselen van het Nationaalsyndicalisme:

1. Nationaalsyndicalisme staat voor sociale gelijkheid en erkent het recht van het individu om voor zichzelf en zijn gezin te werken, zolang dit niet het algemene belang schaadt. Als de scheppingskracht van het individu wordt vernietigd, dan wordt de vooruitgang vernietigd. Om die reden zal het nationaalsyndicalisme nooit interveniëren in het kleinbedrijf (zij het agrarisch, zij het ambachtelijk).

2. Basisindustrieën (zoals de zware industrie, in het bijzonder de staalindustrie en de petrochemie benevens de energiesector) worden gesyndicaliseerd (= gesocialiseerd). De leiding wordt gekozen door iedereen die binnen het bedrijf werkt. De arbeiders zullen een arbeidersraad kiezen, die de plaats in neemt van de oude directie.

3. Syndicalisme staat voor arbeidersmacht over de industrie. De term ‘arbeider’ kan op verschillende manieren worden geïnterpreteerd. In sommige politieke kringen worden ook technici, operators e.d. (in het algemeen al diegenen die in loondienst zijn) tot de ‘arbeidersklasse’ gerekend. Wij hanteren het begrip  ‘arbeider’ hier refererend aan de sociale positie. Het is vanuit de gelederen van deze arbeiders dat de dagelijkse leiding van het bedrijf (bedrijfsleiding) wordt  verkozen (= bedrijfsraad). De arbeidersgedelegeerden kiezen uit hun midden de bedrijfsleiding (op basis van het rotatieprincipe). De B.O.’s (= bedrijfsorganisaties) vormen de basis van de arbeidersorganisatie op bedrijfsniveau. De nationaalsyndicalistische organisatie op bedrijfsniveau komt hiermee overeen.

4. Controle over de industrie betekent volledige industriële democratie. De ‘staat’ (radenregering) zal enkel interveniëren op dit vlak wanneer het volk als geheel wordt uitgebuit door prijsopdrijving om onnodige winst te verkrijgen. Door de arbeiders als geheel verkozen, zal deze in het belang van de gehele arbeidersklasse handelen. Het belang van het collectief als zodanig heeft altijd voorrang boven het belang van een deel ervan; Dit door het terugdringen van iedere poging van speculanten om de beurs te gebruiken tegen de arbeiders en door het proletariaat de baas te maken over het bankwezen en de financiële instituties.

5. Iedere arbeider werkzaam binnen de industrie zal het in de betreffende bedrijfstak geldende standaardloon ontvangen als basisloon, welke automatisch zal toenemen als de nationale productiviteit toeneemt. Ter aanvulling zullen de arbeiders mee profiteren van de winst binnen de industrie; het aandeel van de individuele arbeider wordt bepaald door zijn dienstjaren en zijn aandeel in het productieproces.

6. Nationaalsyndicalisten zijn het er unaniem over eens wanneer zij stellen dat de vakbonden (= syndicaten) niet veranderd kunnen worden zonder de volledige instemming van de arbeiders. De organisatie van de arbeiders per bedrijf (B.O.’s) vormt de basis van het nationaalsyndicalisme en de steun die nodig is om in de toekomst de belangen van de werkende klasse te behartigen. Daarom zullen vakbonden een cruciale rol spelen, omdat zij onontbeerlijk zijn bij het gestalte geven aan de arbeiderscontrole over de industrie.

7. Ten alle tijde zal de werkende klasse het recht hebben om het stakingswapen in te zetten om zo haar sociale rechten te waarborgen. Echter, wanneer de industrie daadwerkelijk beheerd wordt door arbeiders, zijn stakingen en vergelijkbare acties eigenlijk overbodig en strijdig met de belangen van de werkende klasse.

NSP

Fort Europa

4

Van de kusten van Corsica tot de bergtoppen van Schotland, van de Franse hoogvlakte tot de Russische toendra’s, over heel ons continent staan kastelen en forten als eeuwige wachters, hun grijze kantelen als waarschuwende vingers in de lucht. Dit is Fort Europa. Dit is onze geschiedenis en onze toekomst. De muren van het fort brengen de scheiding aan tussen binnen- en buitenwereld, tussen veiligheid en gevaar. Zonder muren is een fort geen fort. Zonder de muren kan geen veiligheid bestaan. Zoals de muren de mensen in het fort beschermen, zo zijn de grenzen verantwoordelijk voor het voortbestaan van een gemeenschap. Zonder grenzen is een rijk geen rijk.

Het openbreken van Fort Europa is in de eerste plaats een tragedie voor de bewoners van dit continent. Hoe kan men überhaupt nog over Europa spreken, als de grenzen ervan niet meer doen wat ze moeten doen? De aanval op onze grenzen is indicatief voor een culturele ommekeer. Met elke nieuwe immigrant verliezen wij een deel onze veilige thuis. Men realiseert zich dat het proces zelfversterkend is, want de massa-immigratie ondergraaft de Europese identiteit, waardoor verdere immigratie niet meer zou uitmaken. Als iedereen European kan worden, waarom dan nog onderscheid maken bij het naturalisatieproces? Als iedereen Europeaan is, is niemand Europeaan.

Zij die over de grenzen van Europa komen strijden niet tegen de immigratieregels, maar tegen Europa zelf, tegen Plato en Aristoteles, tegen Shakespeare en Goethe, tegen Rembrandt en Vermeer. Het is een strijd tegen onze afkomst en tegen onze toekomst, tegen onze veiligheid en uiteindelijk ons voortbestaan. Steeds meer mensen komen tot besef dat ze onderdeel uitmaken van een kwaadaardig hoofdstuk van onze geschiedenis. Als wij hier doorheen willen, zal Fort Europa hersteld dienen te worden, zodat de mensen en cultuur van dit continent niet langer zijn onderworpen aan de vernietigingsdrang van de ander. Dan zijn wij weer de architect van ons eigen lot.

Lang de grenzen van het Romeinse Rijk – de N70 route bij Berg en Dal

3

Een Nieuwjaarswandeling leek ons wel een aardig idee, als een soort inwijding van het nieuwe jaar. En zo gebeurde het dat op 1 januari 2021, rond het middaguur, de eerste leden van Studiegenootschap Erkenbrand zich verzamelden op de parkeerplaats van de Cenakelkerk, onder de rook van Nijmegen. De champagne en oliebollen lagen duidelijk nog vers op de maag. Toen we met 14 mannen en vrouwen compleet waren vertrokken we voor de laatste kilometers naar de startplaats van de zogeheten N70 route vlakbij het dorp Berg en Dal. Aldaar begonnen we aan de 16 kilometer lange wandeling. De tocht voerde ons langs enkele van de mooiste plekjes die ons land heeft, met glooiende heuvels en prachtige uitzichten over de uiterwaarden.

Ooit zou de N70 route een wandeling zijn langs de limes, de grens van het Romeinse rijk. Het is alsof de bomen en heuvels nog altijd de herinnering vasthouden aan de bloedige strijd die rond de jaren 69-70 gevoerd werd tussen de Romeinen en de Germaanse volkeren. Zoals zo vele oorlogen toegeschreven worden aan een persoonlijke vete, zo wordt de Bataafse opstand wel gezien als de wraakoefening van één man, Claudius Civilis, aanvoerder van de Bataven. Civilis’ broer was terechtgesteld wegens hoogverraad en hijzelf ontsnapte ternauwernood aan de dood. De rest van zijn leven zou hij in dienst stellen van de wraak. Hij nodigde de edelen van de bevriende stammen, de Cananefaten, de Friezen, uit voor een feestmaal in het sacrum nemus, het heilige woud van de Bataven. Het was op die magische plek dat hij de Germaanse broedervolken overtuigde om samen op te trekken tegen de Romeinse overheersing. Gezamenlijk versloegen zij het 6000 man tellende Romeinse leger bij Nijmegen.

Het zijn van die mijmeringen als je het landschap op je laat inwerken. Het veertiental wandelaars van ons genootschap hield er flink het tempo in, maar nam ook regelmatig de tijd om het uitzicht te bewonderen en de bezienswaardigheden langs de route te bezichtigen. Met de laatste restjes daglicht kwamen we terug op de startplaats, alwaar de echtgenote van een van onze leden ons opwachtte met hete soep, chocolademelk en thee. Daarna was het weer tijd om afscheid te nemen en reden de verschillende auto’s weer huiswaarts.

Velen van u zullen bekend zijn met de N70 route, en zeker degenen die ooit de Nijmeegse vierdaagse hebben gelopen, maar voor alle anderen kunnen we een flinke wandeling in dit prachtige stukje Nederland van harte aanbevelen. De route vindt u onder deze link.

Polen beschermt de online vrijheid van meningsuiting

6

In Polen is een wet aangenomen die haar burgers beschermt tegen de censuur van sociale media bedrijven zoals Facebook en Twitter. Onder deze nieuwe wet kan een Poolse burger een verwijderd bericht laten herstellen, als deze binnen de grenzen van de Poolse wet valt. De overheid belooft een slagvaardige rechtsgang. Zij hebben een speciale rechtbank in het leven geroepen die online zittingen houdt en direct een uitspraak doet. Als de burger in het gelijk wordt gesteld moet het sociale media platform het verwijderde bericht herstellen, op straffe van een boete, die kan oplopen tot 1,8 miljoen euro.

De Poolse wet op de vrijheid van meningsuiting staat bekend als vrij streng. Zo kan de welbekende tyfus-epidemie van ’44 – ’45 alleen in het openbaar bediscussieerd worden als de nadruk ligt op specifieke slachtoffergroepen en de meer speculatieve scenario’s van overlijden. Niettemin vallen de eigen nationale wetten nog altijd te verkiezen boven de willekeurige, niet-aanvechtbare censuur door Facebook of Twitter. Bij deze bedrijven is de neutraliteit volledig verdwenen, de afgelopen jaren hebben zij het vrije woord van politici en activisten die niet in hun marxistisch wereldbeeld passen steeds meer onderdrukt, met als bizar hoogtepunt het verwijderen van het account van de president van de Verenigde Staten.

Polen staat onder grote druk van globalistische krachten als de EU, maar zij houden hun rug recht. Deze inperking van de macht van ‘Big Tech‘ is daar een uitstekend voorbeeld van. Zij zijn het levende bewijs dat een burger het beste af is met het leven in een soevereine natiestaat. Met zijn 97% etnische Polen is het land zelfs een soevereine etnostaat te noemen. Terwijl West-Europa over de komende decennia zal afzinken tot het middelarme niveau, geregeerd door NGO’s en hun marionetten, kijkt Polen vooruit naar een gouden tijdperk. De afgelopen 30 jaar zijn de beste jaren uit hun geschiedenis geweest, niets wijst er op dat hun ontwikkeling wordt afgeremd, want zij hebben het allemaal zelf in de hand. Alleen als een volk soeverein is, beschikt het over zijn eigen lot.

In eigen land pleit Baudet voor een vergelijkbaar model als het Poolse model om de vrijheid van meningsuiting te beschermen. Hij gaat het vrije woord inzet maken van zijn verkiezingscampagne. Steeds meer burgers zien in dat hun land niet meer van henzelf is, zij willen hun vrijheid en zelfbeschikking terug. Zoals gezegd zal dat niet gaan zonder de soevereiniteit terug te winnen. Zullen de kiezers straks een Mark Rutte of Sigrid Kaag doorzien, die veinzen voor het nationale belang te staan?

Corona en ‘The Great Reset’

3

Recent publiceerde Erkenbrand een boeklezing over Revolutie Door Schuld, van Rein de Vries. Onderstaand zet deze Nederlandse econoom zijn visie uiteen over ‘The Great Reset’. De Vries stelt dat deze crisis aangegrepen wordt om de ‘Great Reset’ te starten die tot “Inclusive Capitalism” moet leiden. Wat houdt dit voor ons in als men verder kijkt dan de aantrekkelijke leuzen van duurzaamheid, inclusiviteit en gelijkheid? Wat staat ons te wachten? Hoe kunnen we daar mee om gaan en zijn er mogelijkheden om uit deze snel naderende werkelijkheid te komen? Zijn er parallellen met eerdere bepalende momenten in onze geschiedenis te vinden?

De Griekse mythologie verhaalt over de onsterfelijke halfgod Prometheus, zoon van de Titaan Iapetus en de Oceanide Asia

1

De Titaan Prometheus had de mensheid zo lief, dat hij het vuur van de Goden van Olympia stal en het aan de mensheid schonk.
Het vuur van de Goden geldt als metafoor voor technologische vooruitgang en wetenschappelijke kennis.
In de mythologie is het bovendien verboden kennis en vooruitgang want voor diens bedrog werd Prometheus door de oppergod van het Griekse Pantheon, Zeus, veroordeeld tot een eeuwigdurende ‘nemesis’, oftewel een gerechtvaardigde kwelling.

Welnu, trekken we de mythe van Prometheus door naar de moderne tijd, zien wij dan niet de moderne Titanen geestdriftig op zoek gaan naar hún vuur van de Goden?
Zien we de moderne technologische vooruitgang niet met zo’n grote sprongen voorwaarts gaan dat we vraagtekens kunnen gaan stellen bij de richting en snelheid van deze vooruitgang en de veranderingen die het teweegbrengt in de samenleving en ons als menselijke soort?

Op medisch-ethisch vlak komen we voor fundamentele keuzes te staan.
Gaan we ons wagen aan bepaalde onderzoeken en ontwikkelingen, of leggen we onszelf een moratorium op en verklaren we bepaalde zaken taboe?
Er zijn enkele ontwikkelingen die ik hier kort en bondig wil benoemen…
Zo is er het geheime Chinese overheidsprogramma om de medische wetenschap in te schakelen om bepaalde elite gevechtseenheden van de Chinese strijdkrachten kunstmatig te verbeteren via genetische manipulatie en bionica.

Weliswaar staan die ontwikkelingen nog in de kinderschoenen maar het is een kwestie van tijd voor de eerste ‘supersoldaat’ op een slagveld zal worden ingezet.
Indien dit het geval zal zijn dan kunt u er gif op innemen dat het moratorium van andere landen op manipulatie van mensen teneinde betere soldaten te creëren zal verdwijnen als sneeuw voor de zon.

Een andere ontwikkeling is het middels gentherapie kunstmatig verlengen van de menselijke telomeren, de beschermlaag rondom chromosomen die bij iedere celdeling een fractie korter wordt.

Het zijn deze telomeren die voorkomen dat er genetische mutaties ontstaan bij iedere celdeling en er bestaat een sterke correlatie tussen de levensduur en de lengte van deze telomeren.

De eerste mens die kunstmatig haar telomeren heeft laten verlengen loopt al op aarde rond in de persoon van Liz Parrish, directrice van biotechnologie onderzoeksinstituut BioViva.

De telomeren van Parrish zijn kunstmatig verlengd en zijzelf verwacht dat het haar 20 tot 25 procent langere levensduur zal opleveren.
Verder worden er grote sprongen gemaakt op het gebied van printen van levende weefsels en organen.

De winst in levensduur neemt een steeds grotere vlucht en begint langzaamaan met een uitputtingsslag met die andere sprint: die van het onvermijdelijke einde.
Wat als de winst in levensjaren de sprint richting het einde inhaalt?
Wat als per decennium een senioor zijn resterende levensverwachting ziet stijgen met 10 jaar en een maand?

Er komt ongetwijfeld een dag dat, wie het zich veroorloven kan, het einde van de biologische levensduur een open einde wordt.
Futurologen en voorstanders van het transhumanisme Ray Kurzweil en Zoltan Istvan zien het moment met blijde verwachting tegemoet dat de mensheid biologisch onsterfelijk wordt.

Het moment dat dit omslagpunt bereikt zal worden noemt Kurzweil de ‘singulariteit’, een moment in de niet al te verre toekomst dat de wetenschappelijke vooruitgang met zo’n enorme vaart gaat dat de uitkomst van die vooruitgang slechts speculatief wordt.
Een biologische onsterfijkheid of zelfs het overbrengen van een menselijk bewustzijn in een kunstmatige omgeving zoals een supercomputer zou na die singulariteit tot de mogelijkheden gaan behoren.

Daarom is daar de filosofische vraag die ieder zichzelf mag stellen: moeten we dat wel willen?

Wat zullen de consequenties zijn voor ons als menselijke wezens die na honderden miljoenen jaren van evolutie als sterfelijke wezens ons plots geconfronteerd zien met het vuur van de Goden, de onsterfelijkheid?

Zal onze gerechtvaardigde kwelling niet zijn dat we langzaam alles zullen verliezen wat ons mens maakt?
Liefde, ontroering, het koesteren van ieder uniek moment, onvoorwaardelijke liefde voor onze kinderen, het waarderen van schoonheid en kunst enzovoort…
Maakt het onvermijdelijke einde aan de reis die wij ‘leven’ noemen niet juist het leven zo spannend en de moeite waard?
Een lang, gezond en gelukkig leven…. ik teken ervoor.
Maar eeuwig leven?
Nooit, als gelovig mens, mijn vragen beantwoord zien wat het Grote Onbekende mij brengt?
Wat gebeurt er met ons als we het tijdelijke voor het eeuwige verruilen?
Wat gebeurt er met dat wat wij onze ziel noemen?
Zal ik ooit mijn dierbaren weerzien die mij naar het Grote Onbekende zijn voorgegaan ?
Wat is God, waarvan ik het bestaan vermoed?

Als wijzelf ons hetzelfde hoge uitkijkpunt van het Goddelijke toe-eigenen, gaan dan niet langzaamaan onze meest waardevolle eigenschappen voor altijd verloren?
Als u het mij vraagt dan verkies ik voor eenmalig een waarachtig menselijk leven en de enige vorm van onsterfelijkheid zal voortleven in mijn kinderen en toekomstige kleinkinderen en achterkleinkinderen.
Eenmalig een bezield en waarachtig mens zijn, en dan hoop ik dat mij een waardig einde gegund is.
En verwacht ik daarheen te gaan waar velen mij zijn voorgegaan.
Maar dít vuur van de Goden….nee, laat het aan mij voorbijgaan.

De instroom van migranten daalt als je de uitkeringen stopt (nu met bewijs)

3

Er bestaat een rechtstreeks verband tussen de hoogte van de uitkeringen en de toestroom van migranten. Geld is immers een krachtige prikkel om menselijk gedrag te beïnvloeden: des te hoger de uitkeringen, des te meer gelukszoekers een land kan verwachten. Toch is de hypothese van de ‘aanzuigende werking van de uitkeringen’ nauwelijks onderzocht. Dat is opmerkelijk, want iedereen is het er wel over eens dat massa-immigratie onze samenleving diep raakt, zelfs de voorstanders. Hoe komt het dan dat niemand een onderzoeksvoorstel indient? En waarom laat de overheid niet de financiële prikkels onder hun migratiebeleid onderzoeken?

Een groep Deense onderzoekers verbonden aan Princeton University heeft als één van de weinigen precies dat gedaan: uitzoeken of de hoogte van de uitkeringen een effect had op de toestroom van migranten. Zij publiceerden hun studie in het tijdschrift ‘American Economic Review’ met als titel ‘The Welfare Magnet Hypothesis: Evidence From an Immigrant Welfare Scheme in Denmark’.

Denemarken is naar West-Europese maatstaven een land met een nog redelijk hoorbaar anti-immigratie geluid. Dankzij de druk vanuit de Dansk Folkeparti (DF) werden in juni 2002, kort na het aantreden van de nieuwe centrum-rechtse regering, de uitkeringen voor migranten van buiten de EU met de helft verlaagd. Deze maatregel werd teruggedraaid door de sociaal-democratische regering in 2012, maar opnieuw ingesteld door de centrum-rechtse regering in 2015 en opvallend genoeg in stand gehouden door de huidige pro-immigratie socialistische regering. Wat was het effect van deze maatregel op de migratiestroom?

Het effect van deze maatregel was dat de immigratie al direct na invoering drastisch afnam. Deze rem hield aan zo lang de maatregel van kracht was. Wat vooral afnam waren de aantallen asielzoekers en de migranten in het kader van de gezinshereniging, precies de groepen die je het meest graag wilt weren. Op de immigratie vanwege werk of studie had de maatregel nagenoeg geen effect. Na het tijdelijk opheffen in 2012 was de migratiestroom direct weer op haar oude niveau en hoger, om na het opnieuw van kracht worden in 2015 weer af te nemen.

Denemarken is een interessant land omdat het in veel opzichten lijkt op de onze. De Partij van de Vrijheid werd gemodelleerd op het succes van de Dansk Folkeparti. Echt een vuist hebben de Deense anti-immigratiepartijen echter niet kunnen maken. Het halveren van de uitkeringen voor migranten is een mooi wapenfeit die de instroom afremt, maar de lange termijn trend wijst nog steeds op omvolking. Volgens onze Deense vrienden is op dit moment Nye Borgerlige de partij om in de gaten te houden. Hun anti-immigratiegeluid is net wat scherper, zo willen zij de uitkeringen voor migranten niet verder inperken maar gewoon helemaal afschaffen. Gelet op dit onderzoek een doelmatig voorstel.

Ondertussen hebben we in eigen land een regering voor wie geen ambitie te groot is, zo willen ze de hoeveelheid CO2 in de lucht te verminderen en de verspreiding van een griepvirus stoppen. De toestroom van migranten beschouwen ze echter als een soort weersverschijnsel, een fenomeen wat buiten al hun sturingsmogelijkheden valt. Terwijl u afgelopen jaar verplicht thuis zat kwamen netto 59000 migranten over de grens, een aantal vergelijkbaar met het aantal inwoners van een stad als Nieuwegein. Om het beeld in stand te houden dat niets aan de migratie gedaan kan worden laat de overheid geen onderzoek verrichten naar de onderliggende financiële prikkels. Want dan zou blijken wat we al wisten, maar waar deze studie hard bewijs voor levert: migratie is een beheersbaar fenomeen, dat in stand wordt gehouden door de anti-blanke sentimenten en wilszwakte van politici.

Hier zijn een paar neem-mee-naar-huis-boodschappen:

  • Een hoorbaar anti-immigratiegeluid leidt tot maatregelen die realistisch gezien effect kunnen hebben.
  • Een verlaging van de uitkeringen voor migranten is makkelijk in te voeren en levert direct een kostenbesparing op.
  • Lagere uitkeringen laten al snel een merkbare afname zien van de instroom van nieuwe migranten.
  • Centrumpartijen zullen de maatregelen tegen immigratie in stand houden als zij genoeg druk ervaren.
  • Door lange tijd op een concreet punt te hameren (uitkeringen omlaag!) kan het Overton Window verschoven worden naar een scherpere positie (uitkeringen stoppen!).
  • Lange termijn trends van omvolking kunnen niet gekeerd worden met het wegnemen van financiële prikkels maar vereisen blank-nationalisme.

De verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog, een ander perspectief

1

“Ieder mens heeft zijn goede zijden. Men moet alleen over de slechte heen zien.” – Ernst Jünger

Hoe vandaag de dag wordt aangekeken tegen de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog is gecultiveerd door de liberale orde die de oorlog heeft gewonnen. Naoorlogse politici en Joodse lobbyisten hebben door een lens van kortzichtigheid een ideologisch geladen narratief geconstrueerd, een eenzijdig en propagandistisch verhaal over “goed versus kwaad”. Dit is de staatsreligie geworden van de nieuwe liberale wereldorde, met de holocaust als “moreel ijkpunt”.

Het mag duidelijk zijn dat er in oorlogstijd gruwelijke dingen gebeuren. De verschrikkingen van het slagveld, de emoties na verlies of verminking van kameraden, een gevecht op leven of dood, een acute stress-stoornis, onder oorlogsomstandigheden zijn mensen in staat om hun medemensen te vermoorden. Oorlogsmisdaden worden dan ook door alle betrokken partijen gepleegd. Toch wordt in onze samenleving enkel de nadruk gelegd op de vermeende oorlogsmisdaden van nationaal-socialistisch Duitsland. Met dit stuk wil ik eens de nadruk leggen op de andere kant van dit verhaal: de gruwelijke schaduwzijde van de liberale “bevrijders”, maar al te vaak een blinde vlek in de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog.

Een terreurcampagne vanuit de lucht

Wat zelden vermeld wordt, is dat er meer Nederlandse burgerslachtoffers vielen door geallieerde- dan door Duitse bombardementen. In 1941 pleitte Charles Portal van de Britse luchtmacht voor het compleet weg bombarderen van hele steden en dorpen. Deze pleit tot genocide werd in 1942 nog een keer herhaald door F. Lindemann, de persoonlijk adviseur van Churchill, die in een rapport stelde dat massale bombardementen de snelste manier zou zijn om het Duitse rijk te laten vallen. Men veronderstelde dat door het compleet van de kaart vagen van Duitse dorpen en steden het moraal van het Duitse volk zou instorten. Juist door onschuldige burgers te treffen dachten ze dat de ruggengraat van de Duitse oorlogsindustrie te kunnen breken. Of een stad een frontstad was of in enigerlei wijze een militair doelwit was, is nooit van enig belang geweest.

In de nacht van 13 op 14 februari 1945 vond er een gruwelijk bombardement plaats op de Duitse stad Dresden. Onder leiding van Winston Churchill en de Engelse luchtmaarschalk Arthur (Bomber) Harris werd de burgerbevolking van Dresden moedwillig gebombardeerd. De bevolking van Dresden was op dat moment veel groter dan de “normale” 650.000 inwoners vanwege het grote aantal vluchtelingen dat aan de verschrikkingen van het oprukkende Rode leger probeerden te ontkomen.

De eerste aanvalsgolf werd uitgevoerd door 244 Lancaster- bommenwerpers van de Britse Royal Air Force. De Havilland Mosquitos van de RAF-groep nr. 8 (Pathfinder) gooiden rode markers op de doelen. Daarop volgden luchtmijnen die boven de grond ontploften om de daken met een schokgolf te verwoesten. Daarna werd er nog eens 3900 ton aan brandbommen en brisantbommen gegooid om “het af te maken”.

Tijdens het afschuwelijke inferno dat daarop volgde, vonden tienduizenden onschuldige Duitse mannen, vrouwen en kinderen de dood. Eenieder die niet direct door de bominslag gestorven was, kwam om in de allesverzengende vuurzee. Deze tactiek van terreur uit de lucht werd in meerdere steden toegepast. Duitse steden als Neurenberg, Hamburg en Keulen werden getroffen, maar ook steden als Malmedy en Houffalize in België werden platgebombardeerd, terwijl daar op dat moment geen Duitse soldaten of voorraden meer te vinden waren.

In het naoorlogse narratief worden deze afschuwelijke, misdadige bombardementen gerechtvaardigd als een “noodzakelijke reactie” om Duitsland op de knieën te dwingen. Hedendaagse “helden” zoals Winston Churchill en Arthur Harris kenden echter al een lange voorgeschiedenis van agressie tegen en massamoord op onschuldige burgers. Hun misdaden zijn grotendeels weggeschreven uit de geschiedenis door een gigantisch leger aan historici, journalisten en politici. Juist deze onvertelde geschiedenis is een bijzonder belangrijke les voor de 21ste eeuw, waarin het Britse kolonialisme is veranderd in een evenredig gewelddadig en vernietigend Amerikaans neo-kolonialisme!

Britse koloniale onderdrukking

Winston Churchill was al langere tijd bekend met de wreedheden van het Britse kolonialisme. Als soldaat was hij in Zuid-Afrika gestationeerd ten tijde van de Britse genocide op het Boerenvolk. Tussen 1899 en 1902 stierven meer dan 28.000 onschuldige vrouwen en kinderen uit Oranje Vrijstaat en Transvaal in de Britse concentratiekampen door ziekte en hongersnood. In 1915 was Churchill verantwoordelijk voor de noodlottige Dardanelles campagne tegen het Ottomaanse rijk, die uiteindelijk resulteerde in de Armeense genocide. Het precedent voor het Dresden inferno kan men echter vinden in Irak. Na de val van het Ottomaanse rijk bezetten de Britten in 1917 Irak. Het verzet van de Arabische en Koerdische volkeren dat hierop volgde, ontwikkelde zich in 1920 tot een grootschalige opstand voor nationale bevrijding. Om deze opstand neer te slaan gebruikten de Britten steeds meer geweld jegens de inheemse bevolking, het gebruik van dodelijk gifgas was hierbij geen uitzondering.

Winston Churchill – toen nog koloniaal-secretaris – en Arthur Harris waren beiden grote voorstanders van het bombarderen van de opstandelingen in hun dorpen en steden. Harris benadrukte; “De Arabieren en Koerden weten nu wat bombardementen echt betekenen in termen van slachtoffers en schade. In 45 minuten kan een volledig dorp worden weggevaagd en kan een derde van haar inwoners worden vermoord” Churchill voegde daar aan toe; “Ik begrijp de teergevoeligheid omtrent het gebruik van gas niet. Ik ben een groot voorstander van het gebruik van gifgas tegen onbeschaafde stammen.” Hiermee werd Irak een laboratorium voor nieuwe wapens; napalm, fosfor bommen, luchtmijnen, brisantbommen en andere granaatkartets werden hier door de Britten voor het eerst gebruikt.

Tijdens WO II was Winston Churchill eveneens actief betrokken bij de onderdrukking van Brits-India en de Bengaalse holocaust (1942-1945). Genadeloos ontzegde en blokkeerde hij voedselhulp aan de verhongerende Hindu’s en Moslims in Bengal, Assam, Bihar en Orissa vanuit puur strategische overwegingen. Deze militaire strategie om de Japanse strijdmacht te stoppen via een kunstmatige hongersnood resulteerde uiteindelijk in miljoenen onschuldige burgerdoden. Met recht behoort dit tot een van de zwaarste oorlogsmisdaden in de menselijke geschiedenis. Echter, in tegenstelling tot de holocaust die jaarlijks met veel bombarie herdacht wordt, weet niemand hier dat deze Bengalese holocaust überhaupt plaats heeft gevonden.

Geallieerd geweld tegen burgers

Het geweld begaan door de geallieerde troepen tegen de burgerbevolking ging verder dan alleen het bombarderen van hun huizen en levens alleen. Tijdens de etnische zuiveringen in Oost Europa, werden 240 duizend Sudetenduitse burgers “verjaagd”. Velen vonden daarbij een zekere dood. Het stadje Freudenstadt in het Schwarzwald werd zonder enige aanwijsbare reden letterlijk uitgeroeid door de Franse troepen. In het plaatsje Friesoythe werden huizen van Duitse burgers door Canadese soldaten willekeurig in brand gestoken met de bewoners er nog in. Dan is er ook nog het bloedbad in Canicatti waarbij Italiaanse burgers die wat voedsel probeerden te stelen, zonder pardon werden doodgeschoten door geallieerde soldaten; kinderen werden niet gespaard.

Het zwaarst getroffen door geallieerde oorlogsmisdaden was het Duitse volk. Talloze Duitse vrouwen werden door de geallieerde troepen verkracht. Honderdduizenden Duitsers zijn gestorven tijdens de deportaties uit Oost Europa. In het jaar na de oorlog stierven velen een hongerdood, vaak omdat geallieerde troepen hulptransporten tegenhielden en terug stuurden. Meer dan een miljoen krijgsgevangen Duitse burgers zijn gestorven in gevangenschap als gevolg van martelingen, ondervoeding of ziektes veroorzaakt door de gebrekkige hygiëne in de concentratiekampen. Alles bij elkaar zijn er meer dan 2 miljoen Duitse burgers omgekomen in de jaren direct na de “bevrijding”.

Minder bekend is dat geallieerde soldaten in Nederland, met name in het alreeds bevrijdde zuiden, het oosten en noorden, zich eveneens schuldig hebben gemaakt aan diverse oorlogsmisdaden. Duizenden huizen werden geplunderd en/ of vernield door “de bevrijders”. Veel klachten werden geschreven naar het Militaire Gezag of andere geallieerde instanties. Burgemeester Gerards van Ubbergen schreef bijvoorbeeld in een van de vele brieven die hij stuurde: “De aangetroffen toestanden tarten iedere beschrijving. Hier is geen sprake meer van plundering of diefstal, maar van op de meest brute en grove wijze aangerichte verwoestingen en vernielingen.”

Marocchinate

In het liberale multiculti Nederland van vandaag de dag wordt er aandacht besteed aan de vermeende rol die vreemdelingen in Nederland speelden bij “de bevrijding”. Er is zelfs een speciaal lespakket samengesteld voor pabo studenten, zodat ze hierover les kunnen gaan geven op school. Weer een “integratie” project dat enkel en alleen bedoeld is om vreemdelingen in een positief daglicht te stellen. Geschiedvervalsing is voor de overheid geen enkel probleem. Een beetje onderzoek leert ons dat de vreemde “bevrijders” van toen niet veel verschillen van de vreemde “bezetters” nu.

De Marokkaanse, Algerijnse, Tunesische en Senegalese troepen die meegevochten hebben aan geallieerde zijde waren geen zelfstandig leger, ze vormden het Frans koloniaal leger. Deze koloniale troepen werden vooral ingezet in Zuid-Europa, met name in Italië, maar ook in landen zoals Duitsland en Nederland werd op enig moment gebruik gemaakt van deze troepenmacht.

Deze koloniale troepen lieten overal waar ze kwamen een spoor van vernieling achter. Allerwegen waar ze kwamen werden de lokale vrouwen (alsook mannen en kinderen) verkracht, mishandeld, vermoord, huizen geplunderd en dorpen verwoest. Geen enkele vrouw was veilig voor deze barbaarse praktijken. Tienduizenden onschuldige burgers hebben door deze wreedheden hun leven verloren. Dit was de “oorlogsbuit” die de koloniale troepen zich gemachtigd toe voelden. De Franse bevelhebbers knepen vergoelijkend een oogje toe en gunden de koloniale troepen hun “overwinningsfeesten”.

De eerste ontvoeringen van, verkrachtingen en moorden op jonge vrouwen door de koloniale troepen werden gemeld op het Italiaanse eiland Sicilië. Het was echter tijdens de opmars naar de Gustav linie dat de koloniale troepen pas echt los gingen. Ze verkrachten duizenden meisjes, oude vrouwen, zwangere vrouwen en niet te vergeten mannen. Nadat de troepen bij de abdij van Monte Cassino 50 uur de vrije hand kregen van de Franse bevelhebber, generaal Juin, om in de omgeving te doen en laten wat ze wilden, bleken naderhand ruim 3500 onschuldige burgers het leven gelaten te hebben. Degenen die de gruwelijkheden overleefd hadden maakten vaak zelf een einde aan hun leven omdat ze niet met een dergelijk immens trauma konden leven. Zo trokken de koloniale troepen langs Rome naar de Provence en verder Duitsland in. Waar in april 1945 in Freudenstad 500 vrouwen verzameld werden om daarna massaal verkracht te worden door de koloniale troepen in de metrostations van de stad. Dit werd enkele dagen later herhaald in Stuttgart waar meer dan 2000 vrouwen het slachtoffer werden. Zo is er een hele lijst aan dorpen en steden die de (seksuele) agressie van de koloniale troepen hebben moeten ondergaan. “Marocchinate” is daarmee een Italiaans synoniem geworden voor massaverkrachting. Vrij vertaald betekent de term “gemarokkaniseerde vrouw”.

Geallieerde slavernij

Er is na de oorlog door de geallieerde machten op grote schaal gebruik gemaakt van concentratiekampen voor Duitse krijgsgevangenen. Zo waren er alleen in Amerika alleen al zo’n 666 interneringskampen voor hen. Op enorme schaal werd er hier misbruik gemaakt van dwangarbeid. Miljoenen Duitse krijgsgevangenen zijn verscheept als economische slaven naar geallieerde landen zoals de Verenigde Staten, Groot Brittannië en Frankrijk. Daar moesten ze gedwongen arbeid verrichten als aflossing van “hun schuld aan de oorlog”.

De gemiddelde waarde per persoon van deze Duitse dwangarbeiders werd berekend op circa 10.000 werkuren per 3 jaar. Waarmee de totale economische waarde van deze Duitse dwangarbeiders op een torenhoog bedrag uit komt. Deze economische Duitse slaven werden op breed terrein ingezet, vooral in arbeidsintensieve sectoren zoals de landbouw en de katoenpluk. Er bestond een levendige handel tussen de geallieerde landen in deze levende “handelswaar”: een echte moderne vorm van slavernij. Na enkele jaren gebruik te hebben gemaakt van de diensten van de dwangarbeiders werden ze simpelweg naar een ander land verscheept om daar eenzelfde termijn te werken. De Amerikaanse, Britse en Franse economie hebben zich via deze dwangarbeid met vele miljarden dollars verrijkt.

In de interneringskampen was het vaak een hel om te overleven. Veel Duitse krijgsgevangenen stierven door honger, uitputting en besmettelijke ziektes als gevolg van onder andere slechte omstandigheden wat betreft hygiëne. Overal in Europa en Amerika waren deze interneringskampen te vinden. Als er geen geschikte ruimte was om de vele krijgsgevangenen in onder te brengen, werden ze buiten op een veld afgezet met prikkeldraad gedumpt. De krijgsgevangenen lagen hier dag en nacht in de kou, velen kregen last van onderkoelingsverschijnselen. Om bescherming tegen de ijskoude wind te zoeken werden er kuilen gegraven, maar tijdens regen had dit geen nut.

Ook Nederlandse soldaten maakten zich schuldig aan de mishandeling van Duitse krijgsgevangenen. Circa 4000 man van de SS Brigade Landstorm Nederland zaten geïnterneerd in kamp Harskamp. Eerst werden ze bewaakt door Canadese troepen, maar later namen de Nederlandse stoottroepen van het eerste bataljon regiment infanterie de bewaking over. Er vormden zich al snel moeilijkheden en menig SS krijgsgevangen werd mishandeld, neergeschoten of doodgeslagen. De gevangen soldaten hadden ondertussen wel barakken als huisvesting gekregen, in plaats van holletjes in de grond en geïmproviseerde tenten, maar velen hebben daar niet (lang) van kunnen profiteren.

Conclusie:

Winston Churchill had gelijk toen hij stelde dat de overwinnaars de geschiedenis (her)schrijven. Het is belangrijk om te erkennen dat een genegeerde geschiedenis leidt tot een herhalende geschiedenis. De ideologisch-geïnspireerde liberale kijk die we tegenwoordig op de Tweede Wereldoorlog hebben en de gruwelijkheden die ermee gepaard gingen, hebben ook geleid tot een misleidende kijk op de hedendaagse realiteit. De wereld kampt nog steeds met oorlogen. We kunnen niet langer de leugens van de naoorlogse liberale nieuwe wereldorde negeren: dat heeft ertoe geleid dat ze hun vernietigende en afschuwelijke beleid hebben kunnen doorzetten tot in de 21ste eeuw. Afghanistan, Irak, Libië en tal van andere landen kampen nog steeds met de bloedbaden en de gevolgen daarvan die aangericht werden door de geallieerde terreurcampagne: in ieder land moet er een nieuwe Hitler bestreden worden als dat hen zo uitkomt. Onschuldige burgers betalen daar nog steeds de dodelijke prijs voor. Waarheidsvinding, onderzoek en een nuchtere kijk op de geschiedenis is van fundamenteel belang voor eenieder die zich voor de waarheid interesseert. Stilte is medeplichtigheid, dus weerleg de leugens van de liberale oorlogsstokers!

Mark Druhtman

“We worden ondermijnd door onze universiteiten”

1

‘Cynical Theories: How Activist Scholarship Made Everything About Race, Gender, and Identity-and why this harms everybody’ is een boek uit 2020 van Helen Pluckrose, afgestudeerd in de Engelse literatuur en James A. Lindsay, een wiskundige. Beide schrijvers waren betrokken bij een affaire die bekend werd als de Grievance studies affair uit 2017-2018. Over de loop van een jaar probeerden Pluckrose, Lindsay en Peter Boghossian, een filosoof, nepartikelen geplaatst te krijgen met als doel om de onwetenschappelijke basis onder postmodernisme, kritische theorie, gender studies, postkoloniale theorie, feminisme, validisme en aanverwante identiteitspolitiek aan te tonen. Het werd een daverend succes, de artikelen met onderwerpen als de verkrachtingscultuur onder honden werden gretig ontvangen. De wrokwetenschappen vielen één voor één door de mand.

Het drietal schreef onder de fictieve naam Helen Wilson een twintigtal academische artikelen, waarvan zeven werden gepubliceerd in wetenschappelijke tijdschriften op gebied van identiteitspolitiek en kritische theorie. Nog eens zeven artikelen stonden op het punt gepubliceerd te worden en zes artikelen waren afgewezen. De kwaliteitscontrole bleek nihil, van ‘peer review’ was zelden sprake. Aldus toonde het drietal aan dat de genoemde onderzoeksgebieden nauwelijks voldeden aan de wetenschappelijke standaard. De faculteiten bleken vooral gevuld met activistische studenten en professoren die elkaar met holle mantra’s en gezwollen jargon nakakelden zonder ook maar de minste onderbouwing.

Hilarische voorbeelden te over:
In “Going in Through the Back Door: Challenging Straight Male Homohysteria, Transhysteria, and Transphobia Through Receptive Penetrative Sex Toy Use” was de centrale these dat heteromannen zichzelf anaal moesten penetreren met een object om verkrachtingscultuur tegen te gaan.

In “Our Struggle is My Struggle: Solidarity Feminism as an Intersectional Reply to Neoliberal and Choice Feminism” werd een deel van ‘Mein Kampf’ herschreven, maar dan met terminologie afkomstig uit vrouwenstudies.

In “Rubbing One Out: Defining Metasexual Violence of Objectification Through Nonconsensual Masturbation” worden mannen die fantaseren over een vrouw zonder haar toestemming gebrandmerkt als schuldigen aan sexuele geweldpleging.

Toen de drie auteurs publiekelijk bekend maakten dat zij al de onderzoeken hadden gefabriceerd, vielen academici, media commentatoren en activisten over elkaar heen. De auteurs werden “agitatoren van een gecoördineerde rechtse aanval” genoemd. Het was een blinde uithaal, de auteurs beschreven zichzelf als sociaal-liberaal en aanhangers van de klassieke versie van het sociaal rechtvaardigheidsconcept. Wetenschappers in ‘serieuze’ wetenschapsgebieden als natuurkunde, wiskunde, filosofie, economie en biologie voelden zich bevestigd in hun opvatting dat kritische theorie en aanverwante identiteitspolitiek onzinkunde is.

In het boek, waarin Pluckrose en Lindsay voortborduren op de door hen geschreven artikelen kunt u lezen over het ontstaan en in stand houden van de ideologie, of ideologieën die achter het volgende zitten: diversiteitsofficiers, dekolonisatiebeleid op universiteiten, ‘safe spaces’, de bewering van Sylvana Simons dat wiskunde gedekoloniseerd zou moeten worden en de eis om het ontslag van Paul Cliteur. Het boek beantwoordt de vraag waarom kritische theorie en identiteitspolitiek onderdeel is geworden van zovele universitaire campussen. Dit wordt gelardeerd met theoretische onderbouwing, maar ook met praktische voorbeelden.

Het transformeren van de wetenschappelijke methode ten gunste van sociale verandering is een van de doelen van de kritische theorie en haar adepten: “The 2015 book, Research Justice: Methodologies for Social Change, edited by Andrew Jolivette, is a key text here. Jolivette, professor and former department chair of American Indian Studies at San Francisco State University, defines the aims of this method in his introduction:[R]esearch justice” is a strategic framework and methodological intervention that aims to transform structural inequalities in research… It is built around a vision of equal political power and legitimacy for different forms of knowledge, including the cultural, spiritual, and experiential, with the goal of greater equality in public policies and laws that rely on data and research to produce social change.” – uit Cynical Theories

Vanaf pagina 231 wordt de casus van de Evergreen State College, in Olympia, Washington (staat) beschreven. Professor in de biologie, Bret Weinstein, protesteerde tegen het voorstel om blanke medestudenten gedurende een dag te weren van de universiteit. Dit resulteerde in beschuldigingen van racisme, vervolgens oproer en uiteindelijk opstand onder gekleurde studenten. Meerdere professoren en de rector werden gekleineerd, beledigd, geïntimideerd, bedreigd en uiteindelijk zelfs gegijzeld op de campus door hun studenten. De studenten barricadeerden de deuren om te voorkomen dat de politie in kon grijpen. Een lid van de faculteit merkte in een terugblik op de dag zelf cynisch doch fijntjes op: “They are doing exactly what we’ve taught them today”. Ook de rabiate Rhodes Must Fall-beweging op meerdere universiteiten wordt belicht.

Thierry Baudet is gekleineerd, beledigd, geïntimideerd en bedreigd om vele dingen, zo ook zijn uitspraak dat we ondermijnd worden door onze universiteiten. Het boek ‘Cynical Theories’ is een genuanceerde, doorwrochte maar spijtig genoeg liberale verklaring waarom Baudet gelijk heeft op dit punt.

Isengrim

Gezond verstand in tijden van pseudomoralisme

1

Waardoor zijn er zoveel positieve corona testen? Omdat mensen zich niet aan de maatregelen houden. Waarom wordt het warmer op aarde? Omdat mensen de fossiele brandstoffen niet willen opgeven. Waarom presteren zwarten minder goed op IQ tests dan blanken? Dat moet komen door racisme.

Wat hebben deze uitspraken met elkaar gemeen? Alle deze uitspraken zijn een vereenvoudigde, geconstrueerde weergave van de realiteit. De antwoorden komen niet voort uit een logische redenering, maar zijn door conditionering ingeprent. Het zijn propaganda slogans.

Vrijwel elke kwestie in het publieke debat zal het heersende linkse media-apparaat trachten te kneden tot een gangbare liberale opinie. Om een kwestie kneedbaar te maken, wordt het aan een moreel oordeel gekoppeld. Dat gebeurt ongeacht of de kwestie in het morele domein valt of niet, zoals het weer of de seizoensgriep. Het publiek wordt voorgehouden dat zij tekortschieten, wat onontkomelijk is, want het morele oordeel is uiteindelijk te herleiden tot wie u bent (blanke European) of wat u onvermijdelijk doet (CO2 uitademen, uw huis verwarmen, uw familie opzoeken). Wie tekortschiet, draagt schuld. Om de schuld in te lossen dient u de opgelegde liberale opinie te volgen.

Meedoen aan het publieke debat is al gauw op eieren lopen. Want alleen al het bevragen van een maatschappelijk probleem zorgt ervoor dat je in een hoek van associaties valt, zorgvuldig geconstrueerd door de media. Degene die zich aan het schuldcomplex willen onttrekken kunnen een ad hominem aanval (racist, fascist, complotdenker, …foob, etc) verwachten. De discussie vindt aldus niet meer plaats op basis van rede en gezond verstand, maar op basis van liberaal (pseudo)moralisme, waarbij elk tegengeluid immoreel is.

Mensen zijn bijvoorbeeld niet anti-Trump om de dingen die hij gezegd heeft, ze zijn anti-Trump omdat ze dan horen bij een rigide morele gemeenschap. Op zijn beurt geeft dat weer een goed gevoel, want ze bevestigen voor henzelf dat ze aan de juiste kant van het moreel spectrum zitten. Want wie wil er nou niet een goed mens zijn? Dat dat morele spectrum niks anders dan een instrument uit elitaire kring is, doet er niet toe. We zien dit tekort aan denkvermogen echter door alle lagen van de maatschappij. Lager opgeleiden zijn minder vaardig in het verwoorden van hun gevoel, waardoor ze vatbaarder zijn voor ideeën die hun gevoelens rechtvaardigen. Voor iemand die gewoon geen zin heeft in een vaccinatie en het niet vertrouwt, is het voor de hand liggend om een of andere facebookpost te geloven die hier een argumentatie voor geeft. De argumentatie kan ver verwijderd van de realiteit zijn met een aluminiumfoliehoedje, maar dat maakt niet uit. De persoon die zijn gevoelens niet goed kan verwoorden heeft ergens een weerklank gevonden, en ook nog eens gelijkgezinden!
De fout die vervolgens wordt gemaakt is dat men denkt dat deze personen hun mening alleen baseren op basis van de informatie die ze hebben gekregen. Want het probleem ligt niet bij de informatie, maar bij het gevoel van wantrouwen. En ja, daar moet naar geluisterd worden. Het gezond verstand in de maatschappij heeft zich losgekoppeld van het logisch argumenteren. Intellectuelen laten zich makkelijk voorliegen door zelfbedachte denkstructuren, terwijl lager opgeleide mensen weer de intellectuele onderbouwing van hun gezond verstand missen. Deze laatste groep staat steviger met beide benen op de grond en kan de realiteit in een sierlijk simpele manier beschrijven, zoals het is. Vertel een dergelijk persoon maar dat een man in een vrouwenjurk een echte vrouw is of dat we migranten ‘nodig hebben’. Vergelijk dat maar eens met het antwoord van iemand die op de universiteit het vak genderstudies heeft gestudeerd.

Waar het uiteindelijk om gaat, is dat de liberale intellectuele gemeenschap, gevormd door niet nader te noemen instanties en individuen, een negatieve invloed heeft op het huidige maatschappelijke discours. Deze negatieve invloed laat zich gelden door een zuiver moralistische insteek in elke discussie en interpretatie van informatie. Hierdoor is het onmogelijk om een nuance aan te brengen die niet binnen de gegeven kaders van het debat valt. Gebeurt dat wel, dan hebben de moraalridders meteen een label paraat, als de brave loopjongens die ze zijn. De moraalridders dulden bovendien niks anders dan een redenatie gebaseerd op een schuldcomplex. Zolang jij, of in collectieve zin, wij, de schuldigen zijn dan is de redenatie goed. Dit is tevens een nare overerving van het fictieve Joods-christelijke wereldbeeld, waarbij het Joods perspectief van de klassenstrijd, de tegenstelling tussen arm en rijk, onderdrukte en onderdrukker, toch altijd weer een weg vindt om zich te manifesteren. Wijkt je argumentatie af van dit discours, of laat je moralisme weg uit je redevoering, dan ben jij ‘fout’. Zo simpel is het, maar zo complex is het ook.

~Kalki

Traditioneel conservatisme kan het nooit winnen van links

2

Niemand herinnert zich vandaag de dag nog Friedrich Julius Stahl (1802 – 1861). Hij was een rechtsfilosoof van Joodse afkomst die zich bekeerde tot het christendom en een pleitbezorger werd van Pruisisch Lutheraans conservatisme als tegenwicht voor de opkomende waarden van de Verlichting. Hij wees Hegels’ stelling van de hand dat een staatsvorm gegrond kon worden op principes ontsproten aan de ratio van mensen in plaats van principes gesanctioneerd door de ‘goddelijke autoriteiten’. Volgens Stahl was elke politiek die zijn principes aan de menselijke rede ontleende, in plaats van de traditionele waarden en christelijke overtuigingen van de Duitse natie, een schending van het natuurlijke onderscheid tussen de mens en ‘Gods ordening van de wereld’.

Dit is één van de standaardargumenten gebleven van traditionele conservatieven sinds de ‘contra-verlichting-beweging’ tegen de Franse revolutie van 1789. Het is een argument dat de ene na de andere nederlaag heeft geleden in het licht van de meedogenloze opmars van de wetenschap en de rechten van individuen om hun eigen geluk na te jagen. Traditionalistische lofzangen over de ‘goddelijke heiligheid van de koninklijke heerschappij’, de waarde van het geloof en de aangeboren verdiensten van de aristocratie, waren geen partij voor de linkse viering van ‘vooruitgang’, ‘opvoeding boven onwetendheid’, ‘tolerantie boven onverdraagzaamheid’, de ‘open samenleving’ boven de ‘gesloten geest’ van het conservatisme.

Zelfs toen traditionele conservatieven het onontkoombare einde van goddelijk gezag, de opkomst van de burgerlijke middenklasse en het wetenschappelijke karakter van modernisering gingen accepteren, zijn ze niet in staat geweest om het radicale liberale argument te weerstaan ​​dat geen enkel geschoold persoon een politiek zou moeten accepteren die geen verantwoording aflegt tegenover de kritische normen van de rede.

Het doet er niet toe dat linksen de Verlichting er later van zouden beschuldigen een eurocentrische beweging te zijn die de westerse rede verkiest boven de ‘intuïtieve’ en ‘holistische’ manieren van niet-Europeanen. Links zou voor altijd geïdentificeerd blijven met het ‘besef van de rede’ tegen elke heersende vorm van vooroordeel dat ‘een irrationele en tot slaaf gemaakte orde voortbracht’ – om enkele woorden te citeren uit Herbert Marcuse’s Reason and Revolution (1941), een zeer invloedrijk boek in de opkomst van het cultureel marxisme.

Marcuse verwelkomde de vernietiging van ‘vele theologische en metafysische illusies’ die door de natuurwetenschappen tot stand zijn gebracht. Maar hij bestreed ook sociale wetenschappers die ‘sociale realiteiten volgens natuurlijk patroon en objectieve noodzakelijkheid’ bestudeerden. Samenlevingen moesten niet worden gezien als van nature gegeven realiteiten, maar als menselijke creaties die vatbaar zijn voor verbetering door de kritische toepassing van de rede op de oplossing van ‘sociaal onrecht’. Hij had het idee dat de doelen van de Verlichting werden opgegeven door de ‘positivistisch’ ingestelde sociale wetenschappers die niet bereid waren de samenleving aan kritische vragen te onderwerpen, maar zich neerlegden bij de samenleving hoe het was.

De ‘kracht van de dialectiek’, betoogde Marcuse in Reason and Revolution, mag niet ‘geneutraliseerd’ worden. De moderne wereld was nog steeds ‘tegenstrijdig en irrationeel’ in zijn imperialistische gedragingen, militarisme en geweld, racisme en seksisme. Daarom, als de wereld echt rationeel gemaakt moest worden, zou het de sociale wetenschappen niet toegestaan ​​moeten worden ‘verontschuldigend en rechtvaardigend’ te blijven in het licht van deze irrationele realiteit.

Terwijl conservatieven bleven proberen het traditionalisme en het christelijke idee van de staat aan te passen aan de succesvolle opkomst van de middenklasse en de natuurwetenschappen, pleitte Marcuse voor een ‘kritische’ of ‘negatieve’ dialectiek tegen het irrationalisme dat nog steeds heerst in de moderne westerse samenlevingen. Terwijl conservatieven lezingen gaven aan een afnemend aantal volgers over de blijvende relevantie van traditionalisten zoals Joseph de Maistre, Edmund Burke en Russell Kirk, zou de kritische filosofie van Marcuse en Nieuw Links de officiële missie worden van universiteiten in het Westen.

De fout van traditioneel conservatisme was om de Verlichting te beschouwen als louter een ideologie in plaats van als een beweging die diep doordrenkt is van de unieke voorkeur van westerse volkeren om hun daden te rechtvaardigen op basis van hun kennis en rationele capaciteiten. Conservatieven hadden rationele uitleg moeten geven over het belang van tradities, gemeenschapsbanden en de natuurlijke ongelijkheden van mensen in plaats van te vertrouwen op een beroep op de ‘goddelijke orde van God’ of het ‘gezag van geschiedenis en traditie’.

Marcuse kon Stahls verwerping van het moderne rationalisme met gemak ontmantelen. Stahl had de oude adel ervan kunnen overtuigen dat een christelijke sociale orde niet verantwoording kan afleggen aan de rede, aangezien deze orde al is gesanctioneerd door traditie en geloof. Maar hij kon de dominante middenklasse niet overtuigen. Stahl had kunnen stellen dat hij een compromis aanbood tussen het oude feodale verleden en de nieuwe middenklassen door te pleiten voor een constitutioneel monarchaal systeem met vertegenwoordiging beperkt door eigendom en onderwijs, maar hij kon toekomstige generaties er nauwelijks van overtuigen dat niet de menselijke rede de bron van rechten is, maar traditie en gewoonte.

Stahl zat dicht bij de waarheid toen hij opmerkte dat ‘de mens geen absoluut vrij wezen is maar een geschapen en beperkt wezen, en dus afhankelijk is van de macht die hem zijn bestaan ​​gaf’. Maar het was gemakkelijk voor Marcuse om Stahl’s gevolgtrekking uit deze observatie, dat ‘de autoriteiten daarom de volledige macht over hem hebben, zelfs zonder zijn toestemming’ aan te vechten.

Het was voor Marcuse niet moeilijk om hier tegen in te brengen dat Stahls filosofie van het recht neerkwam op ‘onderwerping’ aan ‘onbetwistbare aanspraken’ van de machthebbers. Links zou zichzelf op deze manier tot partij van de rede maken, terwijl conservatieven zouden blijven praten over ‘goddelijke openbaring of natuurwet’, ‘geloof in gewoonte’ en ‘ordelijke aanvaarding’ van het ‘natuurlijke onderscheid tussen klassen’.

De ontwikkeling van de rede is een uniek prestatie van het Westen. Rechts zou links niet moeten toestaan ​​het huidige politieke monopolie op de rede te behouden. Dit is wat de evolutiepsychologie tot een belangrijk studiegebied voor onze kant maakt. We hoeven geen beroep te doen op religie, geloof, goddelijkheid en tradities om onze opvattingen te verdedigen. We hebben rationele verklaringen over de ongelijkheid van de mens, de genetische verschillen tussen de geslachten en rassen, en de verschillen in etnocentrisme tussen blanken en niet-blanken.

Links vertrouwt al enkele decennia op onbetwiste dogma’s over gelijkheid, autoritaire politiek-correcte mandaten, irrationele labels die erop gericht zijn kritische denkers uit te sluiten en elk rationeel onderzoek naar tal van onderwerpen te blokkeren. Het dissidente rechts hoeft geen beroep te doen op dogma’s. We hebben rationeel onderbouwd onderzoek dat aantoont dat volkeren psychologisch en economisch profiteren van beperkte immigratie en van een staat die zijn burgers aanmoedigt om een ​​gevoel van gemeenschapscohesie te ontwikkelen dat geworteld is in afkomst, gewoonte en religie. Wij zijn degenen die rationele vragen stellen. We hebben onderzoek dat aantoont dat etnocentrisme een rationele gedragsstrategie is, een feit dat gevestigde sociale wetenschappers erkennen, wat voor hen reden is om te pleiten voor gemengde huwelijken om etnocentrisme af te schaffen en gemengde naties in het Westen te creëren.

Politiek kan natuurlijk niet worden gereduceerd tot rationeel onderbouwde uitspraken en debatten. Politiek wordt gestimuleerd door passie, emoties en wilskracht. Er zijn symbolen zoals de vlag of het aanroepen van een ‘vaderland’ die het rationele overstijgen. Door de school van Carl Jung is vastgesteld dat, hoe gerationaliseerd we ook zijn geworden, een deel van onze geest altijd gestructureerd zal blijven door collectieve onbewuste krachten die tot uiting komen in archetypen, die aangeboren en geërfd zijn en nooit kunnen worden geëlimineerd door onderwijs, maar onmisbare onderdelen van de libidineuze creatieve energieën zijn van mensen. Desalniettemin mogen we niet vergeten dat de reden waarom we als westerlingen het onbewuste tot een gedachtegoed hebben kunnen maken, in plaats van het als iets mysterieus en ondoorgrondelijks in het diepst van onze geest te laten blijven, is dat we het meest rationele ras in de geschiedenis zijn geweest. Het slinkse, corrupte, gedegenereerde links dat door Marcuse wordt gekoesterd, mag niet de rede voor zichzelf opeisen.

Dit is een bewerkt vertaling van een artikel van Ricardo Duchesne, dat eerder verscheen op Council of European Canadians.

De Joodse Schildwachter

1

Vandaag zal de Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding van start gaan. Dit is een nieuwe functie, in het leven geroepen door de Minister van Veiligheid en Justitie. Het idee is dat deze persoon (er is nog geen naam bekend gemaakt) een jaar de tijd neemt om een advies te schrijven hoe antisemitisme strafrechtelijk vervolgd kan worden. Ferd Grapperhaus maakte het nieuws half december zelf bekend tijdens een Chanoeka viering (Joods feest die de ondergang van de Hellenistische cultuur viert in 165 voor Christus) op de Joodse sportvereniging Makkabi. Grapperhaus noemde antisemitisme:

“…een veelkoppig monster die de laatste tijd overmoedig begint te worden. Soms verpakt als anti-zionisme, soms onder de noemer van anti-globalisme. (…) Politiemedewerkers worden getraind om antisemitisme te herkennen, en antisemitisme kan nu zwaarder worden bestraft. We zijn ook in gesprek met de grote techbedrijven over het beperken van de verspreiding van kwaadaardige boodschappen”.

Antisemitisme is een reëel fenomeen. Het is zelfs een universeel fenomeen te noemen, want het komt door alle tijden voor, onder vrijwel alle culturen. Zelfs een cultuur die nog nooit in aanraking is gekomen met Joden heeft het vermogen om antisemitisme te ontwikkelen. In 2008 streek een groep van 200 orthodoxe Joden neer in een uithoek van Guatamala, waar alleen Maya indianen woonden. Deze groep Joden was vertrokken uit Canada, waar zij zich niet langer welkom voelden na beschuldigingen van kindermisbruik. Maar ook in de binnenlanden van Guatamala bleken zij niet veilig. In 2014, nog geen zes jaar na hun aankomst, werden zij verjaagd door de lokale bewoners.

In ons eigen deel van de wereld is antisemitisme een fenomeen omdat de media elke snipper van vermeende jodenhaat tot enorme proporties opblazen. Dit is Ferd Grapperhaus zelf ook bekend, hij moest niet zo lang geleden nog toegeven dat eerdere incidenten, door de gevestigde media opgeklopt als antisemitische aanslagen, dat bij nader inzien niet waren geweest.
Daarnaast is antisemitisme een fenomeen omdat de drempel voor antisemitisme laag ligt. Er blijkt weinig voor nodig te zijn om tot een jodenhater bestempeld te worden. In zijn toespraak zei Grapperhaus dat anti-globalisme een uiting van antisemitisme is. Ofwel, als iemand zich tegen globalisme uitspreekt, bijvoorbeeld omdat hij ziet dat het Nederlandse gezondheidsbeleid door de WHO wordt aangestuurd, dan is dat kennelijk al antisemitisch.

Joodse organisaties hebben zelf een definitie samengesteld van wat zij onder antisemitisme scharen, de zogenaamde IHRA definitie. Volgens deze definitie is kritiek op Israël of zelfs het aanduiden van Joden als een aparte groep al een vorm van antisemitisme. Maak daarbij niet de vergissing te denken dat het slechts om een papieren formulering gaat. Grapperhaus liet al weten aan de Tweede Kamer dat deze IHRA definitie te hebben rondgestuurd aan de politie en het OM om deze te laten “meewegen” bij het instellen van strafrechtelijke vervolging. Voor het vaststellen van groepsbelediging van Joden is dus niet meer het Wetboek van Strafrecht leidend, maar de hypergevoelige definitie die de Joden zelf hebben aangedragen.

De derde, misschien wel belangrijkste reden dat antisemitisme voorkomt is omdat Joden een uitzonderingspositie innemen in onze samenleving, met speciale rechten, zonder daar rekenschap over af te leggen. Het mogen bepalen wat de kaders zijn van belediging van de groep waar jij toe behoort is een speciaal voorrecht dat Joden kennelijk wel bezitten maar andere groepen niet. Daar blijft het niet bij. Joden hebben in Nederland hun eigen Joodse scholen, hun eigen Joodse mediakanalen en hun talloze invloedrijke belangenorganisaties. Ferd Grapperhaus hield zijn toespraak nota bene bij een Joodse sportorganisatie, die alleen Joden verwelkomt. U kunt het zelf lezen op hun website; de gevechtstraining is alleen voor Joden toegankelijk. Hoe vaak bent u een sportschool tegengekomen met een raciaal toelatingsbeleid?

Om de zaak in één zin te vatten: we hebben een minister die vanuit een sportclub die alleen Joden toelaat, ons gaat vertellen dat hij op kosten van de samenleving een speciale coördinator voor Joden zal aanstellen, die de minister gaat adviseren over speciale wettelijke bescherming voor Joden, om te voorkomen dat Joden beledigd worden, vanwege het feit dat zij speciale rechten hebben.

Hoe groot is dat bord voor het hoofd van deze minister wel niet? Door zo opzichtig een Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding te benoemen verbijzondert hij de positie van Joden verder, terwijl dat precies het onderliggende probleem is. Het rapport moet nog geschreven worden, maar de uitkomst ligt al vast: ook in 2021 is het antisemitisme toegenomen. De redenen die in het rapport worden opgenomen zullen slechts een weergave zijn van de blinde vlek waar Gapperhaus zelf ook last van heeft.

Complot tegen het Vrije Woord

1

Sinds de uitbraak van de coronapandemie zijn complotdenkers weer een punt van aandacht. Via media en politiek worden zogenaamde “complotdenkers” gecriminaliseerd en het publiek warm gemaakt voor een nieuwe golf van repressie tegen dissidenten. Of het nu de strijd van D66-Minister Kajsa Ollongren tegen “nepnieuws” is of de opruiende boodschappen van ideologisch gemotiveerde beroepsdeskundigen zoals Beatrice de Graaf en Nikki Sterkenburg: het thema staat weer bovenaan de agenda. Zelfs de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding (NCTb) waarschuwde dat complottheorieën tot extremisme, ja zelfs tot terrorisme konden leiden.

Het is duidelijk dat de autoriteiten nu ook complotdenkers de oorlog hebben verklaard. Dit roept de vraag op wat een complotdenker nu eigenlijk is?

De moraalwetenschapper Drecht Decoene schrijft daarover het volgende: “Een complottheorie concurreert altijd met wat wel het officiële verhaal wordt genoemd: de consensus onder historici en andere geleerden over wat er gebeurd is.”

Als we de definitie van Decoene volgen, dan kunnen we stellen dat bijvoorbeeld Christoffel Columbus een complotdenker was. Met zijn claim dat de aarde niet plat maar rond was, weerlegde hij immers de algemene wetenschappelijke consensus van zijn tijd. Iedereen die de heersende consensus in twijfel trekt, kan dus verweten worden een complotdenker te zijn. Zo kun je iedereen die de staatsversie bekritiseert tot complotdenker bombarderen. Het perfecte wapen om alle tegengeluiden te censureren en de kop in te drukken.

Met de recente oorlogsverklaring tegen complotdenkers zijn de autoriteiten een oorlog tegen de vrije meningsuiting begonnen. Dit past in een autocratische tendens die al langer in de EU-lidstaten plaats vind. Vergelijkbaar met de Amerikaanse Patriot Act, heeft de Franse president Emmanuel Macron in 2017 met de “anti-terreurwet” de noodtoestand in het land permanent gemaakt. In Spanje zijn de zogeheten “knevelwetten” aangenomen, waarmee het repressieve apparaat van de Spaanse staat gigantisch uitgebreid werd. Ook de Nederlandse regering stuurt steeds meer aan op repressieve wetgeving.

De reden hiervoor is de sociale onrust die in heel Europa heerst. De afgelopen decennia is Europa door verschillende crisissen getroffen. De laatste hiervan is de ontwrichtende coronapandemie. We staan aan de vooravond van een onzekere toekomst. Steeds meer mensen maken zich zorgen, voelen zich in de steek gelaten en stellen de heersende instituties ter discussie. Om die onrust het hoofd te bieden, grijpt de staat terug naar autocratische middelen zoals censuur.

Om die censuur te rechtvaardigen heeft de staat een zondebok nodig: de complotdenker. Iedereen die het officiële verhaal van de staat bekritiseert kan dat brandmerk krijgen. De complotdenkers worden zonder pardon weg gezet als een gevaarlijk allegaartje van verwarde mensen: van nationalisten, antizionisten, anti-oorlogsactivisten, critici tegen de ‘lockdown’, Poetin-aanhangers, spirituele hippies, anti-vaxxers, anti-5G activisten tot UFO-volgers. Ondanks de diversiteit aan meningen en beweegredenen, wordt iedereen zonder pardon tot de categorie complotdenker gebombardeerd.

Terechte kritiek op de staat en zijn doctrine wordt gelijk gesteld aan de meest vergezochte en onrealistische mythes. Een innovatieve manier om politieke dissidenten te framen. Gevaarlijker is de link die met extremisme wordt gelegd: iedereen met het brandmerk complotdenker wordt daarmee een potentiële terrorist. Met alle gevolgen van dien.

De vrije meningsuiting van gewone stervelingen die de staatsdoctrine durven te bekritiseren, wordt hen ontzegd. Complotdenkers zijn ongecultiveerd, onverantwoordelijk en gevaarlijk voor de samenleving. Staatscensuur wordt daarmee gerechtvaardigd. Er zijn inmiddels al talloze maatregelen genomen om de verspreiding ervan op internet en via sociale netwerken tegen te gaan.

Als volksnationalisten zijn we al langer bekend met censuur. In de jaren ’90 werden er in diverse Europese landen wetten ingevoerd die het holocaustrevisionisme en vrij historisch onderzoek verboden. Daarmee werd het in Europa weer mogelijk om voor je mening in de gevangenis te belanden. De nieuwe golf van censuur zal echter veel meer mensen gaan treffen.

De staat zal nooit toegeven dat ze de politieke opvattingen van de bevolking wil beheersen. De censuur zal worden voorgesteld als een soort religieuze zaak: het beschermen van de samenleving tegen ketterij; het in bescherming nemen van de bevolking tegen het vermeende gevaar van complotdenken.

Laten we dus niet naïef zijn, dissidente denkers naderen een onvermijdelijke krachtmeting met de staat. Het valt nog te bezien wie verantwoordelijk zal zijn voor de censuur en wat de criteria ervan zullen zijn. Maar dat die censuur er komt, is zeker. De historie leert ons echter dat censuur in de meeste gevallen schadelijker is dan de ideeën die het verbiedt. Alle staten die censuur toepassen worden uiteindelijk ooit omvergeworpen. Het huidige regime zal daarop geen uitzondering vormen.

Mark Druhtman

Traditie Tegen Tirannie (deel 3)

1

In het laatste deel van het interview met Tradicija Proti Tiraniji, de Sloveense etnonationalistische beweging, staan we stil bij de hedendaagse geschiedenis van het land gezien vanuit nationalistisch perspectief en kijken we naar de toekomst. Eerdere delen van het interview bindt u hier: deel 1, deel 2

In one of your articles you refer to cultural marxism and the ride through the institutions by the Frankfurter Schule. How did this affect your country in the Yugoslav era? And what were the developments after 1991?
Looking back at the post-WW2 history and the rise of what we refer today as “cultural Marxism”, we can say that ironically the countries that fell under Marxist socialism were in a way shielded from cultural Marxism, and of course from the liberal agenda that was considered a part of the capitalist West. The “old” socialists and communists did not approve of a number of degenerate elements that were appearing in liberal democracies. This was also in many ways true for Yugoslavia, especially in the first decades, as is illustrated, among other things, by the fact that in the 1950s homosexuality was a crime that could earn the “perpetrator” up to two years in jail, and wasn’t completely decriminalized until late 70s when the first traces of liberal influence and cultural Marxism started to appear.

We should also stress the fact that Yugoslavia broke off with the Soviet Union soon after the war and that we had a “softer” version of communist socialism when compared to the Soviet dominated countries from the eastern bloc. This of course did not spare tens if not hundreds of thousands of people who were slaughtered without trial after the war. Those killed were not only the ones who took arms against the red partisans, but also those deemed “opponents of the revolution”, or simply seen as a threat to the new regime. It also did not spare many of the “dissidents” being jailed or sent to the infamous political prison located on a Croatian barren island called Goli Otok (Naked Island). But the everyday life conditions were better than in Eastern Europe, and what’s important in this context, the country was open to the West. Marshall Tito, the well-known leader of Yugoslavia, who was guilty of many atrocities still not completely known to the public until this day, had good relations with liberal democracies, and it should be noted that he was ideologically more of a social democrat than a Bolshevik. So, already in the 60s, the hippie movement, and various student movements that were used by cultural Marxists in the West, also appeared and grew in Yugoslavia. They were looked down by the “old” communists and there were some cases of police harassment, but since the country had in general good relations with the West, the liberal influence got its foothold especially in the larger cities of Yugoslavia. During the 70s, organized liberal and “new left” groups appeared, and in the 80s such groups, which were mostly pro-western, and most likely financed from the West grew stronger, planting the seeds of the modern liberal views and principles, which would later fall under the umbrella of cultural Marxism.

After the Slovenian independence in 1991 when we became a democratic country moving towards Western liberal democracies, the liberal influence grew freely within Slovenia, and the cultural Marxist subversion became more visible, especially after 2004 when we joined the new liberal version of the Soviet Union, known as the EU. Now, since we had a “softer” version of Marxist socialism, there was no lustration or purge of the former communists and no hard break from the communist past at the time of our independence.

Many of the old commies who were personally not too glad about the breakup of Yugoslavia, just put on the masks of the born-again liberals or democrats, and took important leading positions within our newly founded state. Such is the case of our first president Milan Kučan who said in 1990: “It is even hard for me to think about the secession of Slovenia from Yugoslavia, as this was never my first most intimate option”. But regardless, he became president after the independence and is today one of the main representatives of the Slovenian “deep state”, alongside other former communists and their leftist disciples. Today´s Slovenian leftist and liberal-left political parties and various leftist activist groups and NGOs have incorporated both, the Yugonostalgia and the communist mythology as well as the “new left” pro-migration, feminist and LGBT stance. The leftist parties, such as the Social Democrats, or various activists whose imagery includes rainbow flags as well as red stars, will praise the old communists, such as Edvard Kardelj, Boris Kidrič, and of course Tito, while at the same time push for the typical globalist agenda like open borders, LGBT rights, and so on. They are of course agents and useful idiots of the Slovenian “deep state” who is in turn under the control of the international globalists. So, the leftist or “cultural Marxist” cultural hegemony arose in Slovenia through the merging of the old Yugonostalgic and communist sentiments with the modern leftist liberal agenda. Our media, schools and many state institutions are in the hands of leftists and of the deep state agents who are directing the main public discourse, as is the case in almost all of the European and Western countries today. Hopefully, think tanks like Erkenbrand, and other identitarian groups such as ourselves, will be able to counter and eventually break this leftist cultural hegemony in the future.

In the current state of affairs do you have any room for an ethnonationalist party? Or do you only have ‘kosher’ populist parties?
Early in 2020 at the beginning of the COVID-19 crisis, a center-right government led by the Prime Minister Janez Janša and his conservative right-wing Slovenian Democratic Party (Slovenska Demokratska Stranka) came to power, after the previous liberal Prime Minister Marjan Šarec resigned and the government collapsed. At that time, Janša managed to form a fragile coalition with some other centrist and conservative parties, as his SDS won in our last election in 2018, but was at the time unable to form a ruling coalition, as none of the liberal and left-leaning parties would join them. Janša is a seasoned politician, who also played a role in the independence of our country, and has held many different positions in the past, including being the Prime Minister before.
Slovenian Democratic Party used to be your typical centre-right conservative party, until the migration crisis in 2015, at which time they adopted more strict rhetoric against illegal migrations and a more populist stance, similarly to Hungarian Fidesz and their leader Victor Orban, who is a close ally of Janša. It would be fair to assume, that this shift towards a more anti-migration politics was at least in part a stunt to gain the support of people who were dissatisfied with the growing number of dark aliens at our borders. Nevertheless, their gaining support which led to their victory in 2018 showed us that many people were indeed at least worried and skeptical about the mass migrations, which is in a way a good sign in itself, regardless of the true aspirations or interests of the winners.

But of course, their public opposition to mass migrations also earned them the burning hatred from the Left, and the disapproval of the mainstream media. So, from the moment they were able to form a new coalition and take power, the leftist-liberal parties in the opposition alongside various NGOs and mainstream media mobilized and started attacking them, talking about the “growing threat of fascistic totalitarianism”, “dictatorship” and of the “Orbanization of Slovenia”, a term coined by the Left in regard to above mentioned friendship and dealings between SDS and Fidesz. All this was done mostly under the guise of the criticism aimed at the COVID-19 related restraints and lockdowns, and during the late spring and summer it erupted in weekly protests against the government, orchestrated by the Left. These protests are supposedly aimed against the “growing fascism” and encroachment on our personal liberties due to Covid-19 crisis, but the real reason is that the government wants to shut down the state financing of various NGOs and so called “cultural workers”, and is also to some extend battling the prevailing leftist hegemony in our media. So, the leftists, “human rights” type NGOs connected to Soros, and various performers known as “cultural workers” are afraid that they will lose their privileges and the taxpayer’s cash flow. On the other hand, the liberal left opposition parties, connected to what we might call the Slovenian “deep state”, joined in the protests as they want to topple the current government and return to power, so they can continue with the advancement of their openly pro-migrant, globalist agenda, including censorship of different views and tougher “hate-speech” laws. They even formed their own coalition, and are trying to take over by recruiting and persuading some of the ruling coalition parties and their individual members to join them. Soon we will see how everything will play out.

We strongly oppose the Left and the liberals, but we are also well aware that the conservatives have their own interests and gains in such “struggles for power”, and their own connections and dealings with certain international groups and big businesses. We are against the so-called “civic nationalist” approach seen regularly among the conservative ranks everywhere, since we believe that nation is firmly rooted in race, and we do not like their support for modern capitalism and their connections with big capitalists and corporations. Many who criticize migrations and attack the Left for wanting to import their “future voters”, forget that liberal capitalism and big corporations are equally guilty of facilitating mass migrations, so they can gain cheap labor force and new masses of consumers. This connection between big corporations, capitalist businessmen and centre-right conservative politics can also be observed in the case of SDS, as they allow and even support the import of cheap labor force from such places as Kosovo and Albania. Also, as is the case with many conservative parties and with politicians of all colors in general, they will say one thing, then do something opposite. For example, despite of their anti-migrant rhetoric, some SDS members of the European Parliament voted in favor of the migrant quotas in 2015, and despite being a strongly family-oriented party, majority of their members who sit in the city council of our capital Ljubljana refrained from voting against the inclusion of LGBT material in the educational plans for local schools, when the issue was being decided. Now to be fair, we should give Janša and SDS some credit for standing up to the leftist NGOs, the leftist “cultural workers, and the mainstream media, in spite of the opposition trying to trip them on every step of the way. They also deserve credit for upholding the freedom of speech, and are at least for now not trying to pass the above mentioned, stricter “hate speech” laws like their liberal leftist predecessors planned to do, but this is also partly because SDS themselves are being regularly accused of some forms of “hate speech” by the Left. In any case we are wary of politicians and parties from both the Left and the Right, and do not support any political party at this time.

As to the second part of your question, there are a few smaller political parties that may include some elements of “ethnonationalism”, but none of them gets many votes during the elections, and they are quite rare. We believe that as long as the leftist hegemony rules our societies, there will be no real chance for a successful openly ethnonationalist party. That’s why we rather concentrate on metapolitical activities, trying to affect the society as a whole, and by establishing a successful nationalist “counter-culture”, win the hearts and minds of our people, and create circumstances in which a real political change will be possible.

How would you picture a post-liberal, traditionalist Europe? Centralized and strong, or more like a confederation? In what way should Europe behave towards the other big players like the USA, Russia and China?
We would say that there are two prevailing views among white identitarian thinkers and movements regarding this subject; one is that we should establish a European federation, or a new European “Empire”, stretching from “Lisbon to Vladivostok”, as Guillaume Faye suggested. The other is that of the creations of white ethnostates across Europe and the West as advocated by Greg Johnson in his White Nationalist Manifesto. We are perhaps a bit more inclined towards the idea of an “Empire” or a European federation, which was also presented by Alain de Benoist in his Manifesto for a European Renaissance. As he said, such Federal Europe would be built on a principle of subsidiarity, and would “organize itself into a federal structure, while recognizing the autonomy of all the component elements and facilitate the cooperation of the constituent regions and of individual nations”. But as a metapolitical group we also consider other ideas on this subject that have their own positive aspects. In any case, one thing is clear to us: a post globalist, post liberal, nationalist-orientated Europe should be built on the common bonds of her peoples and should be able to stand united against both inner and outside threats. In the case of separate ethnostates, European nations should form strong military and economic alliances, sort of an alternative to EU or NATO, working for the common good and for the racial interests of all Europeans, instead of being puppet organizations serving the interests of globalists as is the case today.

The most realistic view is that as nationalism and identitariansim would gain strength, first through metapolitical, and later political developments, different white ethnostates would be established, that could after the complete and true liberation of Europe – as opposed to the “liberation” of 1945 – form a new federal Europe, which would then grow into a superpower. But we think that we are still at relatively early stages of our struggle, certainly at the metapolitical stage, and many things can happen. Our success is not guaranteed and future looks quite dark at times. It would be fair to say that if together we will be able to move onto the later stages of the struggle, there is a good chance of rising conflicts that could turn into a European “racial” civil war, as the current elites won’t just give up their power.

Regarding the USA, we see our struggle not just as a struggle of European continent, but of all white peoples everywhere. We have the same enemies, and similar problems. So we hope that the later developments of the struggle would happen more or less simultaneously across the West and that as we built new Europe, new white America, Australia and New Zealand will arise as well. Of course the Americans have different historical circumstances and their own ideas about a white homeland, and the ordering of their continent. We also believe that, concerning the recent BLM riots and now the stolen elections, the escalation of conflicts that could lead to civil war is more likely to happen in the USA, and could happen sooner than in Europe.

However, just like identitarian and nationalist groups from USA and Europe are cooperating today, we should also cooperate in the future and present a common white front against such growing superpowers as China which could become our main adversary on the world stage. And if, by any chance Europe would be able to liberate herself, while the USA would still remain the stronghold of globalists, we should help and support U.S. dissidents in their struggle by means and actions that would seem the most effective in such a scenario.

As for Russia, regardless of geography Russians should as a white nation be a part of the new Europe and should be included in any developments toward an “Imperium” Europa. Or if there should happen that while Europe would rise free, Russia would still be in the clutches of oligarchs and globalist mafia, we should also help Russian dissidents, while remaining extremely vigilant toward their state. But such developments may be less likely for Russia in the event of growing ethnical conflicts. In both cases of USA or Russia it could easily be the other way around and they would be the ones to help our struggle.
As we already said about China, it could very well happen that this vast nation could become our main rival, so we should be prepared for any hostilities in stopping her grasp towards the West. On the other hand, we should also be open to any kind of mutual arrangement with foreign nonwestern countries, and should leave them in peace as long as they do not threaten our existence, self-determination and racial interests.
This is of course a complex topic and as our struggle develops new thinkers will arise, as some already have, with new and more detailed proposals about the foreign policy and the future ordering of Europe free from the shackles of globalism, who will build upon the ideas of the thinkers already mentioned in this interview.

How objective is the media in your country? Is it, like in most Western European countries, completely biased towards liberal-progressive globalism?
Just like elsewhere, the mainstream media in our country is extremely leftist and liberal, and is regularly pushing the multiculturalist, pro-migration, cultural Marxist agenda and an essentially “anti-white” narrative. There is one smaller conservative media outlet, which manages to operate within the “mainstream”, and is also sympathetic toward identitariansim and the new right, occasionally publishing interviews with identitarian and rightist thinkers, but all of the big media outlets are completely in the hands of the post-communist left. These big media outlets are also connected with various NGOs, mostly financed by George Soros, and with the leftist politicians. There were even such cases when some female reporters left their job in the supposedly objective leading media houses to have a political career in liberal-leftist parties. Many of the journalists and reporters working for our national radio television Slovenia, and other big media, are openly completely leftist, yet they still dare to talk about “objective” journalism. Under the guise of objectivity, the media is pushing the above-mentioned agenda, looking out for the interests of their leftist “comrades” and of their globalist masters. We know that such situation prevails within the mainstream media all across the West, and that is why we must constantly warn our countrymen that the media today are just the propaganda machinery of globalism.

Finally, what are the plans of Tradicija proti Tiraniji for the future?
As we mentioned at the beginning, we are a fairly new organization. So, our plans include building a strong metapolitical movement and laying the foundations for an identitarian community and a counter-culture within our society, through various activities and actions mentioned in the first answer. We also seek cooperation and contacts with other identitarian nationalist groups across the West. For any additional information we invite the readers to visit http://tradicijaprotitiraniji.org and to feel free to contact us through our contact form. Thank you for your interest, and for this opportunity.

Een nationalistische nieuwjaarsgroet

0

Wie tot het besef komt dat hij een nationalist is, heeft zich in een eerder stadium al ingesteld op het idee dat hij in een wereld van toenemende chaos en conflict leeft. Vaak was het aanschouwen van de toenemende chaos en conflict juist hetgeen dat tot een keuze dwong: je verbinden met de mensen die jouw afkomst, taal en cultuur delen, of de ogen sluiten.

Terugkijkend op het jaar 2020 kunnen we vaststellen dat het chaos niet alleen is toegenomen maar de versnelling is ingezet. Denktanks, politici, activisten en organisaties van onze kant van het politieke spectrum hadden met allerlei scenario’s rekening gehouden, maar toch heeft de omvang en uitgebreidheid van de corona maatregelen ons allen verrast.

De manier waarop onze Nederlandse medeburger zich zonder slag of stoot tot twee keer toe in een lockdown liet plaatsen was ronduit pijnlijk om aan te zien. Na 75 jaar waarschuwen dat het ‘spook van het nationalisme’ zo maar kan opduiken en het dan gedaan is met onze vrijheid, moet het menigeen zijn opgevallen dat onder een democratisch systeem al datgene voor gewaarschuwd werd, een werkelijkheid is geworden. Begin 2021 leven we met censuur, kledingvoorschriften (maskers), reisbeperkingen en een samenscholingsverbod. Het dagelijkse Corona propaganda bombardement en de tastbare angst in de publieke ruimte voelt aan alsof we onder de bezetting van een buitenlandse mogendheid leven.

Wat een ironie is het dan ook dat organisaties zoals de onze, die zich hard maken voor het behoud van de Nederlandse cultuur en identiteit nu het nieuwe verzet vormen. Dat terwijl de organisaties en partijen aan de linkerzijde van het spectrum zonder slag of stoot hun burgerrechten opgaven. Waar zijn de kunstenaars? Hun rol is toch om tegen het establishment in te gaan? Zijn de gewoon te naïef? Of zijn ze soms bang om hun subsidies te verliezen?

Vandaag begint zowel een nieuw jaar als een nieuw decennium. Op de korte termijn is het duidelijk dat de grootste beproevingen nog voor ons liggen, niet achter ons. Corona is niet meer dan een flinterdun excuus om een globalistische technocratie in te stellen. Voorlopig zit de vaart er nog in, het levert de westerse overheden nog domweg teveel op om de maatregelen op te heffen. Neem bijvoorbeeld het vuurwerkverbod, dankzij Corona in één keer ingevoerd, straks de volgapps, het digitale geld, de afbouw van de veestapel enzovoort. Aan de andere kant leert het afgelopen jaar juist dat de toekomst zich slecht laat voorspellen, want juist als alles uitgetekend lijkt gebeurt het onverwachte. Wat we onszelf in dit soort situaties voorhouden is dat het huidige systeem gebouwd is op tegenstrijdigheden. Om er maar een paar te noemen:

– Er is meer dan ooit bekend over genetische verschillen tussen mensen, maar we worden geacht te doen alsof iedereen gelijk is.

– Geboorte en gezin worden ontmoedigd vanwege “overbevolking”, terwijl we als volk uitsterven.

– Politieke partijen die zeggen dat zij opkomen voor Nederlandse belangen zijn alleen nationalistisch als het om Israel gaat.

Het is allemaal zo tegenstrijdig, dat het systeem wel moet breken. Sterker nog, het systeem is al gebroken, maar wordt kunstmatig overeind gehouden. Het is een zombie; reeds overleden maar nog wel gevaarlijk.

Studiegenootschap Erkenbrand zal ook dit jaar zich inzetten voor ons land, ons volk, onze cultuur, identiteit, onze burgerrechten en voor het algemeen welbevinden van iedereen die onderdeel uitmaakt van de volksgemeenschap der Nederlanders. Met typisch Nederlandse vastberadenheid heffen we dan ook het glas champagne op deze jaren twintig en roepen strijdvaardig ‘Kom maar op’.

Boeklezing – Revolutie Door Schuld: een Radicale Geschiedenis van de Eenwording der Aarde

0

“Sinds mensenheugenis wordt de algemeen bekende geschiedenis geschreven door de overwinnaar.” – Rein de Vries

Op de kredietcrisis van 2007 volgde een hausse aan publicaties met als centrale vraag hoe het zo ver had kunnen komen. De algehele verbijstering die destijds heerste over de kwetsbaarheid van het systeem behoefde een antwoord. Die antwoorden kwamen er, in de vorm van duizenden publicaties, met ieder zijn eigen invalshoek. We konden lezen over West-Europese en Amerikaanse banken die hun geld in Griekenland stalden, om daarna het tapijt onder Griekenland weg te trekken. Er waren karakterstudies van individuele bankiers, er waren zelfs psychologische studies van de gehele bancaire sector en financiële analyses van ‘de neoliberale markt’. Het zijn allemaal interessante invalshoeken, tegelijk komt de kern onvoldoende in beeld.

In het Nederlandse taalgebied is ‘Revolutie Door Schuld’ (2018) van de Nederlandse econoom Rein de Vries één van de boeken over de financiële sector die ver boven de rest uitsteekt, juist omdat hij wel tot de kern doordringt. De Vries bouwt zijn betoog rond de financiële aristocratie die de regie voert over het internationale geldsysteem. Zijn analyse laat hij beginnen bij de belle époque, de jaren voorafgaand aan de Eerste Wereldoorlog, maar soms gaat hij verder in de tijd terug. Hij eindigt bij onze eigen tijd.

Waarover kunnen we lezen in ‘Revolutie door Schuld’? Hieronder puntsgewijs een paar thema’s die het meest interessant zijn:
– De structuur van de financiële aristocratie: opkomst van de families Rothschild, Rockefeller, Morgan, Warburg, Schiff, Weishaupt, Seligman, Goldman, Sachs, Oppenheimer, Lehman die al eeuwenlang onderling huwelijken sluiten om kennis en macht binnen de eigen kring van elitaire families te houden.
– De toenemende centralisatie van het bancaire systeem. Het boek beschrijft in detail hoe banken neigen naar steeds grotere conglomeraten. Het is nu eenmaal makkelijker om zaken te doen met grotere structuren dan met provinciale, regionale of lokale banken, die binding hebben met de bevolking en diens cultuur. Centralisatie komt tot een hoogtepunt met de oprichting van de Bank for International Settlements (BIS).
– Adolf Hitler als realpoliticus die in verzet gaat tegen tegen de financiële aristocratie en NSDAP-Duitsland succesvol losmaakt van het internationale kapitaal door de Duitse economie om te vormen, met name in de autarkie zocht hij zijn heil. Hitler volgde daarmee de lijn die Gottfried Feder (de man die Hitler deed aansluiten bij de NSDAP) al uittekende in zijn boek ‘Kampf gegen die Höchfinanz’. Als concessie aan de financiële elite geldt de aanstelling van Hjalmar Schacht (medeoprichter BIS) als minister van Economische Zaken en president van de Reichsbank (in plaats van Feder), waardoor de wens van de NSDAP om financieel onafhankelijk te worden van het bancaire systeem uiteindelijk nooit geheel werd vervuld.
– Het nationaal-socialisme en fascisme als ideologisch vehikel van een zelfbewuste, georganiseerde middenklasse om in verzet te gaan tegen de financiële elite. Het is hun ultieme angst. Stel uzelf de maar eens de vraag: Waarom zijn onze politieke partijen óf belangenbehartigers voor de elite (VVD, CDA, D66) óf komen ze (zogenaamd) op voor de verdrukten, de armeren (PvdA, SP, PVV).
– Amerikaanse presidenten als eigendom van de financiële aristocratie: T. Roosevelt (ondertekenaar wet ter oprichting National Monetary Commission als reactie op de Bankierspaniek van 1907 met in de genoemde commissie medewerkers van J.P. Morgan, en Jacob Schiff), W. Wilson (daadwerkelijke oprichting Federal Reserve onder zijn bewind), F.D. Roosevelt (vrijmetselaar, Council on Foreign Relations), H. Truman (vrijmetselaar), D. Eisenhower (vrijmetselaar), J.F. Kennedy (vader was puissant rijk en verkeerde in de kringen van de financiële aristocratie, zonder er ooit echt deel van uit te maken, J.F. zelf was te kritisch, verzette zich tegen de Federal Reserve en de CIA en werd om het leven gebracht), L. Johnson (vrijmetselaar), R. Nixon (CFR, maar Nixon kwam in opstand tegen zijn meesters, met het Watergate-schandaal als gevolg), G. Ford (Council on Foreign Relations, Bilderberggroep, vrijmetselaar), J. Carter (Trilateral Commission, Council on Foreign Relations), R. Reagan (ongebonden en ongewenst door de financiële aristocratie want onvoorspelbaar, in den beginne kritisch op organisaties als eerder vernoemd, aanslag in 1981 op zijn leven deed de kritiek afnemen, speelde vervolgens als oud-acteur zijn rol als president), G.H.W. Bush (Skull & Bones, CFR, TC), B. Clinton (CFR, TC, Bilderberggroep, vrijmetselaar), G.W. Bush (S&B, Bilderberg), B. Obama (Bilderberg), D. Trump (combinatie van J.F. Kennedy: zelfvoorzienend rijk en een Reaganachtige onafhankelijkheid, nooit echt onderdeel van de financiële aristocratie, doch wel deel uitmakend van de bovenklasse net onder hen, zo heeft Trump al zijn huwbare kinderen ‘uitgehuwelijkt’ aan joden als zoenoffer. Trump kent de financiële aristocratie van dichtbij, maar heeft nooit door durven bijten). Van de waarschijnlijk volgende Amerikaanse president hoeven we slechts een uitspraak te citeren en u weet voldoende: “The affirmative task before us is to create a New World Order.” – Vicepresident Joe Biden (CFR, Bilderberg), in een toespraak voor de Import Export Bank, in 2013
– de Bretton Woods conferentie als blauwdruk voor geïnstitutionaliseerd en gelegaliseerd globalisme en met daaropvolgend oprichting VN en EU.
– Zionisme als politieke tak van de financiële aristocratie, met vertakkingen in vrijwel alle andere politieke systemen zoals communisme, groene politiek, (neo)liberalisme, sociaal-democratie. Politiek als schouwspel om werkelijk zicht op de macht te voorkomen.
– Georganiseerde en gelegaliseerde financiële roof van de midden- en onderklasse middels valse vlagoperaties (9/11), gesponsorde sociale revoluties (BLM), financiële crises (Grote Depressie), economische transferunies (‘coronabonds’), klimaatzwendel (EU Green Deal), migratiepacten, stembusfraude, of kandidaten met dezelfde sponsors tegen elkaar campagne laten voeren met media die de strijd opklopt alsof er werkelijk iets te kiezen valt (Obama Vs McCain, de kandidaten werden letterlijk door dezelfde banken gesponsord), zo nodig het uit de weg ruimen van al te kritische tegenstanders met moordaanslagen en als ultieme middel, oorlogsvoering. Midden- en onderklasse worden opgezadeld met een financiële strop die generatieslang duurt, de financiële aristocratie en de hen dienende bovenklasse wordt almaar rijker en machtiger door centralisatie van kapitaal, media, onderwijs, farmaceuten, Big Tech en andere relevante economische sectoren.

Het boek zal voor de niet-ingewijden lastig te verwerken zijn, generatieslange indoctrinatie moet worden afgeworpen. Het overgrote deel van de ogenschijnlijk verregaande beweringen wordt echter onderbouwd met bronverwijzingen. Erkenbrand wenst u veel leesplezier toe.

Meer weten over Rein de Vries? Zie hier

Isengrim

Traditie Tegen Tirannie (deel 2)

0

Eerder verscheen deel 1 van het interview met Tradicija Proti Tiraniji, de etnonationalistische beweging uit Slovenië. In deel twee bespreken we de Sloveense geschiedenis en cultuur vanuit nationalistisch perspectief.

Looking at history, Slovenia has always been on the crossroads between Slavic, Roman, Magyar and Germanic tribes. Do you and most Slovenians strongly identify as Slavic peoples and why?
That’s true, our country lies on important historical crossroads between different European cultures, and between southeastern and central Europe. Many of our cities were in fact first founded as Roman Empire´s trading or military defense settlements, such as our capital Ljubljana (Emona), Celje (Celeia), Ptuj (Poetovio), or Kranj (Carnium), among others. And before that our land was also inhabited by Celtic tribes.
Slovenians generally consider and identify themselves as a Slavic nation. With that being said, there are also many Germanic aspects within our culture. We have many cultural similarities with our Austrian neighbors, and with Germans, which can be seen in our folk music, national customs, food, folklore and so on. This can also be observed in some of our customs and holiday celebrations, so we can find both Slavonic elements, such as of course our language, and Germanic elements, in our culture. This is partly due to the fact that our nation was a part of Austro-Hungarian Empire for a long time, and was under its cultural influence. And even thou we find ourselves geographically on “cultural” crossroads, as one might say, we belong mostly to the cultural sphere of middle, or central Europe. Moreover, this is not the only connection we have with the Germans or Austrians, as a lot of Slovenians have some German ancestry and there are many German sounding surnames. This is of course most visible in the northern part of the country, while in our seaside region, in the Slovenian part of the Istrian peninsula which was in the past both under Austrians and Italians at different times, we can also notice some Italian influence, and so on. But broadly speaking, our culture and nation consists mainly of both Slavic and Germanic elements. We accept it as such, and consider ourselves first and foremost a white European nation.

Neighboring countries like Austria have built their identity around the battles against the advancing Ottomans and the Magyars during the Middle Ages. What role did the Slovenian people have in these or other famous battles?
During those clashes our people were part of the Habsburg or the Austrian Monarchy and as such took part in the battles against the Turks. At the time, present day Slovenia was divided into different provinces which had their own armies. Turkish incursions into our lands began in the 15th century and lasted until the end of the late 16th century when the Ottomans suffered a defeat in the Battle of Sisak in present day Croatia. On these incursions Turks would usually burn villages, kill or enslave our people and steal their cattle and crops. This went on for about 200 years until the outnumbered Austrian forces, including Slovenian armies from different provinces, defeated the Ottomans at the fortress Sisak. Slovenians and their commanders such as Andrej Turjaški (Andreas von Auersperg) and Adam Ravbar (Rauber) gained great renown as warriors in that battle, so it remains an important event in our history.

Some countries in the Balkans seem to have a problematic relationship, especially among nationalists. For example, between the Croats and the Serbs. Slovenia has many neighbors. Can you describe the relationship between Slovenia and its four neighbors?
Our land was part of bigger Empires for a long time, and at some points different parts of our territory were controlled by different countries. Because of that there are some complaints about stolen territories coming from certain nationalistic circles both in Slovenia, and in our neighboring countries. For instance, after the First World War when Slovenia became part of the Kingdom of Serbs, Croats and Slovenes, later renamed Yugoslavia, a bigger part of the region Koroška (Carinthia) decided on a plebiscite to stay within Austria. This was an important loss, as Karantanija (Carantania) which is considered by many to be a “first Slovenian state” was established in this region in the 7th century. Then there are some issues regarding already mentioned Istrian peninsula where the Italian influence is quite strong. Some Italians will claim that Istria was stolen from them and that it doesn’t belong to the Slovenes or Croats. Now on the other hand some Slovenes, either of the Yugonostalgic or of the chauvinist variety – the former does not exclude the latter- claim that Istria and especially Italian city Trieste belong to us. In the other part of our country there is a region called Prekmurje, where Hungarian influence is strong as it borders Hungary, and since this region was once under Hungarian control, some Hungarian patriots, mostly of the chauvinistic type, see it as a part of a greater Hungary. All of these regions were inhabited both by us and by our neighboring nations, so we have indigenous minorities from these countries, and they have Slovene indigenous minorities living inside their countries. This minorities were also at times a source of disputes, as for instance some national-chauvinistic politicians would oppose the two-language signs in the areas where the Slovenian minority lived, etc. But currently this “disputes” are mostly limited to different historical debates, or can be found in some groups with elements of “old nationalisms”. Apart from that, the only bigger dispute that we have concerning our border is with Croatia, mostly regarding the bay of Piran and some other border locations. This dispute about our sea and land border has been going on for years and has affected diplomatic relations of our countries. Finally the EU “stepped in”, and the decision was made by the Permanent Court of Arbitration in 2017, but the Croatian government refused to recognize the decision of the court, so the issue is still not completely solved.
With that being said, our relations with our neighbors are quite good and more or less completely normal. Many Slovenian tourists regularly spend time in those countries, and we get visits from their tourists, etc. So, apart from some individuals or small groups with national-chauvinistic attitudes, we get along well. Many of us have visited beautiful cities such as Budapest, Vienna, Salzburg or Venice, or have spent summer at the Croatian seaside, and there were many contacts and even some cooperation between Slovenian identitarian and nationalist groups with fellow nationalists and identitarians from those countries over the years.
We would also like to stress that we as a group distance ourselves from the chauvinistic attitudes mentioned above. Now, do not get us wrong, we in no way want to give impression that our history is unimportant, and that we should forget our past or dismiss every claim about some parts of land where historically our nation lived. But we must understand that the other nations may as well have same credible claims about the same piece of land, and we think that such claims should be researched with the utmost considerations and objectivity, keeping in mind that we are all Europeans and that we should deal with such subjects calmly and with mutual respect. Unfortunately for that to happen we must first understand that today we face common threats as one family of nations and as a specific race. If we can deal with this threats and prevail in our current struggle for the future of our continent, than hopefully one day we can deal with such border issues and historical claims not as adversaries and rivals, but as racial brothers and allies. Until that day this issues will sadly only breed chauvinistic hatred and will reignite old grudges, or will be used by politicians on both sides to gain votes and parade around like great patriots and defenders of the land when they will want to increase their public support.

Can you tell me some more about Slovenia’s most important writer or other historical figure of importance?
Just like other European nations, we have our share of poets and writers, some of whom nurtured our national consciousness and identity, and whose works became part of our historical and cultural identity. Most well-known, and generally considered the “greatest” Slovenian poet, would be the 19th century romantic poet France Prešeren. The seventh stanza from his poem Zdravljica (The Toast) is the national anthem of Slovenia. From his other poems, we can mention the great heroic epic Krst pri Savici (The Baptism on the Savica), which talks about the Christianization of the pagan Slavs and of a brave commander of the pagan forces, and has taken an important place in our cultural heritage. Another important Slovenian poet was the priest Simon Gregorčič, whose most known poem is Soči (to Soča), an ode to a river flowing through western Slovenia that has many patriotic aspects. Gregorčič expressed his patriotism in his other poems such as Domovini (To Homeland) and Znamenje (A Sign) as well.
Some of the other well-known and generally seen as important literary figures and poets were the representatives of Slovenian modernism, such as neoromantic poet Dragotin Kette, symbolist poet Josip Murn, poet, playwright and translator who translated works of Shakespeare, Dante, Goethe, Balzac, George Bernard Shaw and Knut Hamsun, and other authors of Western literature into our language, Oton Zupančič, who was also quite an opportunist, supporting Yugoslav monarchical “nationalism” before the second world war, and after the war showing support for communist victors, a writer and a playwright Ivan Cankar who was also a political activist and a socialist, writer Ivan Pregelj, playwright and writer Fran Levstik, who was a big influence on Slovenian writers and poets that at the time held “national-liberal” views, such as romantic realist Josip Jurčič, priest Anton Aškerc who was known for his epic poems, and historian and writer Janez Trdina who also collected folk tales. All of the mentioned authors worked mostly in the 19th and early 20th century. There were also other authors such as the Enlightenment era poet Valentin Vodnik, modernist poet Srečko Kosovel, or writers Fran Saleški Finžgar, Janez Jalen, Anton Martin Slomšek, and others.
When talking about historical personalities, which were important for the development of Slovenian national and cultural identity, we must also mention Primož Trubar from the 16th century, an adherent of the Reformation movement and a Lutheran protestant priest, who is the author of the first Slovene language printed books, and is considered the father of our language. His first published book , and the first book printed in Slovene, was Katekizem ( Catechismus), which is sort of a manual written in the form of questions and answers, dealing with religious practices and such. And his second book, because of which he is considered the “founder” of our language, is called Abecednik (Abecedarium) and was meant to help ordinary people learn how to read and write.
Regarding the historical personalities who, for better or worse, left their mark in political developments of our nation, there was Dr. Anton Korošec, who was elected to the Austrian part of the parliament in the Austro-Hungarian Empire, where he read the May Declaration which called for the unification of all South Slavs in one state unit within the Austro-Hungarian monarchy. After the First World War he was vice-president in the first government of the Kingdom of Serbs, Croats and Slovenes. Later on he was also the Prime-Minister in the kingdom of Yugoslavia in late 1920s. He held other positions in the government during his political career, and campaigned for the greater autonomy of Slovenes within the Yugoslavian monarchy. He was a member of Slovenian´s People Party, which was Catholic and Conservative. And we should also mention writer and a politician from the 19th Century, Janez Evangelist Krek. Concerning the events around First World War and the establishment of the kingdom of Serbs, Slovenes and Croats, which later became Yugoslavia, some Slovenian patriots also admire Slovenian General Rudolf Maister, who at the end of the war prevented the German forces to annex city of Maribor to Austria, and ensured the northern part of Slovenia to stay within the newly formed kingdom of Serbs, Croats and Slovenes. He is thus hailed by some as “defender of the northern border”. And about more recent historical events we should at least briefly mention that another May declaration was read in 1989 and called for a sovereign Slovenian state. This was followed by a plebiscite at the end of 1990 that was attended by more than 90% of Slovenians who voted for independence.
Finally, we would also like to say a few words about a Slovenian general and a politician Leon Rupnik. Rupnik started his military career in the Austro-Hungarian Empire, and fought in the First World War as Austro-Hungarian lieutenant. After the war he was active within the army of the kingdom of Yugoslavia, where he gained the rank of a major general. He fought in the brief April war in which the kingdom of Yugoslavia was swiftly defeated by the Axis forces. He was interned as a war prisoner and after his release he decided to take on the “ungrateful” role of the representative and a leader of his people in dealings with the occupational authorities. He became the mayor of our capital Ljubljana under the Italian occupation in 1942, and later the President of the Provincial Council of Ljubljana. He was also one of the founders of the Slovenian Home Guard, which fought against the reds alongside the Axis forces. He was a divisional general of the Home Guard, and in 1945, before the end of the war he was the chief commander of the Slovenian Home Guard. Rupnik was not only fiercely anticommunist, he also regularly warned about the dangers of the organized international Jewery and freemasonry in his speeches and writings. He was also a great patriot who wanted to ensure a rightful place for his nation in the creation of a New Europe. After the war, the communists slaughtered tens of thousands of members of the Slovenian Homeguard and threw them in the pits of the forests of Kočevski Rog in the southeastern part of our country, where many Serbian and Croatian anticommunist forces also met their fate. Leon Rupnik himself was tried for treason and shot in 1946. His last words were: “Long live the Slovenian nation!” His grave remains unknown, and in 2020 the Supreme Court in Slovenia annulled his death sentence.

Can you tell us some more about your religious and spiritual tradition? Are you interested in Christianity and Slavic or European pagan traditions?
Religion has always played an important role in human history, not only as a set of believes about the creation of the universe, our world and about the purpose of life, but also as a moral guideline and a set of values setting apart the good from the bad, right from wrong etc. From this perspective it is important for every identitarian group dealing with topics of tradition, culture, history, and so on, to know the religious influences and views that shaped the general values of their people, and the way in which they perceived themselves and their surroundings through history.
Because of that we are especially interested in the old pre-Christian European religions that can give us a glimpse in the mind of our ancestors and in how they perceived the world, what they considered to be good or bad, what were their values. It also shows us the similarities between different white peoples and tells us that their religions, traditions and cultures came from the same racial soul, as religion itself is in a way, just like customs and traditions, a mirror of our collective racial soul and spiritual characteristics. This can also be seen in the “Europeanization” of Christianity, as the majestic cathedrals, art and the battle spirit of medieval and Christian Europe obviously differs from the early Christianity that arose in the Middle East. Since Christianity, although imported to Europe, also played a huge part in our history and culture, we are also interested in Christianity, which in our opinion had both some positive and negative aspects.
We have within our group both people closer to “paganism”, and those who are, especially in the cultural sense, Christians or Catholics, as Slovenia is a majority Roman Catholic country. Most of all we try to approach religious questions objectively and with an open mind, as unfortunately religious differences between pagans and Christians can be a source of disputes and division within nationalist circles. As a group we welcome both Christians and those orientated towards our old gods such as Svarog, Perun or Veles within our ranks, as long as they have developed a healthy racial consciousness and want to join our metapolitical cultural struggle for the rebirth of Europe.
There are a few interesting roman and pre-roman archaeological sites in Slovenia, and in some parts of the country where local old beliefs survived in some smaller communities up until modern times there were also places of worship of the old ways. And of course many customs and traditions within our culture are rooted in paganism, just like in other European countries.

Vraaggesprek met Udo Voigt

2

Udo Voigt, geboren 1952 in Viersen (NRW) zet zich al jarenlang in voor zijn volk in de politieke arena. Dit doet hij via Nationaldemokratische Partei Deutschlands (NPD), waarvan Voigt op zijn zestiende lid werd en waarvan hij van 1996 tot en met 2011 voorzitter en partijleider was en van 2014 t/m 2019 zitting had in het Europees Parlement, wat de nodige opschudding veroorzaakte.

De NPD is door de veiligheidsdienst Bundesamt für Verfassungsschutz, letterlijk: Federale dienst voor de bescherming van de grondwet aangemerkt als extreemrechtse organisatie. Sedert 2001 poogt de Duitse regering de NPD te verbieden, hetgeen tot op heden niet is gelukt. Een deel van het partijprogramma van NPD welke in 1996 is vastgesteld, geeft een goede samenvatting van de NPD-politiek: “(…) De vereniging van de twee Duitslanden, (…), de migratiestromen naar en binnen Europa, (…), de groeiende twijfels bij het heersende materialisme, hebben nieuwe vragen opgeworpen. (…) De heersende politieke en maatschappelijke kringen zien vooral de ‘multiculturele samenleving’ als oplossing, waarbij vervanging van het ene volk door het andere de machtskringen aan de macht moet houden. De NPD daarentegen wil de machtskringen vervangen, om het Duitse volk een toekomst te geven binnen de Europese volkerenfamilie. Wij zijn tegen de verstofte ideologieën van voorbije eeuwen, tegen Verlichtingsutopieën, en tegen de multi-etnische excessen waaraan het Duitse volk op dit moment is blootgesteld. We zijn tegen overheersing door buitenlanders, tegen te grote invloed van het buitenland, tegen uitbuiting en onderdrukking, vóór Duitse vrijheid en voor vrijheid van de volkeren.”

Voigt is zelf meermaals in opspraak geraakt, wat dat ook moge betekenen in de huidige tijdgeest. Zo heeft hij Adolf Hitler in 2004 een groot staatsman genoemd, werd in 2005 veroordeeld voor het oproepen tot gewapend verzet tegen de Duitse staat en droeg hij in 2007 Rudolf Hess postuum voor ten gunste van het ontvangen van de Nobelprijs van de Vrede (wat legitiemer zou zijn dan deze prijs aan Barack ‘Drone Strike’ Obama uitreiken, red.). Andere uitspraken kunt u op het internet raadplegen.

Udo Voigt is een eervol man van principes, een standvastig nationalistisch anker in een woelige tijd vol volksverraad. Wij wensen u veel luisterplezier.

Een nieuw jaar, een nieuw virus

0

De paniekknop is maximaal ingedrukt met de komst van de nieuwe variant van het Corona-virus met de elegante naam SARS-CoV-2 VOC 202012/01. De in Engeland ontdekte variant zou 70% besmettelijker zijn dan de bestaande Covid-19 varianten. Bewijs om deze claim te onderbouwen ontbreekt, maar door het voortdurende alarmisme vanuit de media en de politiek krijgt het narratief van nieuw, nog gevaarlijker virus alsnog de schijn van een realiteit.
Onze eigen Marion Koopmans is sluw, zij laat zich niet vastpinnen op beweringen over de nieuwe variant, maar doet er verder alles aan om de angst aan te wakkeren door in elk interview te spreken over “Disease X”, de ziekte die we nog niet kennen, maar wel doodsbang voor moeten zijn.

Het is altijd een wat vervreemdende ervaring als de leiding meer paniek aan de dag legt dan alles wat daar onder beweegt, alsof je in een vliegtuig zit en de gezagvoerder met angst in zijn stem vertelt dat neerstorten niet langer valt af te wenden. Er zijn wel een paar verstandige geluiden, maar die vallen binnen het denkkader over de zwaarte van de maatregelen en zijn alleen te vinden in de kleinere publicaties. Alsof – om de metafoor door te zetten – een gepensioneerde testpiloot in de vliegtuigstoel naast je kalmpjes uitlegt wat de werkelijke omvang van het probleem is en ook wel een oplossing weet. Of dat geruststelt? Niet bepaald, want hij is niet degene die in de cockpit zit. Angstzaaiers als Marion Koopmans zitten in de cockpit.

De massapsychologische operatie rondom de nieuwe variant valt samen met het uitrollen van de vaccins, wat geen toeval zal zijn. Op het eerste gezicht lijkt het een foutje in de tijdsplanning. De ‘beloning’ voor het vaccineren valt namelijk weg, want door de nieuwe variant kunnen de maatregelen niet worden opgeheven, terwijl dat eerder wel werd gesuggereerd door de regering. Het wachten was op de vaccins, daarna zou alles weer normaliseren. Maar nu gebeurt het omgekeerde: wel een prik, maar nog steeds maskers en dichte kroegen. Waarom zou iemand dan nog een vaccin willen?
De tweede planningsfout, tenminste voor de mensen die mogelijk wat rationeler in het leven staan, is dat de testfase van het vaccin gebaseerd is op de bestaande COVID variant. Waarom dan dit vaccin nemen, terwijl een nieuwe, meer besmettelijke variant al rondwaart? Dat is zoiets als een paraplu meenemen voor een buitje, terwijl je weet dat een storm op komst is.

Het lijkt erop dat de autoriteiten zullen beweren dat het vaccin ook een infectie van de nieuwe variant kan voorkomen. Daar is geen wetenschappelijke onderbouwing voor, maar dat zal veel mensen ontgaan.
Daarnaast wordt de paniek over de nieuwe variant ook aangewend om voorwaarden te verbinden aan het internationale reisverkeer. Alleen mensen die negatief testen mogen van en naar het buitenland reizen en straks natuurlijk ook van en naar besmette regio’s. Het doel hiervan lijkt om een hoge instroom bij de teststraat te garanderen.
Tenslotte is er nog het ‘probleem’ van het groeiende leger dissidenten. Een nieuwe dosis angst zal de kritiekloze volgers van het overheidsbeleid sterken om de mensen aan te spreken die nog zonder masker durven te lachen en zingen. Ofwel, de angst moet de groep van burger controleurs versterken.

Een nieuw jaar, een nieuw virus. 2021 zal openen met een zogenaamde oplossing – het vaccin – wat prompt opgevolgd zal worden door een volgend probleem. De contouren hiervan zijn al zichtbaar, als ook een zeker eindpunt: de gehele bevolking op gezette tijden een vaccin toedienen, tegen altijd weer nieuw, opdoemend gevaar.
Veel mensen denken nog steeds dat het Pfizer-vaccin om een soort griepvaccin gaat, maar het gaat om iets wezenlijk anders. Zelfs het woord ‘vaccin’ is niet eens een goede omschrijving. Een betere naam zou ‘genetische modulator’ zijn, omdat het om een geheel nieuwe klasse van medicijnen gaat, die menselijke cellen kunnen aanzetten om in theorie bijna elk gewenst eiwit te produceren. Dat zal ongetwijfeld een prijs hebben, zie bijvoorbeeld deze officiële lijst van verwachte bijwerkingen (FDA presentatie, zie pagina 16). Let wel, dit is op basis van onderzoek bij relatief gezonde mensen, merendeels onder de leeftijd van 55 jaar. Het COVID-vaccin is nooit gegeven aan een ouderen met gebreken, zoals de Nederlandse 60-plussers bij wie vanaf 08 januari 2021 het Pfizer vaccin wordt ingespoten.

Veel ouderen zijn nog opgegroeid in de high trust society die Nederland ooit was. Zij luisteren niet al te kritisch naar wat de premier of de talkshow presentator zegt, maar doen gewoon wat hen gevraagd wordt. Hoe beschermen we onze ouderen tegen de angst, de opgelegde eenzaamheid en onverantwoord medisch beleid van onze regering?

Traditie Tegen Tirannie (deel 1)

0

‘Tradicija Proti Tiraniji’, in het Nederlands ‘Traditie Tegen Tirannie’, is een Sloveense etnonationalistische beweging die zich bezighoudt met metapolitiek en Europees nationalisme. Binnen hun eigen land trachten zij het nationaal bewustzijn te ontwaken, zonder te vervallen in een vernauwd chauvinisme. Zij zien zich als onderdeel van het opkomend etnonationalisme in Europa. Op hun website zijn verschillende interviews te vinden met Europese groepen en denkers. Onlangs gaf Erkenbrand een interview en andersom stuurde Traditie tegen Tirannie ons een uitvoerig antwoord op onze vragen. Hieronder volgt deel één, over het ontstaan van hun beweging.

Tradition against Tyranny was first started in early 2017 by one of us as a website and an online project. Initially, the goal was to create an online platform for alternative, mainly white identitarian ideas, and for European nationalist world-views, which had very little representation in Slovenia at the time. With this aim of presenting principles and ideas that represent a viable alternative to the prevailing liberal/cosmopolitan or neomarxist views, the website started publishing articles, translations and interviews through which the Slovenian public could learn about these ideas without the negative bias with which they are presented in the mainstream media.

Apart from being the website that represents the European nationalist views and the thoughts of identitarian, or what we like to call, the “racially conscious” Right, it also seemed important to offer valid criticism of the modern prevailing multicultural agenda and false liberal assumptions about gender, race, human nature and nature in general, and to draw attention to the negative consequences of leftist multiculturalism and capitalist consumerism, since the first is destroying our nations in the physical sense and the second in the mental and spiritual sense. And it was also equally important to awaken our fellow countrymen to the fact that these negative consequences, that this destruction of our culture and traditions, this ongoing demographic replacement of our people in their own lands and general prevailing decadence, are not something that just happened “by mistake”, or because of the foolishness of our politicians, but is in fact a part of a carefully designed plan of the so called international globalist elites, and of the hidden powers which want to create a rootless, dull population without a strong racial identity and a sense of belonging, that could be easily controlled in a global world without borders where people as well as capital and other means are easily transported all around the globe.

After some time, the founder of Tradition against Tyranny was joined by a few like-minded comrades who were also willing to write articles for the website, create graphic designs and promote the project on the streets by putting up stickers, or through their social media accounts. And while there are some other patriotic and rightist groups and projects operating in Slovenia today, we felt that there was a need for a new organization or a movement, that would specifically focus on spreading the positive affirmation of our racial, national and cultural identity and on building the foundations for identitarian racially conscious community and a dissident right “counter-culture”. That is why we recently decided that we should take this project one step further, and create a new activist group and movement. While we intend to carry on with the initial aims of Tradition against Tyranny and continue to spread our views online by publishing interesting material such as various articles, interviews and translations, we believe it is necessary to also move some of our activities into the “real world”. This includes spreading our message on the streets of our cities through promotional material such as stickers etc., organizing some hiking trips in nature, visiting historical sites, museums and monuments, organizing debates and round tables, educating and slowly building our organization into a community of like-minded comrades, and maybe do some charity or environmental work in the future. We believe activism and bonding are both equally important for a strong movement.

We would also like to add that we consider ourselves a strictly metapolitical group taking part in the cultural war, and because of that we think it is important to talk not only about specific ideas, but to look at our society and contemporary culture as a whole, and from the racial point of view take into consideration what is good or bad for our people and our future. So in our writings we also focus on culture, religion, traditions, literature, contemporary consumerist “culture” and mass entertainment. And finally, as some of your readers might be familiar with the following quote: “I can fight only for something that I love, love only what I respect, and respect only what I at least know”, we share this opinion and believe that by writing and talking about some of the mentioned topics such as national customs, culture, traditions etc. of not only Slovenians, but of Europeans as a whole, we can ignite the spark of racial consciousness and the sense of belonging to a great European family of nations within our countrymen, so this is another important aspect that we take into consideration.

To conclude, we would like to say a few words about the name “Tradition against Tyranny” itself. While we are familiar with the traditionalist philosophy and cherish such thinkers as Julius Evola, the “Tradition” in our name is closer to the Dominique Venner´s view of tradition as a manifestation of certain archetypes and of a soul of a specific peoples, of their experience of the world around them, and of their characteristics. As Venner said “It rests upon the hereditary dispositions of related peoples, and a spiritual heritage …” We are in a way born into certain “tradition” which is a part of us, which gives us an “interior compass” that helped our ancestors to determine right from wrong and is the foundation for our cultural norms and values. For us, tradition and culture is in many ways the reflection of our racial soul that we share with other white people. To turn to Venner once more, the differences that we can notice between say, southern or northern European peoples are the consequences of the different climate, environment and geography, and the different cultures that emerged through the ages in Europe are “simply contrasting manifestations of the same tradition”. As many readers will know, Venner saw the greatest and the purest source of this European tradition in Homer. By affirming and accepting our traditions we affirm and strengthen our bonds with our fellow European nations. By learning about our traditions we learn about ourselves, and by defending it we defend our heritage, our blood, our racial characteristics, given to us by nature, and our right to exist, against the Tyranny of political correctness, false equality and the cosmopolitan liberalism and cultural Marxism.

We strongly believe that Europeans everywhere should work together and cooperate against the leviathan of globalism which seeks to erase and replace us with masses of third world invaders. The struggle we are facing is full of hardships and dangers, and we need to fight it together for the sake of our collective racial interests. We support the vision of a pan-European nationalism, an idea that has nothing to do with the mixing of the different white European nations into one, as some may think, since that would be on a racial level, what globalists want to achieve on a level of the whole humanity. Nor does the “vision” of pan-European cooperation has anything in common with the Pan-Europeanism of Richard von Coudenhove-Kalergi, who was financed by the Jewish bankers and envisioned a man of the future as a mixed race mutt. For us, this idea of a pan-European nationalism and solidarity is rooted in an awareness of our common roots and ancestral ties going back to the beginnings of our history. We should cherish our local national customs and culture and this true European diversity which evolved on our continent, and represents different “manifestations of the same tradition”, but should also be able to stand together when our racial interests and our common homeland Europe is endangered.

In the rapidly globalizing western world, infested with consumerist culture and mass migrations, Europeans everywhere are once again invoking their common identity. Faced with the “otherness” brought to our shores by the racial aliens who are invited by our traitorous leaders, Europeans are again realizing, that although many of our cultures from different parts of the continent are quite different on the first sight, they share much in common, and we have seen considerable progress in the last decades and especially in the last years, in building international alliances among white Europeans all across the West. Some such instances were the organized actions of Generation Identity who some years back took to the sea, and later guarded the mountain passes, in an efforts to prevent illegal migration under the well-known slogan “Defend Europe”, or the march that the Austrian identitarians are organizing in Vienna every September in memory of the battle in which the Siege of Vienna was broken with help of brave Polish hussars and their king Jan III. Sobieski in the 17th century. Another such great initiative was the march “No More Brother Wars”, organized by Polish nationalists in Gdansk, and attended by nationalists from various countries. There are many other cases of different identitarian and nationalist organizations cooperating in many ways and we fully support such developments toward a European nationalism, invoked by such thinkers as Dominique Venner, Guilaume Fay, Kai Murros and others.
Unfortunately, there are still some hostilities and grudges among different European nations, as a consequences of past wars, conflicts and border disputes. Because of this we can still notice in different degrees a presence of unhealthy nationalism, or “national-chauvinism” in many parts of Europe. We believe that we should overcome this past differences and problems, and we should refuse to be, as Kai Murros nicely said, “slaves of the past”. Thus, we make clear distinctions between racially conscious true nationalism and the petty chauvinist nationalism that can do more harm than good.

Europa Terra nostra is a project which we wholeheartedly support. We regularly follow their website and activities, and we see it as a great example of a cooperation among nationalists and of a “European” nationalism that we mentioned in the previous answer. We would say that judging by their work, they have already proved to be quite successful in their aims of encouraging the cooperation between nationalists from various countries in Europe, and hopefully their activities will inspire others to join such projects and movements.

As we already stated, we believe that a new “European” type of nationalism that goes beyond one’s border, and reminds us that we all belong to a European racial family and should therefore defend the home of this extended family together is necessary today. Organizations such as ETN are continuing the work of the previous thinkers and movements that laid foundations for such developments within the nationalist circles, and deserve support of identitarians and nationalists from all across the West.

Een vraaggesprek met Europa Terra Nostra (ETN)

0

Interview with Ivan Bilokapic, Vice-Chairman of Europa Terra Nostra

Ivan Bilokapic, Vice-Chairman of Europa Terra Nostra, was recently interviewed by the Dutch organisation Erkenbrand for their blog. The interview gives a deeper insight into the political will of Europa Terra Nostra.

What is Europa Terra Nostra about?

Europa Terra Nostra was founded back in 2015 as a foundation and as an ideological, co-operative and idea-forging basis. ETN was a definitive “call to arms”, and an attempt of showing and signalling that the time for a pan-European nationalist co-operation has come. The motto was “Our enemies work on a global scale. They are very well connected and bound by numerous organisations, parties, inner EU Parliament fractions, and, of course, they are all financially backed”, which was more than enough reasons to try to consolidate the nationalist ranks in Europe. ETN had its office in Brussels and Berlin, it organised several successful conferences and seminars. The biggest and most significant gathering of ETN was in October of 2016 in Wismar, Germany. Conferences are a proven success, where all the guests bind and communicate the most. I think the most valuable thing that comes out of those conferences and meetings is not only the political segment, but the social segment. People meet each other, communicate, exchange ideas and contacts. Friendships are forged, and that is what the most valuable resource we conjure.

Besides conferences, ETN found other ways to bring like-minded people together and offer even unpolitical activities, where people could learn new skills which, in the end, prove to be valuable in promoting our ideas, and present them in a more professional manner. We organised video-making workshops, where people learned to make professional promotional videos for social media. They learned together how to edit their recordings and upgrade their knowledge. We also organised several successful meetings with independent businessmen and businesswomen. They exchanged ideas, contacts, and real business co-operation and projects emerged from it. Europa Terra Nostra also expanded its activities by publishing books. This shows our interest in becoming a recognisable vault of nationalist ideas, where we also give the association an intellectual signature.

Since early 2020, ETN, however, was re-branded, and our core interest grew beyond the borders of political parties. ETN became a fast-growing home for all nationalists around Europe, regardless if they are affiliated with a political party or not. In my opinion, ETN has successfully put itself on the map as a recognisable home for a modern, potent and promising pan-European nationalism, which is needed to secure our identity, our civilisation, our nation-states and our ethnic survival. The year 2020 was a very unusual and challenging year, where ETN did not have the opportunity to show its full potential by organising events and other planned activities, due to the COVID-19 restrictions and lockdowns. But we are hopeful, and we are thinking about future projects. We expand and grow steadily, and even though we could not organise anything significant this year, we still managed to attract new members. Our website offers new articles daily, and we also have an official podcast named Undertow. The internet and the content we publish seem to appeal with people who, even in this challenging time of isolation, still find their way to us.

On which level do you strive and invoke nationalism, or even regionalism? Where does ETN stand on questions regarding social, economic and political centralisation of Europe?

In the last ten years, we all witnessed enormous social and political changes in Europe and in the West, which, after a long time, revived and set nationalism in a focus of the public. The migrant crisis in late 2014 and 2015, Donald Trump’s anti-establishment campaign in 2016, Brexit campaign in Great Britain in 2016 and the rise in popularity of so-called populist parties in Europe signalised a shift on all social levels in almost all European countries. The right consolidated itself and the acceptance of nationalist ideas were never as prominent and visible as today.

All these hardships Europe and the West faced in the past five or six years revealed the horrible state of liberalism and capitalism. The migrant crisis put to the test the politically correct discourse, which was a norm up until then. This politically correct way of addressing issues broke apart even further with Donald Trump naming segments of American society by their real name openly. At the same time, the populist right in Europe has failed in capitalising and utilising the momentum of the Zeitgeist we live in. The falling number of supporters of the populist parties is an indication of their lack of proper action and their failed policy of wanting to play a counter-establishment game by following the rules of the establishment at the same time. This failed utterly, and in the eyes of many, the populist parties turned out to be a disappointment.

Europa Terra Nostra calls for an uncompromising and genuine nationalism to arise in every European country. This means no compromise when it comes non-European migrations to Europe. This implies a laying the foundations of a new economic system which would be of benefit to the people, not corporations, financial institutions or supranational organisations, such as the EU, NATO, UN or IMF. Such a nationalism must be built up from a local level, which then turns regional and then, hopefully, makes an impact on a national level.

We think that every country is different, and every nation has different principles, different economic and political possibilities, and we advocate that nationalist powers in Europe emphasise those possibilities and build their national economies the way it fits their needs and purposes. We think that centralising Europe is not a good way to solve problems. The EU centralised Europe, and it’s doing everything it can to take away even more sovereignty of the EU member states. This means taking their national currency away, and the national parliaments have to pass on laws made in Brussels. There is one set of rules everyone has to follow. Often times, the smaller nations in Europe simply can’t hold up and can’t compete in such a system with bigger member states. We see massive differences between East and West Europe still when it comes to the economy. ETN wants a united Europe of sovereign and free nation-states, where every nation manages its economy as they see fit. Monetary sovereignty, political sovereignty and equal partnership in a nationally conscious Europe is something we strive for.

Co-operation between European nationalists is not always an easy task. Two world wars in the last century – which were basically brother wars – still scar European nations to this day, and there is a lot of mistrust. How does ETN deal with those problems, and how do you bring nationalists together?

Indeed, the burden of the past somehow lies on the shoulders of nationalists in Europe, and it is not an easy burden to carry. Two world wars and several other post WWII conflicts on European soil, which have cost Europe millions of their best sons and daughters, have tainted and poisoned the relations between different European countries and nations. Unlike the political establishment, which dismisses these heavy topics, the nationalists in Europe are beginning to realise a necessity to communicate and to resolve these past issues. The most recent conflicts in Europe, which happened from 1991 – 1995, between Croatia and Serbia, or even newer ones between the Ukraine and Russia, prove that past disagreements and differences still can erupt and further damage peace in Europe, if not adequately addressed and resolved. As vice-chairman of ETN, and as a Croatian nationalist, I have made efforts to communicate with Serbian comrades.

The need for sober and productive talk has never been greater between the two peoples, but, as I mentioned, we nationalists have the task to make that first step. I have personally found that there is a lot of good and communicative people from Serbia, who were as much as enthusiastic as I while approaching them. Of course, these were just the first steps, but it surely symbolises a lot. There are, of course, painful historical topic which requires even more time to find a way to resolve them, and I am sure we won’t agree on everything 100%, but this is a vast attempt of improving relations between nations which spilled too much blood in three bloody conflicts in the past century.

There are, of course, other examples, like the complicated relations between Germans and Poles, Hungarians and Romanians, or Slovaks and Hungarians, and, as I mentioned, Russians and Ukrainians. ETN and our emphasis on communication has shown that it is possible to bring these people together. Comrades from Romania and Hungary are members of ETN, and the first steps have been made where people from these countries have the historic opportunity to start a dialogue which would lead to a normalisation of relations. The Germans and Poles have made huge steps in that regard. A delegation of ETN with German nationalists visited Polish comrades, and it was clear that even though these two nations carry deep wounds from the past, the need of exchange of ideas and communication still prevails. So, we are absolutely continuing to stimulate these kinds of interactions in the future.

Which interesting projects have you done so far, and what can we expect in the future from ETN?

As I mentioned before, since the beginning of ETN, the association has organised numerous conferences, trips, projects and seminars. Book publishing, travelling, communicating, regular online conferences – where people can chat, hang out and strengthen their friendships – are all part of our program. We planned to organise a big conference again and invite well-known speakers and guests from all over Europe. We also planned several trips, but that was all cancelled due to the COVID-19 restrictions. When the situation with the virus gets better, so will our plans for the near future be also more precise, and we will definitely inform all of our members, friends and followers of our future activities, where everyone is invited to participate.

Can everyone be a member of Europa Terra Nostra? What are the benefits of membership?

Growing out of the narrow borders of party politics, Europa Terra Nostra opened it’s door to all European nationalists, regardless if they are affiliated with a political party or movement or not. We also expanded our reach outside Europe. We are aware that people of European origins living in North America or Australia or South America, for example, feel like they are a part of our European family, and they indeed are. We really extend our hand of friendship and co-operation to all Europeans, regardless if they live in the Old Continent or outside.

This pan European policy has drawn to ETN people who are experts in different fields, but who were never party affiliated. So, we have people who went to university, who have their own projects, social media channels, etc., but view ETN as a base for promoting their ideas and enriching our organisation with their knowledge and experience. This also answers the question of what the benefits of a membership are. The friendships forged, the possibility of group travel, the possibility of learning, expanding your knowledge and meeting people from almost every European and White country, the sharing of experiences, the interesting speeches and the feeling that one is truly a part of something that could impact our present time, and, perhaps, kickstart social and political change in Europe, are more than enough to give people a sense that they are part of a growing pan-European family. Our growing membership base is a testimony to what we stand for and what we do.

How important is networking on an identity level for ETN with South Africans or Americans, for example?

We regard South Africans, White Americans and everyone of European descent, regardless where they live, as an inseparable part of Europe. I dare to say there is a strong sentimental and spiritual connection with those people. Especially today, when we witness the brutal persecution and murder of White Europeans in South Africa. Or the systematic oppression and cancerous implementation of anti-European and anti-White propaganda on Whites in the United States. These are all political and social everyday processes that affect us deeply, and we want to make an effort in actually creating projects to help these people in any way possible. So, maintaining and expanding our communication with Europeans outside Europe is of great importance for ETN. Our organisation has the task of providing those people at least the feeling that they are among their own, and that they can feel that ETN serves as a familiar, safe home.

One of your recent articles on your website, Etnostra.com, was about Donald Trump and the elections in the United States? Are you pro-Trump, and what’s your opinion regarding the plutocratic capitalist system?

The recent elections in the United States were a disaster, and the results and the aftermath of the elections shown not only to the American people how the system is broken, but to the whole world. The democratic system is in a state of crisis, and it is questionable if it can be fixed? We still have to wait and see what will happen until January 6th 2021, but if Trump steps down, he will be remembered as someone who coined and popularised the terms “deep state” and “fake news”, both of which are to blame for the shameful result and election fraud we all had the chance to see ourselves. The American people are the answer to this crisis. If the American people do nothing and accept this obvious manipulation of elections, that will only give the deep state and the fake news the reassurance that they can do whatever they can without any consequences. The campaign to bring Trump down at any cost started in 2016, and it never stopped for four years.

In a combined effort of the deep state, private financial sectors and corrupt media outlets, the American people were robbed of their fundamental right to vote and elect the candidate of their choice. I can say that Joe Biden was not the man the majority of Americans wanted in the White House. The finance sector, the media and the deep state represent the plutocratic and corrupt and failed capitalist system, and, of course, we reject and denounce all of that completely. Donald Trump might not be the best President of the United States, but he is the best option the American people have for now, and I think I speak for all European nationalists who would agree with me on this. But, like I said, we have to wait for January, and see how the American people will react in the end. We hope it turns out for the best.

Het artikel op de webstek van ETN treft u hier.

Gedicht van een Afrikaner: ‘Angs van ’n blanke bruid’

0

(bron: Godsdiensverraad wat ons en ons land vernietig. Ben Maree)

Wanneer ’n blanke meisie trou met die barbaar,
doof God Sy son oor haar.
Wit en swart staan verstom;
hierdie vreemde paar
Gaan elk hul siel verwoes-
hul is net nie vir mekaar.
Hij weet haar selfrespek is dood,
haar Boeregees is stil.
Nooit sal sy weer kan jubel:
“Ek is van Boerenbloed!”

Nou begin haar hartseer verhaal.
Vir drie dae en nagte verteer hy haar,
Swart lippe druk hy smuk teen haar.
Teen dag vier kan sy nie meer,
haar siel roep uit;
“O, God wat het ek gedoen”

Weke en maande gaan verby-
die baba is gebore.
Met betraande oog betrag sy hom,
in skaamte hang haar hoof.
Sy droom dan eerder van ander dae-
Kinderdae met Boereseuns en dogters rein en wit.
Haar siel skreeu uit:
“O, God spaar my dit!”

Ek kon so ‘n kind gehad het, rein en wit.
Op my trotse bors sou ek hom kon sit.
Maar nou, my basterkind huil net deur die nag,
In slapelose drome skreeu my siel;
“O, God, nie wit!”

Ek strompel nou deur my dae,
Sonder God se liefde en genade.
Maar dit weet ik nou,
Geen swartman kan ooit my sielsmaat wees.
My nageslag is verdoem,
as basters sal hul bestaan.

In al God se Almag moet Hy dit laat begaan.
My geboortereg het ek verkoop,
My Voortrekkersbloed het ek laat verkleur.
Kan God my dit vergeef?
Nooit sal ek kan terugkeer
Op die smal voetspoor van my God se ras.

Ek weeklaag in my eensaamheid:
Ag, het ek maar my rassetrots behou
Dan het ek vandag ‘n kind gehad,
‘n Boerekind wat ek in my arms kon omvou:
‘n Boerekind wat ek met trots omhoog kon hou.
‘n Kind geskape na die beeld van God
met ‘n vader wat ons trots kan gadeslaan.
‘Sy is ‘n moeder van my volk
en my kind van God se saad’.

Maar nou: my basterkind en gesig
Herinner my altyddeur weer terug.
Ek was my vader se toekomshoop,
My moeder se trots en vreug.
Maar een nag op die donker lewenspad
Het ek self my siel gedood.
‘n Besmette erfenis laat ek na,
bedroefde ouers het my met smart verwerp
en self ‘n vroeë dood gesterf.
Te groot vir hulle die skok en pyn,
“Ons kind- ‘n swartman se bruid!”

Ek worstel: “waarheen moet ek nou gaan?”
Ek is moeg vir satan se stem
Vanuit die dood roep hy my:
“Ek is die enigste weg vir jou”
“Hierdie wit en swart gemors,
hierdie rassemoord,
Moet verbied word deur die wet.
Dan sal dit nooit weer nodig wees
Om verhale soos myne te lees.”

De Club van Tien Miljoen allochtonen

0

Wat heb je aan een club die de overbevolking van Nederland problematiseert, maar weigert om de omvolking van de blanke Nederlander te erkennen? Het is een oprechte vraag.

De Club van Tien Miljoen is een stichting die het inwonertal van Nederland omlaag wil brengen, zodat ons kleine land beter leefbaar wordt. Zij leggen de arbitraire grens bij – zoals hun naam al aangeeft – tien miljoen inwoners. Dit doel willen zij bereiken door de immigratie grotendeels aan banden te leggen en geboortebeperking te stimuleren.

Wat bij het lezen van hun website direct opvalt is dat zij vooral in de verdedigingsstand staan. Meermalen benadrukken zij geen racisten te zijn. Niet dat ze aanwijsbaar onder vuur liggen, maar het is beter om de verdediging al klaar te hebben nog voor de aanval begint, moeten ze gedacht hebben. Als visuele vrijwaringsclausule hebben zij afbeeldingen geselecteerd met niet-blanken er in.

Uit hun manifest en andere documenten valt niet af te leiden dat zij onderscheid maken tussen de groep oorspronkelijke bewoners – blanke Nederlanders en zeg, een Somaliër die vorige week een vergunning voor permanent verblijf heeft gekregen. Zo lang deze Somaliër legaal verblijft in Nederland, is het voor de Club van Tien Miljoen allemaal prima. Afkomst maakt voor hen niet uit.

Wat je deze club moet nageven is dat zij het grote publiek bereiken met relevante vragen. Lees dit opiniestuk in de Trouw maar eens. Wanda Nikkels, een lid van de Club van Tien Miljoen, stelt de terechte vraag hoe de doelen van de regering, zoals ten aanzien van het milieu, gerealiseerd kunnen worden als dezelfde regering jaarlijks honderdduizend migranten toelaat. Het argument van de grote bevolkingsdichtheid van Nederland wordt relatief weinig ingezet als argument tegen immigratie, het is goed als de massa’s dit vernemen.

Wie lid wordt van Club van Tien Miljoen moet ergens de notie hebben dat een vreedzaam, milieuvriendelijk, veilig, bestuurlijk goed functionerend Nederland alleen mogelijk is met een overwegend blanke bevolking. Met die honderdduizenden Somaliërs, Pakistani’s en wat al niet meer is toegelaten, gaat Nederland eenvoudigweg steeds meer lijken op Somalië of Pakistan of een willekeurig andere gefaalde staat. Wanda Nikkels weet het, net als de rest van haar club, maar ze spreken het niet uit.

Wat je deze club het meest kwalijk moet nemen is dat zij weglaten dat onder de autochtone bevolking van Nederland helemaal geen sprake van overbevolking, maar een neergaande trend. Onze populatie krimpt met ongeveer 0,6% per jaar, wat ongeveer gelijkstaat aan een verlies van circa 70.000 personen per jaar. Onder normale omstandigheden zou de bevolking krimpen tot er weer voldoende ruimte ontstaat. Huizenprijzen dalen bijvoorbeeld als het aantal inwoners afneemt, waardoor jonge stellen eerder een eigen plek kunnen veroorloven. Uiteindelijk zal de populatie stabiliseren, mogelijk zelfs rond de tien miljoen inwoners. Onder het huidige regime worden alle vrijkomende plekken echter gevuld met migranten, waardoor de beschikbare ruimte afneemt en de prijs voor een eigen woning blijft stijgen.

De overbevolking van Nederland is dus een relatief probleem, in de eerste plaats het product van langdurige, schadelijke immigratie. Wie weigert om de omvolking te erkennen, zoals de Club van Tien Miljoen, dient dan nog slechts als een spons voor de onvrede, maar doet net zo hard mee aan de anti-blanke agenda.

De Amerikaanse Nietzsche

0

William Gayley Simpson (1892 – 1991) publiceerde zijn Magnum opus Which Way Western Man? in 1978. Onlangs werd het boek opnieuw uitgebracht, inmiddels de derde editie, door de uitgeverij verbonden aan National Vanguard. De meer dan duizend pagina’s is het resultaat van een 40 jaar durende zoektocht naar waarheid en blanke identiteit. Simpson leefde om te denken, tot zijn dood heeft hij aan zijn ideeën gewerkt. Deze nieuwe editie bevat de aantekeningen en voorgestelde wijzigingen die Simpson na overlijden in 1991 achterliet, goed voor ruim 200 extra pagina’s.

Het boek begint met een diepgravende uiteenzetting van de levensfilosofie van Jezus Christus. Vervolgens behandelt de auteur de Weltanschauung van Friedrich Nietzsche en vergelijkt deze met die van Jezus, waarna Simpson zijn eigen visie op spiritualiteit in drie hoofdstukken uiteenzet.

Naast deze spirituele dimensie bevat het boek een meer prozaïsche verhandeling over de basis van een functionerende maatschappij, de contrasten tussen democratie en aristocratie, de vrouw en het huwelijk, pacifisme, industrialisatie en de effecten ervan op de maatschappij en de kwaliteit van het ras. Het boek eindigt met een beschouwing over de toestand van de wereld na de twee wereldoorlogen en de crisis waar westerlingen vervolgens in terecht zijn gekomen. Which Way Western Man? is een schitterende introductie voor iemand die geïnteresseerd is in een raciaal georiënteerde filosofie. Ook al ben ik al jaren actief in de blank-nationalistische beweging, toch gaf het boek mij veel nieuwe inzichten. Wat mij betreft hoort het bij iedere dissident op de boekenplank te staan.

Zie voor meer informatie tevens Revilo Oliver’s recensie uit 1979.